Post week 46

Stefan Zweig schrijft aan Mussolini

Anne Branbergen heeft een voortreffelijk artikel geschreven (De Groene van 17 oktober) over M. De zoon van de eeuw door Antonio Scurati. Daarin vertelt zij onder andere over het gruwelijke lot van Mussolini’s parlementaire opponent Giacomo Matteotti, die in opdracht van de Duce in juni 1924 op gruwelijke wijze door een fascistische knokploeg is vermoord. Het is niet algemeen bekend dat deze gebeurtenis heeft geleid tot de enige keer in zijn leven dat de Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig, overtuigd humanist en pacifist, zich openlijk in politieke aangelegenheden heeft gemengd.

Zweig vertelt in zijn herinneringen Die Welt von gestern dat hij op een dag, het moet in januari 1932 zijn geweest, bezoek kreeg van ‘een Italiaanse dame’. Haar man, Dr. Giuseppe Germani, een vertrouweling van Matteotti, was een van degenen geweest die het gewaagd hadden de kist met diens afschuwelijk verminkte lijk door de straten van Rome te dragen. Bij een poging om Matteotti’s vrouw en kinderen Italië uit te smokkelen, was Germani gearresteerd en veroordeeld tot tien jaar tuchthuisstraf. Zijn vrouw deed nu een beroep op de wereldberoemde Zweig om zijn invloed aan te wenden om haar man vrij te krijgen. Zweig adviseerde haar met klem van een dergelijke publieke actie af te zien. Mussolini zou nooit bewilligen in strafvermindering als men zou trachten hem daar publiekelijk toe te dwingen.

Maar de zaak laat hem niet los. Als mevrouw Germani een hartverscheurende brief van haar man aan hem doorstuurt, besluit hij de Duce persoonlijk te schrijven. De Franse schrijver en humanist Romain Rolland, met wie Zweig nauw bevriend is, ziet niets in dat plan. Mussolini is alleen te beïnvloeden onder druk van de publieke opinie, meent hij. Maar Rolland heeft ongelijk. Binnen een week ontvangt Zweig een telegram waarin Mussolini laat weten dat hij aan Zweigs verzoek zal voldoen. ‘Ik heb volgens mij het grootste literaire succes van mijn leven behaald, groter nog dan de Nobelprijs’, schrijft hij trots aan Rolland.‘Ik heb Dr. Germani gered!’

PIET WACKIE EYSTEN, Den Haag