Chaos, angst en pizza

In zijn essay over complotdenkers in De Groene van 30 september stelt Daan Heerma van Voss dat Henk Hofland in 2002 op neerbuigende toon zou hebben gehoopt ‘op de natuurlijke ineenstorting van complottheorieën’. Hofland schreef destijds over deelnemers aan complotten: ‘Er is er altijd wel één die het niet goed heeft begrepen, of spijt krijgt. Het kan lang duren, maar daarmee stort het complot in.’ Dus dat het bestaan van een langdurig complot onwaarschijnlijk is. Ook na lezing van dit essay is mij niet duidelijk wat het probleem van die stelling is.

J. LAROS

Een breder perspectief

De mens is al ruim anderhalve eeuw bezig om de natuur buiten de uitbuiting te houden, waardoor het mens-centrale denken boven aan de lijst ‘zo moet het niet’ staat. Uitbuiting beperkt zich niet tot nare gebeurtenissen en toestanden binnen de mensenwereld. De alarmbellen zijn al wel te horen en te lezen, maar mensen en politieke partijen houden zich voornamelijk bezig met zaken die de mens aangaan. Het artikel van Simone Peek en Emiel Woutersen over het falen van de Arbeidsinspectie is daar een voorbeeld van (De Groene, 30 september). Het zijn allemaal schrijnende misstanden, maar ik vraag me bij het zien van tulpenvelden ook af wat de zin is van dat gif-verslindende tulpenverschijnsel. De gehele politiek in Nederland zou moeten gaan over een herstel van de natuur zoals ze was en dat gaat niet in een al overbevolkt (tulpen)land.

DICK SPEIJERS, Nuenen

Slavernij

Uit het artikel ‘Voor de tweede keer slachtoffer’ in De Groene van 30 september wordt duidelijk dat slavernij in Nederland niet meer bestreden wordt. Weliswaar zijn er geen lijfstraffen meer, maar dat geldt algemeen. De martelwerktuigen uit de Gevangenpoort in Den Haag worden al lang niet meer gebruikt. Het is dus beter om slavernij geen arbeidsuitbuiting meer te noemen. Wat heeft het voor zin om excuses voor de slavernij in het verleden te maken als we in Nederland slavernij nu toestaan en bestrijding ervan geen prioriteit maken? Excuses worden dan huichelachtig.

HENK KRAAIJENBRINK, Borne