Jongeren zoeken communisme

In het kloeke Bloed en barricaden: De Parijse Commune (2014) schrijft historicus Dennis Bos dat de trauma’s van de Tweede Wereldoorlog (vooral de holocaust) het anarchisme/communisme uit onze herinnering verdrongen hebben. Daar kwamen de trauma’s van de Sovjet-Unie, Mao’s China en de Koude Oorlog nog eens overheen en je snapt dat een revival van het marxisme niet gemakkelijk zal zijn.

Wat dat boek ook duidelijk maakt, net als bijvoorbeeld het schitterend geschreven De wereld die er nooit kwam: Een geschiedenis van het anarchisme (Alex Butterworth, 2011) is dat links altijd te veel bezig is geweest met reageren op rechts, te veel met abstracte ideeën en te veel ‘lult’ of ‘steggelt’ over revolutie en hoe de boel te organiseren.

Allemaal zaken die ook weer te herkennen zijn in het artikel ‘Hier heb je een sticker: Communistische jongeren op zoek naar een beweging’ (in De Groene van 19 augustus). Ook vandaag de dag lijken linkse jongeren weer te vergeten om ideeën concreet te maken, ze pas daarna te delen en uit te dragen – zodat communisme meer om (herkenbare) menselijkheid gaat dan om organisatie van mensen.

PAUL OP HEIJ, Nijmegen

Kritische blik

Wat een prachtige brief van Rosalie Smit in De Groene van 12 augustus. Zij verwoordt bijna exact waar ik al een tijd mee rondloop. Dank hiervoor.

‘Waarom worden andersdenkenden in de coronadiscussie dan – ook door ‘linkse’ mensen – zo hard veroordeeld en weggezet?’ vraagt ze zich terecht af. Onlangs weer. Een demonstratie in Berlijn die verboden wordt verklaard en vervolgens hardhandig wordt aangepakt.

Waar gaat dit heen? Waar blijft de kritische blik van De Groene op het coronabeleid in Europa en het vreemde klimaat dat is ontstaan in de samenleving? En ligt er niet ergens op de redactie van De Groene een boek van Hannah Arendt? Er valt op dit moment zoveel te halen uit het werk van deze scherpe en altijd relevante denker.

ERIK KORSMAN

Universiteit

Ik herken mij helemaal niet in de beschrijving die Chris van der Heijden in zijn artikel over de Universiteit Leiden (in De Groene van 12 augustus) geeft van academische loopbanen. Gesuggereerd wordt dat je – na bijvoorbeeld een promotie op wat hij een klein onderwerp noemt (wat is een klein onderwerp?) – gemakkelijk doorstroomt naar een positie aan een universiteit als je maar aan dat ene kleine onderwerp blijft hangen. Het tegendeel is het geval. Promovendi moeten vaak veel moeite doen om banen te vinden die passen bij hun bewezen kennis en vaardigheden, ook al zijn er verschillen tussen disciplines.

Ook de suggestie dat academici aan hun ene onderwerp blijven hangen, is veelal niet juist. Zelf kom ik uit de fonetiek, en ben via de spraak- en taalpathologie in de methodologie terechtgekomen. Veel van mijn collega’s – afkomstig uit zeer verschillende disciplines, zoals natuurkunde, wiskunde, taalwetenschap en psychologie – heb ik soortgelijke draaien zien maken.

Voor een historicus is het mijns inziens bovendien best kwalijk als je in een bespreking van een boek over de Universiteit Leiden zomaar zegt: ‘Anders dan op de andere Nederlandse universiteiten was in Leiden van aanpassing dus geen sprake.’ Het is toch een makkelijk te verifiëren feit dat rector Hermesdorf van de Radboud Universiteit (toen Katholieke Universiteit Nijmegen) als enige Nederlandse rector magnificus in de Tweede Wereldoorlog om principiële redenen weigerde studenten een loyaliteitsverklaring aan de Duitse bezetter voor te leggen. Deze keuze leidde toen onvermijdelijk tot sluiting van de universiteit (april 1943).

TONI RIETVELD, Harlingen