Post week 49

De socialistische strijdbijl opgraven?

Vanaf de jaren negentig zijn de gevestigde linkse partijen in de VS en West-Europa een liberale koers gaan varen die hun steeds meer opbreekt. Merijn Oudenampsen wijst daar in zijn artikel over ‘25 jaar Derde Weg’ (De Groene Amsterdammer van 27 november) terecht op. In Nederland, schrijft hij, vormde het kabinet-Lubbers/Kok het begin van een ‘transformatie’ van de sociaal-democratie. Die betekende ‘een scherpe breuk met de socialistische ideologie en utopie, een verschuiving naar het politieke midden en een omarming van pragmatische, technocratische politiek’.

De uitwerking die Oudenampsen aan die stelling geeft, is veel minder overtuigend. Nuances ontbreken, zoals de invloed van Scandinavische ideeën over (arbeidsmarkt-)beleid. Bovendien bestempelt hij elke kritiek in die tijd op het traditionele socialisme als technocratisch. Mijn boek Het socialisme op sterk water uit 1988 plaatst hij geheel in het kader van de verbestuurlijking en liberalisering van de pvda. Het legde zelfs ‘de basis voor de koerswijziging van Wim Kok’. Dat is, behalve te veel eer, ook volstrekt onjuist. Mijn kritiek betrof het geloof ter linkerzijde (ook binnen de pvda) in afschaffing van het kapitalisme en economische planning.

De sociaal-democratie, stelde ik daar tegenover, staat vooral voor een gemengde economische orde. Voor een compromis tussen kapitaal en arbeid, met sociale bescherming, spreiding van inkomen en macht en grenzen aan de commercie als grondslag. Handhaving en vernieuwing van dat compromis vragen om strijd – van politieke partijen en maatschappelijke bewegingen. ‘Politiek leeft bij het openlijke, desnoods hartstochtelijk uitgedragen conflict, maar overleeft niet zonder (…) tempering van dat conflict.’ Hoezo, technocratisch?

Maar Wim Kok haalde in zijn pleidooi in 1995 voor het afschudden van de ideologische pvda-veren Het socialisme op sterk water toch instemmend aan? Is dat, suggereert Oudenampsen in zijn artikel, geen bewijs van Kalma’s sociaal-liberale ideeën? Mijn antwoord is een wedervraag: waarom Kok hier ineens als objectieve bron aangehaald? Zelf heb ik diens citaat altijd opgevat als een pesterijtje – in een tijd dat ik krachtige kritiek op Paars I formuleerde en die bundelde in de door Kok als ‘schadelijk’ aangemerkte pvda-discussienota De wonderbaarlijke terugkeer van de solidariteit (1995). Hoezo, sociaal-liberaal?

Twintig jaar later is een debat binnen links, gematigd en radicaal, over de aftocht van de sociaal-democratie en een verstikkende depolitisering dringend gewenst. Dat Oudenampsen daarbij de ‘socialistische strijdbijl’ weer wil ‘opgraven’ is zijn goed recht. Maar laten we niet vervallen in de intellectuele houthakkerscultuur die discussies in en rond de socialistische beweging vaak kenmerkten – en elkaars opvattingen op z’n minst correct weergeven.

Paul Kalma, Amsterdam