Post week 42

In memoriam: Nic Brink (1936-2019)

Verdwijnspel

Nic Brink schreef van 1968 tot 1985 voor De Groene Amsterdammer over theater op een elegante, kritische, ironische manier als opvolger van de legendarische Jeanne van Schaik-Willing, die zich in de loop van de jaren zestig realiseerde dat zelfs zij niet het eeuwige leven had. Op het Studententoneelfestival in Wageningen zag zij Walter van der Kooi en Nic Brink Eindspel van Samuel Beckett spelen en zij vroeg hen ter plekke om bij De Groene te komen. Wat Walter betreft moest dat nog even wachten, tot 1970, en hij ging toen over televisie schrijven. Nic Brink begon al in 1968 als kritische toneelrecensent, en dat niet alleen. Een jaar later, najaar 1969, vond de Aktie Tomaat plaats en de stukken die Nic, soms samen met Guus Rekers, schreef over het vastgelopen Nederlandse toneelbestel werden een belangrijke aanjager daarvan. Maar na korte tijd gaf hij het op Nederlandse toneelmakers te bekritiseren en schreef hij liever over buitenlands toneel dat te zien was in het roemruchte Mickery Theater, over het Théâtre Du Soleil van Ariane Mnouchkine in Parijs, over regisseurs als Peter Brook, Bob Wilson en Peter Sellars.

Dat is nu allemaal moeilijk terug te vinden, want deze periode van De Groene is nog niet gedigitaliseerd. Wat erger is, als ik de naam van Nic Brink googel, verschijnt er in de digitale TheaterEncyclopedie maar één pagina, en die is volkomen leeg, een spierwit vlak. ‘Deze pagina bevat geen tekst’, staat er ten overvloede bij, ‘maar u mag de pagina niet aanmaken’. Het is alsof Nic de laatste dertig jaar een verdwijnspel speelde. Hij schreef niet meer in De Groene en liet dat over aan de jongere Loek Zonneveld, die vorig jaar is gestorven. Hij verdween bij de Toneelschool, waar hij een bevlogen leraar maatschappijleer en cultuurgeschiedenis was. Twee huwelijken verdwenen. Zestien jaar geleden werd hij ernstig ziek en verscheen hij nergens meer, alleen zijn dochters waakten over hem, en een heel klein groepje goede vrienden kon hem af en toe bezoeken. Schrijven deed hij nog alleen uiterst kort per sms of app, nauwelijks in dat prachtig gestileerde handschrift van hem (hij was de enige medewerker die ook in het computertijdperk zijn kopij handgeschreven mocht inleveren).

Ik koester de herinnering aan een bijzondere toneelvoorstelling, geregisseerd door Nic Brink, bijna veertig jaar geleden. Maarten Wansink en Lieneke le Roux speelden scènes uit After the Fall, het autobiografische stuk van Arthur Miller. Maar hoe! Maarten Wansink, stevig en groot, speelde de rol van Marilyn Monroe, zeg maar als een dommige, sexy bokser; de blonde en lieftallige Lieneke le Roux was de intellectueel Arthur Miller, in mijn herinnering als een scherpe advocaat, dat was toen nog iets heel bijzonders. Ze hadden de voorstelling met z’n drieën gemaakt, maar het was ook Nics antwoord aan het feminisme, waarvan hij zich als man het ‘historische slachtoffer’ voelde. Vrij vertaald: het gaat er niet om of je een man bent of een vrouw, het gaat erom wat je daarmee doet. Nic Brink is nu zelf in de dood verdwenen, maar de herinneringen aan hem, aan zijn artikelen, aan zijn persoon, elegant, erudiet, geestig, vriendelijk en scherpzinnig tegelijk, blijven nog bij ons.

MAX ARIAN

Slavernijonderzoek

Ik heb het eind van het artikel over slavernijonderzoek niet gehaald (in De Groene van 3 oktober). Door dit soort zinnen: ‘Ook in Nederland was men trots op de koloniale bezittingen en op de roemrijke Gouden Eeuw.’ Wie is ‘men’? Ook in Nederland waren mensen uit de koloniën aanwezig, nog afgezien van het feit dat de koloniën volwaardig lid van Nederland hadden horen te zijn.

‘Kortom, het slavernijverleden kreeg een plaats in het collectieve geheugen.’ De auteur bedoelt: bij de niet zo nadenkende witten. Mensen die rechtstreeks slavernij ondervonden hadden het altijd in hun geheugen. Collectief betekent iedereen.

‘Hij nuanceerde tevens het bestaande beeld dat de Surinaamse slavernij extreem hard was in vergelijking met die in andere plantagekoloniën.’ Dat is zoiets als tegen een aangerande vrouw zeggen dat een andere vrouw erger aangerand is. Ook een klein beetje harde slavernij zit ver voorbij moreel juist handelen.

WEIA REINBOUD, Utrecht