Post week 38

De zeven plagen

In uw artikel over de zeven plagen in de zorg (in De Groene van 15 september) wordt gesteld dat het goedkoper is als oudere mensen langer thuis blijven wonen en dat ouderen dat zelf ook willen. Dat is zeker waar voor hen die niets mankeren en dus geen zorg nodig hebben. Ik ben zelf 79 en nog goed gezond, het geldt dus voor mij zo lang het duurt. Maar in mijn leeftijdsgroep hoor ik ook andere verhalen van minder gelukkigen. Zij wonen in een buurt met nauwelijks of geen ouderen en dus drogen de contacten op en worden zij eenzamer. De hulpverleners verliezen bovendien veel tijd door van het ene adres naar het andere te reizen. Tijd die verloren gaat voor echte hulp, die kosten zouden ook eens becijferd moeten worden. Een bekende van mij krijgt nu zo weinig hulp dat haar huis langzaam maar zeker vervuilt en daardoor wordt ze nog ongelukkiger.

Ik zie nog voor me hoe gelukkig mijn oude tante was toen ze in het tehuis weer contact kreeg met leeftijdgenoten. Ze hoefde maar tien meter te schuifelen om een praatje te maken. Dat was nog in de tijd dat je ook naar een tehuis kon als je niet tot de zwaarste categorie behoorde. De unit waar ze woonde was veel kleiner dan haar eigen huis en gemakkelijk en snel schoon te houden. De hulpverleenster hopte van kamer naar kamer, heel efficiënt.

HENK KRAAIJENBRINK, Borne

Zelfingenomen

De laatste tijd vallen me in De Groene journalistieke stukken op die zich kenmerken door een bijzondere stijl. Ik weet niet goed hoe ik het noemen moet, maar de schrijvers lijken gedreven door literair-intellectualistische aspiraties. Neem het artikel van Bas van Putten in De Groene van 1 september, over het boek van Micha Hamel, dat gaat over de ‘ondergang van het analoge luisteren’ van klassieke muziek. Nadat ik mij met moeite door zijn tekst heen geworsteld had, kon ik gelukkig concluderen dat ik zijn analyse begreep en het er zelfs mee eens was. Dat werd me echter niet gemakkelijk gemaakt. Zinnen als: ‘Maar de defensieve reflexen in de aanpassingsbereidheid weerspiegelen de verlegenheid van een sector die zich neoliberale terroristen niet meer van het lijf kan houden met een beroep op het gezag van onvergankelijke culturele waarden’, gaan er bij mij toch echt niet goed in. Ze zijn bijna onleesbaar en schieten daarmee hun doel voorbij.

Misschien vertegenwoordig ik een minderheidsstandpunt als lezer. Maar ik vraag me steeds vaker af waar het bij dit soort journalistiek om gaat: om de auteur of om de inhoud? Het is lovenswaardig dat De Groene (nog steeds) uitstekende analyses biedt over allerhande belangwekkende onderwerpen en daarbij een zekere complexiteit en gelaagdheid niet schuwt. Een verademing in het huidige medialand, dat steeds meer tendeert naar tenenkrommende oppervlakkigheid, populisme en personality-_idolatrie. Maar bij de eerder genoemde teksten ligt ook een soort oppervlakkigheid op de loer, al doen ze op het eerste gezicht anders vermoeden. Een wat elitair aandoende zelfingenomenheid ligt hier volgens mij aan ten grondslag. Hybris, om maar eens een moeilijk woord te gebruiken? Let wel: ik pleit hiermee dus niet voor meer hapklare brokken in _De Groene, maar gewoon voor integere en diepgravende journalistiek, zonder dikdoenerij.

Ach ja. Was het niet de elitaire intellectueel George Steiner die zich afvroeg waarom een gedicht iemand onsterfelijk kan maken, terwijl een verpleegster die met toewijding een invalide verzorgt hooguit in het telefoonboek terechtkomt?

POL VERBEECK, Middelburg

Edy Korthals Altes

Ik schrijf u een beetje laat, maar graag wens ik u te feliciteren met het prachtige interview met Edy Korthals Altes van Marcel ten Hooven in De Groene van 18 augustus. Prachtig in de eerste plaats dankzij de zeer persoonlijke toon waarmee meneer Korthals Altes de huidige situatie in Europa schetst. Prachtig wanneer hij de immens grote omzet van de wapenindustrie wereldwijd – en dat geeft koude rillingen – tegenover de humanitaire hulpverlening plaatst. Dat opent perspectieven. Prachtig ook wanneer hij, als zou hij een ‘verstokte idealist’ zijn, daarop reageert met ‘de idealisten van vandaag zijn de realisten van morgen’.

Prachtig ook de slotzin: ‘Je mag nimmer berusten in onrecht, geweld en dwaasheid die het leven vernietigt.’

Ik denk dat we in Europa een grote behoefte hebben aan zulke idealisten als Edy Korthals Altes: idealisten met ideeën die de Europese gedachte durven uit te dragen, tegen de gemakkelijke kritiek op Europa in.

HENNY-ANNIE BIJLEVELD, Brussel