Post week 37

Proces-Wilders

Nee, ik ga Annerie Smolders niet tegenspreken als ze alle U-bochten in en rond het proces Wilders ontrafelt (De Groene, 27 augustus). Maar dat er veel hysterie is ontstaan rond de beginfase kan ook zij moeilijk ontkennen. Optochten naar politiebureaus om aangifte te doen, terwijl de gedrukte formulieren klaar lagen. ‘Plausibel’, vindt zij. Ik roep haar graag de dagelijkse stand van zaken bij meldingen van (vermeende) criminele ellende in herinnering. ‘Komt u nog eens terug, er is nu niemand die uw aangifte kan opnemen.’ Misschien heeft dat wel meer met het burgerlijk ongenoegen en het ontstaan van partijen als PVV en FvD te maken dan Annerie Smolders wil zien.

BOB LAGAAIJ, Middelburg

Karl Polanyi

Mijn ouweheer had zojuist de ‘blauwe beul’ ontvangen, de jaarlijkse belastingopgave. Met de brief in de hand stond hij te razen over ‘opmakers die je aan de bedelstaf brachten’. Tot mijn eigen verbazing sprak ik hem tegen. Verbazing is het juiste woord, want tegenspraak duldde hij absoluut niet. Ik zei schuchter iets over autowegen, dat die toch ook aangelegd en betaald moesten worden en bruggen die… ‘Hou je grote mond jij! Opmakers zijn het!’ Het is daarna eigenlijk nooit meer goed gekomen tussen ons twee.

Ik besefte toen hoezeer ik de pest had aan mensen die niet tegengesproken wensten te worden. Mijn vader dus. Of God. Of Marx… Want ook Marx regeerde in bepaalde milieus in mijn jeugd in de jaren zestig met straffe hand. Daarom was het zo’n aangename verrassing voor me om te lezen over Karl Polanyi (De Groene, 20 augustus), een vrij onbekend, maar steeds meer aandacht trekkend denker. Een tegenspreker van Marx die nu eens een keer geen aartsconservatieve, belegen koek verkondigde. Smullen!

Polanyi verschilt ook van mening met de andere grote economische denker, Adam Smith, die man van de onzichtbare hand. Polanyi geloofde daar niks van en ik eigenlijk ook niet. Vanaf het eerste moment dat ik er les over kreeg, had ik al de neiging ‘ja maar’ te roepen. Arbeid, land of geld kun je niet op dezelfde manier verhandelen als een zak graan of een stoel. Mensen zijn geen koopwaar en meer land om te verhandelen kun je niet ineens tevoorschijn toveren. Geld is iets wat wij verzonnen hebben, geld is pure symboliek, je kunt het niet zaaien en het groeit ook niet aan bomen. Alleen een hardhandige overheid kan je dwingen om de wet van vraag en aanbod te leren toepassen. Niks onzichtbare hand dus.

Een laissez-faire-overheid kon dan ook op fors verzet van zijn inwoners rekenen, beredeneerde Polanyi. Want burgers realiseerden heel goed dat als het marktmechanisme, die befaamde onzichtbare hand, de regie zou krijgen, dat dan de hele maatschappelijke samenhang werd verwoest. En dat verzet kon, dat had Polanyi beter begrepen dan Marx, van links komen én van rechts. Dus niet alleen van arbeiders die droomden van arbeiderszelfbestuur, maar ook van zoekers die droomden van strakke leiding, van een autoritaire leider dus.

Polanyi was een scherp analyticus. Ik heb meer op met dit soort leermeesters. Want een onwrikbare heilsleer, daar ben ik in mijn jeugd al mee doodgegooid.

MARTIN DE KONING