Post week 48

Verkiezingen

Democratie is verkiezingen. De burger moet nog meer directe invloed krijgen op de selectie van publieke ambtsdragers. Dat is, kort gezegd, de reactie van Dick Pels op de voorstellen van David Van Reybrouck om de democratie te revitaliseren (De Groene Amsterdammer van 14 november). Die stelt voor de stem van de burger beter te laten doorklinken in het politieke bestel door deze daarin, via loting, een plek in de politieke arena te geven. Geen loting, zegt Pels, maar meer en betere verkiezingen, daar ligt een oplossing voor de crisis van de democratie.

Je kunt stellen dat al sinds de ‘uitvinding’ van de vertegenwoordigende democratie de selectie van de ‘beste burgers’ een centraal thema is in het democratische denken. Maar dat is niet het wezen van het democratische gedachtegoed. Daarin staat politieke gelijkheid centraal. Alle burgers, zonder onderscheid, zijn even competent om mee te praten en mee te beslissen (bij meerderheid) over politieke kwesties. Dat was zo in Athene. Daar besliste de volksvergadering waarin de kleine boeren, ambachtslieden en andere neringdoenden veruit in de meerderheid waren over alle zaken die de stadstaat aangingen. Ook over zaken van oorlog en vrede bijvoorbeeld. Die fundamentele gelijkheid werd ook tot uitdrukking gebracht bij de toedeling van het overgrote deel van de publieke functies die de stadstaat telde. Dat gebeurde door loting vanuit de filosofie van radicale gelijkheid: iedere burger, zonder onderscheid, kon publieke taken vervullen. Aristoteles, geen democraat, was daar tegenstander van, hij liet dat liever over aan de ‘beste burgers’.

Dit idee van Aristoteles lijkt echter leidend geworden te zijn bij hedendaagse democraten zoals Pels. Je moet burgers in staat stellen hun vertegenwoordigers te kiezen, maar je moet ze vooral geen meebeslissende of zelfs doorslaggevende stem geven in de politieke besluitvorming. Dat laatste wordt bestreden door Van Reybrouck. Hij weigert te aanvaarden dat de rol van de burger beperkt moet blijven tot die van kiezer. Deze moet geen buitenstaander blijven in de politieke arena.

Bovens en Wille hebben in hun boekje Diplomademocratie laten zien dat de tweedeling tussen hoger en lager opgeleiden ook doorwerkt in de bemensing van het politieke en bestuurlijke bestel. De lager opgeleiden spelen daarin nog amper een rol en hun meningen en opvattingen klinken daarin steeds minder door. De kloof tussen de politiek-bestuurlijke elite en het gewone volk wordt almaar groter. Met dank aan de wijze van selecteren die is gericht op het kiezen van de beste (meest deskundige, gekwalificeerde, geloofwaardige, best ogende) publieke gezagsdragers. De gewone man komt er steeds minder aan te pas.

Als het gaat om democratie zijn wij dringend toe aan nieuwe invalshoeken. De benadering van Van Reybrouck is verrassend en intrigerend en zijn ideeën verdienen serieuze aandacht. Want met verkiezingen alleen gaat de democratie het echt niet redden.

Hein Tilborghs

Vergeef ons onze schulden

Een erg boeiend artikel in De Groene Amsterdammer van 14 november over financiële schuldvergeving. Geïnterviewde Robert Kuttner verklaart echter desgevraagd de huidige Europese obsessie met het beperken van schulden als ‘masochisme, het is jullie calvinistische inborst, het is het geloof in boetedoening voor je zonden’. Dat is een grote misser, om juist het geloof dat je boete moet doen voor je zonden toe te schrijven aan het calvinisme. Calvijn keerde zich scherp tegen het rooms-katholieke idee dat mensen zelf genoegdoening moesten doen voor hun zonden. Volgens hem is daarmee ontkend dat God daadwerkelijk ‘om niet’ schulden kan vergeven: ‘Kwijtschelding is het alleen als Hij zonder enige betaling uit eigen beweging en uit milddadigheid de naam van de schuldenaar schrapt. Waarom wordt er “om niet” aan toegevoegd als het niet is om elke gedachte aan genoegdoening uit te bannen?’ (Institutie III, 4,25).

De rooms-katholieke kerk leerde volgens Calvijn ten onrechte dat genoegdoening voor zonden vereist is vanwege Gods eisende gerechtigheid. Het hoeft juist niet, vanwege Gods schenkende barmhartigheid. Gods gerechtigheid verbond Calvijn aan de kruisdood van Jezus Christus: die maakt mensen vrij van het gevoel genoegdoening te moeten geven. De christelijke godsleer en verzoeningsleer zijn een rijke bron van reflectie op de samenhang van schuld, gerechtigheid, onmacht en barmhartigheid. Vruchtbare perspectieven voor de ethiek liggen voor het oprapen.

CEES-JAN SMITS, Uddel, MA theologie