Post week 32

Anton de Kom

In het artikel van Alice Boots en Rob Woortman (De Groene, 30 juli) over schrijver en verzetsstrijder Anton de Kom wordt vermeld dat hij ‘in 1940 benaderd wordt door een oude kennis, Nico Wijnen, om voor het verzetsblad De Vonk te schrijven’. Dat citaat is onvolledig en verwarrend.

Over welk verzetsblad hebben we het hier?

‘Oude kennis’ Nico Wijnen was een communistisch journalist en verzetsstrijder van de CPN die voor de Haagse verzetsorganisatie De Vonk vanaf oktober 1940 deze verzetskrant onder dezelfde naam uitgaf. Anton de Kom werkte eraan mee, al is hij nooit bij de CPN aangesloten. Wijnen verkeerde vanaf 24 juni 1941 tot het eind van de Tweede Wereldoorlog in gevangenschap. De communistische verzetsgroep De Vonk verdween, evenals de uitgave. Het blad van de CPN, De Waarheid, nam het over.

Er bestond ook een andere verzetsorganisatie met de naam De Vonk die ook een verzetsblad onder die naam uitgaf. Deze De Vonk was een links-radicale organisatie, die vanaf 1942 bij de Internationaal-Socialistische Beweging (ISB) was aangesloten. De organisatie hield er vaak antimilitaristische, pacifistisch-humanistische standpunten op na. De organisatie was fel anti-stalinistisch en had dan ook niets met de communistische Haagse De Vonk te maken.

Als de communistische De Vonk niet meer bestaat, haalt Tom Rot (en niet Jan Rot, zoals in het artikel vermeld wordt) Anton de Kom bij zijn verzetsorganisatie. Het is aannemelijk dat De Kom vanaf half december 1941 tekstbijdragen voor deze links-radicale De Vonk levert. Na november 1942 wordt De Koms verbinding met het blad losser.

In het artikel wordt ook de Communistische Partij Holland opgevoerd als de enige antikoloniale partij in Nederland die de leuze ‘Indonesië, los van Holland nu’ voert. Dat is een historische vergissing. Ook de Revolutionair Socialistische Partij (RSP) van Henk Sneevliet, die zelf een lang antikoloniaal verleden in Nederlands-Indië had, voerde die leus.

DRS. DICK DE WINTER

Noord-zuid

Joep Leerssens analyse van beeldvorming rond ‘noord’ en ‘zuid’ (De Groene, 9 juli) in Europa is boeiend en overtuigend. Wel jammer dat hij en passant de evenzeer essentialistische oost-westdichotomie bevestigt. De bewering dat noord-zuidstereotypen te vinden zijn ‘in het hele westen, maar nergens in Afrika of Azië’ is aantoonbaar onjuist.

Het werk van de invloedrijke Japanse filosoof Watsuji Tetsurō (1889-1960) is een goed voorbeeld. Hij schreef in zijn boek Climate and Culture (1935) dat de volksaard van mensen in Zuid- en Zuidoost-Azië – lui en passief vanwege hun (sub)tropische klimaten – ertoe had bijgedragen dat hun landen gekoloniseerd waren door Europeanen. De noordelijke Japanners, gevormd door hun gematigde klimaat en natuurrampen, waren daarentegen hardwerkend en opofferingsgezind – en daardoor in een unieke positie hun Zuid-Aziatische broedervolken te ‘bevrijden’.

Geografisch determinisme en bijbehorende noord-zuidstereotypering droegen dus bij aan de legitimatie van Japans imperialisme in de eerste helft van de twintigste eeuw. Nog steeds: de zuidelijke Okinawanen worden in het Japanse populair discours steevast voorgesteld als luie, onbekommerde levensgenieters, terwijl de controversiële militaire bezetting van Okinawa (Amerikaans, maar met steun van Tokio) voortduurt.

Ook in sommige andere Aziatische landen zijn noord-zuidstereotypen diepgeworteld. Zo leert ieder Vietnamees kind dat zuiderlingen extravert, bourgondisch en ondernemingsgezind zijn, en noorderlingen meer gesloten, conservatief en gezagsgetrouw. Deze stereotypen zijn veel ouder dan de relatief recente tweedeling en oorlog tussen noord en zuid (1954-1975); ze gaan terug tot de zeventiende en achttiende eeuw, toen het zuiden (voorheen Cham- en Khmer-land) geleidelijk gekoloniseerd en ‘gevietnamiseerd’ werd. Kortom: noord-zuidstereotypen zijn niet louter een ‘westers’ fenomeen; ook in Azië hebben ze de nodige invloed gehad. Wellicht een idee voor een volgend themanummer van De Groene: de mythe van ‘het unieke westen’?

AIKE ROTS, universitair hoofddocent in cultuur en religie van Oost-Azië, Oslo

Astrologie

Marian Donner schrijft in haar essay ‘Reiken naar het hogere’ (De Groene, 23 juli) dat astrologie misschien betekenis kan geven aan ‘de banale werkelijkheid’. Misschien, en tegelijk belemmert elke betekenis een heldere, neutrale kijk op die werkelijkheid. Dat toont Donner zelf ongewild door haar ‘banaal’ te noemen en onze tijden ‘onzeker’, er is ‘chaos’ en geen ‘houvast’. Ik begrijp wel wat ze ermee bedoelt en dat velen deze kijk delen, maar deze kwalificaties tonen vooral haar eigen blik, waar ‘alles van afhangt’, zoals zij in de voorlaatste alinea terecht schrijft.

Mensen, niet alleen millennials, geven betekenis aan hun individuele werkelijkheid. Om daar vervolgens nog eens met een systeem chocola van te maken, dat is ‘vlek op vlek’, of daar nu astrologie of wetenschap voor wordt gebruikt. De ‘juiste weg’ die millennials volgens Donner zoeken bestaat niet en is dus ook niet via astrologie te vinden. Helderheid ligt voorbij betekenis, voorbij de eigen blik en om daar voorbij te komen, is het nodig die eerst neutraal waar te nemen.

JOHAN ZWAAN