Post week 40

John McCain

De media hebben veel aandacht besteed aan de dood van de eigenzinnige senator John McCain. Als Republikein maakte hij de laatste tijd indruk door afstand te nemen van het, in zijn ogen twijfelachtige, presidentschap van Trump.

In De Groene van 20 september weeft George Blaustein een mooi patroon van de verbondenheid van de senator met de schrijver Ernest Hemingway, hetgeen McCain tijdens zijn krijgsgevangenschap in Vietnam kracht gaf.

Toch schuurt er iets in praktisch alle terugblikken op het leven van deze senator. In de late jaren tachtig en de vroege jaren negentig van de vorige eeuw trok de politicus John McCain ten strijde tegen beroemde kunstenaars als Andres Serrano en Robert Mapplethorpe, die hij verweet obscene kunst te maken. Het beroemde museum Corcoran Gallery of Art zwichtte voor deze druk en trok het werk van de kunstenaars terug. Ook dreigde hij de National Endowment for the Arts (een federaal kunstfonds) met het stopzetten van subsidies vanwege staatssteun aan ‘homoseksuele en pornografische kunst’. Honderden kunstenaars, kunstonderzoekers en curatoren protesteerden en vreesden een aanslag op de vrijheid van de kunsten met ernstige gevolgen voor het culturele klimaat in Amerika.

Waardering voor McCain is begrijpelijk, maar het hele verhaal moet worden verteld en gekend.

GIEP HAGOORT, Utrecht

Hoi Polloi

In het redactioneel van De Groene van 12 september las ik over de inspanningen om het blad beter leesbaar te maken. Meer wit, een grotere letter en zo. Ik stem hiervoor, doen!

Het artikel van Ewald Engelen over tien jaar crisis vond ik leuk om te lezen. De trend had ik zelf kunnen bedenken maar prettig om het onderbouwd te krijgen met deskundige details.

Alleen de leesbaarheid, de gebezigde taal. Het verhaal van Engelen staat vol termen die ik helemaal of deels niet begrijp. Ik heb alles opgezocht op internet en dat hielp een beetje.

Een greep: cognoscenti (kenners, experts), hoi polloi (gepeupel), vanitas (ijdelheid, leegheid), sic transit gloria mundi (zo vergaat de wereldse grootsheid), epicurist (wellusteling, genotzuchtig persoon) en ordoliberaal (the German variant of social liberalism that emphasizes).

Meer of minder wit of een grotere letter gaat hier niks uitmaken. Vraag Ewald Engelen om zijn verhaal te herschrijven in begrijpelijk Nederlands alvorens het te publiceren.

FRANS VAN ZELM

Badr Hari

Met verbijstering last ik Leon Verdonschots artikel ‘Schaken in de boksring’ (De Groene, 27 september) waarin hij zijn kwalificaties van twee bekende Nederlandse kickboksers deelde. In het kort: Rico Verhoeven is geniaal, kalm en strategisch. Badr Hari is agressief, impulsief en woest.

Verdonschot doet hiermee de klasse van Badr Hari als kickbokser te kort. En dit is helaas typerend voor ons land. De veelvoudig wereldkampioen Ernesto Hoost noemde Badr Hari niet voor niets eens kwalitatief de beste vechter die ons land ooit heeft gezien.

Als jonge jongen van negentien jaar won Hari met een fenomenale achterwaartse ‘roundhouse’ van de veteraan Stefan Leko en zette zichzelf daarmee op de wereldkaart. Ook Alexey Ignashov, een geniale Wit-Russische kickbokser, fluisterde als ervaren vechter na een overwinning op de jonge tiener Hari zachtjes in zijn oren: ‘Nog een paar jaartjes en ik kan jou niet meer aan’. Zijn voorspelling werd later waarheid.

Toegegeven, Hari heeft soms een erg kort lontje. Maar om zijn uitspattingen als centraal kenmerk van zijn kwaliteiten neer te zetten (sterker, Verdonschots hele stuk heeft het nimmer over Hari’s fenomenale techniek of enig andere positieve kwalificatie) is een totale miskwalificatie en onterecht. De heer Hari versloeg alle grote namen in zijn topdagen, onder wie veelvoudig wereldkampioenen Peter Aerts en Semmy Schilt. Beiden op knock-out.

Het is typerend om de ‘ingroep’ (Rico) als de ‘goede’ held te portretteren die perfectie nadert en de boze Marokkaanse woeste man (Badr) als de beul, de agressieveling, die wild om zich heen slaat en met geluk soms wint. Het is kenmerkend voor de manier waarop er in Nederland naar Marokkanen in het algemeen, en Hari in het bijzonder wordt gekeken.

KARIM BETTACHE