Van der Vlies

Marcel ten Hooven beschrijft Bas van der Vlies als een beschaafd en aardig mens. Dat was hij niet voor vrouwen die ‘baas willen zijn in eigen buik’. Dus naast de algemene opmerkingen aangaande een ‘theocratische erfenis’ et cetera had wat duidelijker gemeld kunnen worden dat deze politicus middels persoonlijke emoties – meer of minder is geloven niet – actief de vrijheid van vrouwen probeerde te onderdrukken op basis van oncontroleerbare bronnen als een god. Onderdrukken is niet beschaafd en niet aardig; onderdrukken varieert van bemoeizucht tot terreur.

MARISKA JANSEN, Harlingen

Imposter-syndroom

Rasit Elibol schreef een boeiend essay over het imposter-syndroom (in De Groene van 18 november). Jammer alleen dat deze karaktereigenschap, in tijden dat met name jongeren aangepraat wordt dat zij zich allemaal toppers moeten voelen, hiermee onder een ziektebeeld valt. Wat is er mis met onzekerheid?

VLASTA DE GROOT-PISKORA, Zaltbommel

Auto-industrie

De keuze voor het plaatsen van een advertentie voor de bmw i4 op pagina 2 en 3 van De Groene van 18 november viel mij op. Een mooie dame steekt haar buik naar voren. Ja, waarom eigenlijk? Is ze zwanger? Dit moet de toekomst zijn! Deze machine verbindt ordinair asfalt met een hemelsblauwe lucht. Ik concludeer: de auto-industrie maakt de wereld geweldig, consumeren leidt tot een betere en schonere wereld. De oplossing is simpel. Ik hoop dat de redactie de absurditeit (en minachting) van dit soort advertenties ziet in relatie tot de kritische bijdrages van jullie weekblad.

HANS STOTIJN, Utrecht

Tribunalen

In een commentaar op de politieke actualiteit toont Marcel ten Hooven zich (in het Groene-nummer van 25 november) bezorgd over rechts-radicalen die met hun agitatie de geweldsdreiging oppoken ‘met de publieke aankondiging dat zij de rechtsorde opzij willen schuiven om die te vervangen door “tribunalen”’. Enkele bladzijden verderop kwalificeert Sadet Karabulut dergelijke aankondigingen als fascistoïde.

Ik deel deze zorgen en kwalificaties geheel. De stabiliteit van een democratische rechtsorde hangt in sterke mate af van onze bereidheid om voor wetgeving de weg te kiezen van breekbare en moeizame parlementaire processen en voorts te bouwen op een goed toegeruste onafhankelijke rechtsgang. Naar de willekeur van politieke overtuigingen ingerichte tribunalen horen daar niet bij.

Wel wat vreemd om weer enkele bladzijden verderop in hetzelfde nummer een verslag te lezen van kunstredacteur Roos van der Lint over het ‘klimaattribunaal’ van twee ‘klimaatdenkers’. Zonder hierover eenzelfde soort kritische noten te kraken als over de tribunalen van FvD. Dat onze wetten en rechtsregels in belangrijke mate de weerslag vormen van economische privileges zie ik ook wel. Een indringende weergave van de wijze waarop het recht economische ongelijkheid tot stand kan brengen, in stand kan houden en bevorderen is bijvoorbeeld te vinden in The Code of Capital van rechtsgeleerde Katharina Pistor.

Maar gelden andere principes voor linkse klimaatpolitiek dan voor rechts nativisme? Bedreigen tribunalen in het ene geval niet en in het andere geval wél onze democratische rechtsstaat? Ik zou een reflectie wel op z’n plaats vinden over de manier waarop je in een kwetsbare pluralistische democratie het juridisch systeem rechtvaardiger maakt met handhaving van moeizaam verworven rechtsstatelijke principes.

PHILIP LEMMENS, Amsterdam