Charlie Hebdo

Dat de medewerkers van het satirische weekblad Charlie Hebdo zich door politiek links in de steek gelaten voelen, is begrijpelijk. Frankrijk is in dat opzicht helaas beslist niet uniek. Integendeel, het heeft er op z’n minst alle schijn van dat linkse partijen in de meeste Europese landen momenteel gebukt gaan onder een laag van politieke ‘correctheid’, waarbij met verschillende maten wordt gemeten. Schreeuwt links moord en brand bij een aanslag door extreem-rechts en wordt daarbij gewezen op het gevaar van een terugkeer van het nationaal-socialisme, bij aanslagen uitgevoerd door groepen die als onderdrukt gelden of uit andere landen afkomstig zijn, weet links maar al te vaak verzachtende omstandigheden aan te voeren die de terroristische daad weliswaar niet rechtvaardigen, maar wel begrijpelijk maken. Alleen daarom al is het goed dat Angela Dekker in De Groene van 19 november zo uitgebreid aandacht besteedt aan het proces tegen de Charlie Hebdo-verdachten. Voor mij een bewijs dat een ‘links’ weekblad als De Groene zijn journalistieke integriteit buitengewoon serieus neemt en niet met twee maten meet.

ALBERT KORT, ’s-Heer Hendrikskinderen

Charlie Hebdo (2)

‘Controverses en pijnlijke onderwerpen niet vermijden.’ Deze zin uit de inleiding van De Groene van 19 november blijft maar zeuren als ik probeer vat te krijgen op de moeizame discussie rond de vrijheid van meningsuiting. Moet ik accepteren dat eenieder de vrijheid heeft om mij in mijn diepste overtuigingen te kwetsen omdat mij anders wordt verweten geweld en terreur te ondersteunen? Of krijg ik in mijn verweer hiertegen alleen de zegen als ik accepteer dat mijn overtuigingen strikt privé zijn en zonder inhoudelijke argumenten mogen worden beschimpt en vertrapt? Is het niet een zwaktebod als de toon van het debat alleen wordt beperkt door het daadwerkelijk dreigen met geweld? Schelden doet geen zeer, maar is het echt een zinnige bijdrage aan het debat rond het recht op expressie en tolerantie? Erg veel discussies ontaarden op deze manier in de bevestiging van het rechtlijnig gelijk van de eigen mening. Juist onder druk van echt geweld zou het recht op vrije meningsuiting zich moeten verdiepen in het effect op diegenen die het geweld niet ondersteunen, maar wel pijnlijk worden getroffen door het doelbewust kwetsen. Elk gewapend conflict is begonnen als een botsing tussen belangen en overtuigingen waarbij de opgewekte agressie niet meer kon worden beheerst. Dus om het geweld te keren lijkt me een ongebonden vrijheid van meningsuiting niet de oplossing.

JACOB VEENHUYSEN, Muiden