Post week 35

Feminisme in oorlogstijd

De Russische feministische activiste Ivanna, geciteerd in het artikel over ‘Feminisme in oorlogstijd’ in De Groene van 24 augustus, maakt gewag van het feit dat de nazi’s in de Tweede Wereldoorlog vrouwen in Leningrad volledig naakt op straat zetten. Nu zijn de misdaden van de nazi’s even talrijk als gruwelijk, maar hier wordt toch de historische plank misgeslagen. De Duitsers hebben de stad namelijk nooit kunnen innemen. Na een beleg van bijna negenhonderd dagen trokken de Duitse troepen zich in januari 1944 terug waarop de ineenstorting van het Oostfront volgde en de uitgeputte inwoners van Leningrad opgelucht konden ademhalen.

CEES DE GROOT, Amsterdam

Kijken

De beschrijvingen van kunst door Rudi Fuchs leren mij telkens ‘beter’ te kijken. Zo ook de beschrijving van de ivoren afbeelding van de vlucht naar Egypte. De eerste beschrijving echter laat zien dat wij niet meer in staat zijn te zien wat men in de Middeleeuwen wel zag. De afbeelding van de vlucht naar Egypte is een weergave van een schat aan overleveringen die niet alleen zijn plaats kent in de geschiedenis van de kunst, maar ook van rijke literaire overleveringen, apocriefe verhalen en de geschiedenis van jodendom en christendom.

Fuchs schrijft bijvoorbeeld: ‘Jezus is een kind en kan het niet laten in het voorbijgaan een appel te plukken.’ Dit lijkt zo in onze ogen, maar het motief van de vrucht is een ander. Het verhaal hierachter is waarschijnlijk afkomstig uit het pseudo-evangelie van Mattheüs. Daar komt het verhaal voor dat op de weg naar Egypte Maria en Jozef uitrusten onder een palmboom, die vol vruchten zit. ‘Jezus zegt dan zittend in de schoot van zijn moeder tot de palm: O boom buig je takken en verfris mijn moeder met je fruit! En direct na deze woorden boog de palm zijn top tot aan de voeten van de gezegende Maria en zij verzamelden het fruit en werden allen verkwikt!’ Een kinderlijke reactie blijkt een door legenden bepaalde traditie te zijn.

Fuchs schrijft dat Jozef op zijn hoofd een soort mijter, althans iets deftigs, heeft. Hij lijkt een bisschop, lees ik, statig met in zijn rechterhand een staf. De staf in de hand van Jozef die op veel middeleeuwse afbeeldingen voorkomt is waarschijnlijk een aanduiding van zijn beroep, dat van timmerman. De hoofddracht behoort tot de manieren waarop in de latere Middeleeuwen oudtestamentische profeten en belangrijke joden uit het Nieuwe Testament werden afgebeeld: gepunte hoofddeksels komen voor bij Hosea, Jona en Daniël, zo ook bij Abraham en Jesse. Joodse priesters en Jozef, Simon de Farizeeër en anderen dragen een dergelijk hoofddeksel.

Nauwkeurig kijken is de eerste voorwaarde van begrijpen van kunst. Middeleeuwse kunst vergt echter ook een verdieping in de zo overstelpend rijke tradities uit die tijd.

D.J. VAN DER SLUIS, Westzaan