Post week 46

Julien Benda

Een compliment voor het informatieve artikel (De Groene_ van 25 oktober) over het zojuist vertaalde _Het verraad van de intellectuelen van de ‘vergeten’ filosoof Julien Benda. Ik ben het volledig eens met Benda’s pleidooi voor de onafhankelijke, maar geëngageerde intellectueel in een wereld waarin menselijke waarden al te vaak met voeten worden getreden. Of dit pleidooi echter ‘urgent is als nooit tevoren’, zoals Thijs Kleinpaste schrijft, waag ik te betwijfelen. Toegegeven, het is volkomen terecht dat Kleinpaste waarschuwt voor de gevaren die momenteel van het nationalisme uitgaan, waarbij hij wijst op het machtsmisbruik waar de nationalistische leiders zich schuldig aan maken. Maar, vraag ik me af, is dit probleem werkelijk zo actueel? Benda’s boek dateert immers uit 1927, toen de totalitaire ideologieën Europa in hun greep hielden.

Is het niet zo dat macht überhaupt corrumpeert? Gold en geldt dit niet tevens voor vrijwel alle ideologieën? Zo hebben de communistische leiders van China en de voormalige Sovjet-Unie in naam van het socialisme en ‘het volk’ zich decennialang schuldig gemaakt aan de moord op miljoenen mensen. Tijdens de Franse Revolutie werden in naam van ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’ duizenden mensen naar de guillotine gebracht. En zo zijn er nog veel meer voorbeelden uit de geschiedenis te geven waaruit blijkt dat elke vorm van macht – ongeacht namens wie of wat die ook wordt uitgeoefend – tot misbruik ervan leidt. De enige remedie hiertegen is volgens mij een verregaande machtenscheiding.

ALBERT KORT, ’s-Heer Hendrikskinderen

Creatief sappelen

Désanne van Brederode beschrijft het creatief sappelen van kunstenaars (in De Groene van 1 november). Helaas gaat ze uit van een neoliberale arbeidsmoraal en benoemt ze niet de specifieke inhoudelijke malaise zoals die juist door het maatschappelijk speelveld wordt veroorzaakt. Crux van de functioneringsproblematiek van kunstenaars ligt echter in de unieke situatie dat er eigenlijk geen maatschappelijk speelveld is. Wat kunst precies is, wat ze tot uitdrukking zou moeten brengen, hoe ze eruit zou moeten zien om op een juiste wijze invulling te geven aan haar taak, dat alles is amper tot niet gedefinieerd vanuit de opdrachtgever in de breedste zin van het begrip, dus het hele maatschappelijk speelveld, inclusief publiek.

Wat wordt er nu eigenlijk verwacht van de hedendaagse kunstenmaker? In principe niets meer of minder dan een ‘allerindividueelste expressie van een allerindividueelste emotie’. In tegenstelling tot Willem Kloos en de Tachtigers dient dit tegenwoordig echter ontdaan van enige uitdagende context te worden ingevuld en is als zodanig verworden tot een onthechte, geindividualiseerde persoonlijkheidscultuur rond kunstenaars. Je zoekt zelf maar uit wat, waarom en hoe je iets maakt, en hoe het aan de man te brengen. Maar als je dit doet zonder maatschappelijk succes is het natuurlijk ook weer niet goed en dient het kunstenaarsbestaansrecht aan de kaak te worden gesteld. Ons hedendaags adagium: succesvolle kunst is goede kunst! Dit is neoliberale armoe van de treurigste soort en een blijk van het totale culturele failliet van dat deel van onze samenleving. Het maatschappelijk speelveld heeft geen idee wat voor opdracht te stellen, maar wil wel volledig liberaal recht en gelijk hebben met de selectie uit het gebodene. Het creatieve proces wordt dus onversneden bij de kunstenaar gelegd, terwijl de legitimering door het maatschappelijk speelveld wordt opgeëist.

KEES VELTMAN, Bunnik

Beroepseer

Hierbij het dringend verzoek om mijn vak serieus te nemen door de juiste benaming te gebruiken: op pagina 12 van De Groene van 1 november gaat het, zoals veel vaker in de media, over een (wijk)verpleger. Naast deze politiek correcte nonsens – het overgrote deel van mijn ‘aan het bed werkende’ collega’s is van het vrouwelijk geslacht – bevat de tekst een belangrijker misser: verplegen was in vervlogen jaren een vaak op religieuze gronden gebaseerde roeping tot mensen helpen, maar is als zodanig al lang verdwenen. Sinds decennia mag men zich pas na een succesvol afgeronde mbo- dan wel hbo-opleiding bij de Wet BIG laten registreren als bevoegd verpleegKUNDIGE. Daarna kan men zich eventueel specialiseren, maar er volgt in elk geval levenslange bijscholing, plus de wettelijke verplichting jaarlijks theorie en praktijk van medisch-technische handelingen te laten toetsen. Waarvan akte.

MARISKA JANSEN, (64, hbo-wijkverpleegkundige), Franeker