Post week 34

Een linkse Houellebecq (1)

Cyrille Offermans concludeert in De Groene van 10 augustus dat Édouard Louis ‘het linkse antwoord op Houellebecq’ is, met name vanwege het zich niet wentelen in ‘[aanstekelijk apocalyptisch] cynisme’. Na lezing van het artikel en de betreffende boeken blijft mij echter onduidelijk waarom dat zo zou zijn. Offermans benoemt het ‘arbeidersmilieu in het grauwe noordoosten van het land [dat] in Frankrijk (…) nog vrijwel altijd een garantie voor een levenslang bestaan in armoede en uitzichtloosheid [is]’ met scholing als enige ontsnappingsmogelijkheid, ook voor Louis en zijn voorbeeld Eribon. Zou dit al een (links) antwoord op Houellebecq zijn, dan slechts voor het intellectueel begaafde deel van de door Offermans genoemde ‘eigentijdse versie van het oude lompenproletariaat’. De econoom Piketty (bekend van zijn onderzoek naar inkomens- en vermogensongelijkheid) zou zo bezien een beter antwoord op Houellebecq zijn – en bovendien een antwoord op Louis.

J. LAROS

Een linkse Houellebecq (2)

De titel van Offermans’ recensie (in De Groene van 10 augustus) klopt niet. Dat debuut van Édouard Louis is helemaal niet links. Het is een bekentenisroman van een twintigjarige en als debuut best opvallend goed. Maar links? Édouard Louis neemt in En finir avec Eddy Bellegueule helemaal geen doordacht politiek standpunt in, niet openlijk en niet verborgen. Daar is hij nog veel te jong voor.

Retour à Reims van Didier Éribon, waarmee Offermans het vergelijkt, doet dat wel. En met diepgang. Dat boek verdient inderdaad met spoed een vertaling. Édouard Louis schrijft een verschrikkelijke jeugd als jonge homo in la France profonde, in heikneuter-Frankrijk, van zich af. Éribon ziet terug op een jeugd als homo in heikneuter-Frankrijk. Beiden zijn arbeiderskinderen, opgevoed met de racistische, macho denkbeelden die daar vaak bij horen.

Dat hebben ze gemeen. Maar Éribon is van 1953, Louis van 1992. Éribon is hoogleraar en een vruchtbaar publicist, Louis een startende twintiger. Qua diepgang zijn die twee boeken echt onvergelijkbaar.

En nee, niet ‘alles komt neer op stijl en compositie’, dat is een esthetenstandpunt. Stijl en compositie zijn het begin van een leesbaar boek. Meer niet. Édouard Louis schreef een opvallende, goede roman voor lezers die de wereld uit zijn jeugd niet kennen. Maar ervaren lezers kennen die wereld wel. Ik wacht vol belangstelling op een gerijpt boek van deze schrijver. Een boek met niet alleen diepdroeve bekentenissen. Een boek kortom, met ook wereldbeelden, opvattingen, ideeën.

Houellebecq heeft dat niveau in huis. Hoe je ook over hem mag denken, wie instemt met het idee dat Houellebecq thuishoort in het geestelijk klimaat van islamofobie, xenofobie, homofobie, vrouwvijandigheid en populisme, heeft als lezer de diepgang van een kano.

Offermans spuit in zijn recensie idées reçues over Frankrijk, strooit terloops met platitudes als ‘oerconservatief land’ en ‘centralistische, autoritaire klassenmaatschappij’, weet weinig van de recente ontwikkelingen. Dit soort opmerkingen zijn eigenlijk buitengewoon achterhaald en daarom gevaarlijk. Ze getuigen van middelbare-schoolboekenwijsheid die nooit is afgestoft.

Het l’art pour l’art-standpunt van veel recensenten is volgens mij behoorlijk achterhaald. Jammer. Ik ben dol op interessante fictie, op voorwaarde dat de recensent mij een goede indruk geeft van waar het boek echt over gaat. Dat het goed geschreven en gecomponeerd is, daar ga ik vanuit.

MARTIN DE KONING, Bretagne