Post week 47

Barbara Ehrenreich

Als mij uit het uitstekende artikel van Casper Thomas over Barbara Ehrenreich (in De Groene van 15 november) iets duidelijk wordt, is het wel dat deze chroniqueur van het Grote Amerikaanse falen als geen ander de kern van het probleem onder woorden weet te brengen waarmee Amerika worstelt: de plicht die op alle Amerikaanse burgers ligt om optimistisch te blijven ondanks de ellende waarin velen van hen verkeren. Dat het positieve denken de manier is om de aandacht van de sociale en economische problemen af te leiden en het menselijk falen te zien als persoonlijke verantwoordelijkheid loopt volgens mij als een rode lijn door de geschiedenis van het land. Ook in de negentiende eeuw trokken miljoenen mensen vanuit Europa naar Amerika om in het land van ‘melk en honing’ hun geluk te beproeven en dit ondanks het feit dat toen al duidelijk was dat de sociale ongelijkheid in de VS minstens even groot was als in de meeste Europese landen en dat de mogelijkheid om in dat land snel carrière te maken in werkelijkheid slechts voor weinigen was weggelegd. Fotografen als Lewis Hine en Jacob Riis kwamen rond 1900 met schokkende beeldreportages, waarin de armoede zichtbaar werd gemaakt. Dit belette veel mensen echter niet om in groten getale naar Amerika te blijven trekken en kennelijk geldt dat nog steeds. De wanhopige voettocht naar het ‘beloofde land’ die op dit moment door duizenden mensen uit Latijns-Amerika wordt gemaakt én de komst van de vele ‘goudzoekers’ naar Williston (zie in hetzelfde nummer: Jacqueline Maris’ ‘Koeweit op de prairie’) spreken in dit opzicht boekdelen. Wellicht een wat cynisch advies aan het adres van de Amerikaanse president. Als Trump echt iets wil doen om de vele immigranten tegen te houden, kan hij misschien proberen uit te leggen dat de Amerikaanse droom die ook hij zo luid verkondigt niet meer is dan één grote zeepbel. Ik ben echter bang dat deze oproep aan dovemansoren is gericht. Hopelijk geldt dit niet voor het buitengewoon rijke oeuvre van Ehrenreich.

ALBERT KORT, ’s-Heer Hendrikskinderen

Werkende ouderen

Een mooie en informatieve extra dikke special over De werkende mens (nr.44-45). Bij een tweede lezing (wie doet dat nog) schrok ik als 77-jarige werkende oudere – werkend zo goed en kwaad als dat gaat, nee niet gehinderd door mijn gezondheid, maar gehinderd door regelgeving, vooroordelen, onwil, gebrek aan informatie, ontbrekend beleid.

In het nummer gaat het op geen enkele wijze over de ouderen, en ook niet over werkende ouderen, terwijl dat volgens mij een belangrijk onderwerp voor de toekomst is. De leeftijd bij pensionering is daarbij het belangrijkste struikelblok in het ouderenbeleid. Om de pensionering goed te laten verlopen dienen (werkloze) 55-plussers meer werkaanbod te krijgen door speciale projecten, trajecten, quota bij bedrijven en overheid en dergelijke. Partijprogramma’s en het regeringsakkoord leveren hierover weinig positiefs op. Niet 50+, niet 65, niet 65+, niet 70, maar 75+ zal uiteindelijk de richtlijn worden – moeten worden. De 50PlusBeurs en de partij 50PLUS geven verkeerde, belachelijke signalen af. Het accent ligt op plezierig leven bij ouder worden, vasthouden aan pensioen bij 65. Dus gemiddeld nog twintig jaar met de caravan door Europa rijden? Ouderen zijn een probleemgroep, omgeven met negatieven beelden. Dat wordt bijna dagelijks bevestigd in de informatie door media, namelijk dat oud-zijn sociale problemen geeft voor de ouderen zelf en ook voor de jongeren. Natuurlijk dient de pensioenleeftijd af te hangen van persoonlijke omstandigheden, aard van het werk, gezondheid. Wat dat kost kan betaald worden door de personen die na hun pensioen blijven werken. Veel ouderen willen en kunnen door blijven werken. Maar dit kent veel barrières qua regelgeving, (het niet verder kunnen opbouwen van AOW en pensioen) en weerstanden (bezetten van banen van jongeren, vaak ziek zijn). Dat is allemaal niet waar, zo blijkt uit onderzoek. De voordelen van werkende ouderen worden amper gezien: ervaring, uitgebreid netwerk, goede arbeidsmoraal, et cetera.

ADRIAAN VISSER, Rotterdam

Dirk Ayelt Kooiman

In ‘Het einde’ over Dirk Ayelt Kooiman is een vervelende fout geslopen. Bij zijn crematie waren, op verzoek van de overledene, niet vier maar twaalf mensen aanwezig.