De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk vanavond om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Post week 36

Het Nederlandse bos

Bij het lezen van het artikel ‘Dit is landbouw met bomen’ (De Groene, 27 augustus) werd ik weer verdrietig vanwege de ontbossingen in naam van de staat. Hier in Twente (de tuin van Nederland!) ben ik dit jaar minstens tweemaal in tranen geweest bij het aanzien van natuurgebieden die door Staatsbosbeheer werden mishandeld. Treffend is de newspeak die door dit geprivatiseerde overheidsbedrijf wordt gebruikt. Kaalslag wordt gepresenteerd als natuurbescherming.

In het Engbertsdijkveen (een van de laatste levende hoogveengebieden van Europa) trof ik dit voorjaar achter een bordje ‘Kwetsbaar natuurgebied, niet betreden’ een aantal machines aan die duizenden berkenbomen aan het ontwortelen waren. Staatsbosbeheer beweert dat berken zoveel water opdrinken dat het hoogveen dorst zou lijden. Pinokkio’s houten neus zou na zo’n waarheid flink gegroeid zijn. Het werkelijke hoogveengebied beslaat maar ongeveer een achtste van het hele natuurreservaat, terwijl over de totale oppervlakte daarvan berken en andere houtopslag werden verwijderd.

Ook in het Springendal, dicht bij de toeristische trekpleister Ootmarsum, voltrok zich een boskap van apocalyptisch niveau. Onder het mom van herstellen van heidegebied werden honderdjarige eiken gekapt. Dat was na te tellen aan het aantal jaarringen van gekapte stammen, die opgetast lagen voor de verkoop, mogelijk als biomassa voor gesubsidieerde kachels. Staatsbosbeheer doet aan publieksinformatie: er zijn bordjes geplaatst die vermelden dat deze kap bevorderlijk is voor de biodiversiteit. Alleen het vliegend hert, de kever die zich na al dit bosbeheer weer zou moeten vertonen, heb ik nog niet mogen waarnemen. Maar misschien is een vliegend hert slechts een illusie.

HENDRIK VAN ROOIJEN, Almelo

Het Nederlandse bos (2)

In het artikel ‘Dit is landbouw met bomen’ (De Groene, 27 augustus) wordt terecht aangekaart dat ‘privatisering’ negatief heeft uitgepakt voor de kwaliteit van het bosbeheer door Staatsbosbeheer in Nederland. De bijbehorende subsidieregels en commerciële impulsen hebben ook terreinbeheerders als Natuurmonumenten en Provinciale Landschappen kansen geboden. De achteruitgang in kwaliteit van het bosbeheer beperkt zich derhalve niet tot de terreinen van Staatsbosbeheer.

De contouren van de nieuwe bossenstrategie doen vrezen dat het nog erger wordt. Er ontbreekt een referentie, namelijk een beschrijving van de huidige toestand van ons bos. De jaarlijkse bijgroei met hout in onze bossen neemt gestaag af. Daardoor gaat de opnamecapaciteit van CO2 ook dalen. Er wordt bovendien onvoldoende gedaan om waardevolle oude bossen te krijgen. In het kader van het klimaatbeleid en voor een op biodiversiteit gebaseerde houtvoorziening is dat desastreus. Daarnaast wordt bos omgevormd tot open landschappen, waar vooral ongewenste opslag ontstaat. Voor klimaat en voor biodiversiteit zijn dat ongunstige omstandigheden.

De reactie van Staatsbosbeheer, zoals in het artikel verwoord, gaat onvoldoende in op die problematiek. De bijdragen voor een bossenstrategie behandelen dit evenmin. De protestgeluiden van de in het artikel aangehaalde bezorgde burgers zijn begrijpelijk, maar bieden onvoldoende aanknopingspunten voor een beter bossenbeleid. Er kan heus wel worden gekapt, maar die kap moet meer worden gericht op een betere groei van de overblijvende bossen en minder op vernieling van bossen.

LEFFERT OLDENKAMP, adviseur bosbeheer