Post week 45

Wolkers-biografie

Toen ik een paar jaar geleden verhuisde, moest de boekenkast eraan geloven. Wat doe je weg? Wat mag er mee de ouderdom in? Waarvan wil je niet de veel lezende erflater zijn? Wel, in ieder geval niet van de sixties. Ik heb die periode, in terugblik, één grote treurnis gevonden. Ik geloofde er niets van. Ik vond hippies belachelijk. Ik vond Bhagwan iets voor zoekende ex-katholieken. Ik vond linkse studenten verwende jongelui die eronder leden in hun jeugd niet arm genoeg geweest te zijn, maar later wel vvd’er of d66-stemmer werden. En Wolkers vond ik een modeverschijnsel. Elke eeuw laat maar enkele schrijvers na die de vergetelheid overleefd hebben en bij die enkeling zal Wolkers niet horen. Niet wat de literatuur van de Europese twintigste eeuw betreft. Niet wat mij betreft. Dus je hoopt dan dat Onno Blom, de biograaf van Wolkers, in zijn vuistdikke biografie in ieder geval veel ruimte neemt voor Wolkers als tijdsverschijnsel. Want daar zijn heel interessante dingen over te zeggen. Ook als je, wat schijnt te horen voor een schrijversbiografie, dicht bij de boeken blijft.

Elsbeth Etty wekt in haar bespreking (in De Groene van 2 november) de indruk dat het boek van Blom uitsluitend, of voor het grootste deel in ieder geval, gaat over Wolkers als veelneuker. Mocht ik me vergissen, dan schreef mevrouw Etty een slechte recensie. Mocht ze de biografie in de twee pagina’s wél goed hebben weergegeven, dan hoef ik niet alleen Wolkers nooit te herlezen, maar dan hoef ik de biografie dus ook niet te lezen. Een goeie biografie plaatst een schrijver in zijn tijd. Er gebeurde na WOII echt wel wat meer dan de verschijning van Kort Amerikaans en Ik, Jan Cremer. Als mijnheer Blom dat allemaal wel gedaan heeft, als hij zich niet beperkt heeft tot Wolkers’ gereformeerde jeugd en oversekste volwassenheid, dan had dat toch in de inhoudsopgave eruit moeten springen?

MAARTEN DE KONING

Schurken met schone handen

Ofschoon ik regelmatig overweeg mijn abonnement op De Groene op te zeggen, besluit ik telkens dat niet te doen. En dat heeft meerdere redenen. Op de allereerste plaats wordt de lezer getrakteerd op treffende beschrijvingen en uitstekende analyses. Gezien de hoeveelheid informatie over de meest verschillende onderwerpen ben ik echter helaas niet in de gelegenheid alles even grondig door te lezen. Op zich is dat niet erg, want soms is het lezen van slechts één artikel voor mij genoeg om aan mijn trekken te komen.

Zo las ik in De Groene van 26 oktober ‘Schurken met schone handen’ van Joost de Vries, waarin de vraag werd gesteld hoe wij moeten oordelen over mensen in het verleden. Als historicus spreekt mij dit artikel bijzonder aan en dan vooral de wijze waarop de schrijver dit gecompliceerde onderwerp beschrijft. Het boek van Robert Darnton over de kattenslachting in het achttiende-eeuwse Frankrijk kende ik al, het veel recentere van William Reddy nog niet. Het is de verdienste van Joost de Vries dat hij me zo nieuwsgierig heeft gemaakt dat ik het werk onmiddellijk heb aangeschaft. Maar eerst nog een keer het baanbrekende werk De kaas en de wormen van Carlo Ginzburg doorlezen. Ook hij heeft immers zijn sporen verdiend op het gebied van de mentaliteitsgeschiedenis.

ALBERT KORT