Post week 5

‘Je suis Charlie’

De Groene Amsterdammer (van 22 januari) was echt De Groene door met twee kritische stukken te reageren op de gebeurtenissen in Parijs. Mijn verwachting van het stuk van Willem Schinkel, die ik als auteur zeer waardeer, was hoog gespannen, maar het viel deze keer een beetje tegen.

Ik deel zijn afwijzing van de absolutistische benadering van de vrijheid van meningsuiting en zijn opvatting dat woorden niet alleen woorden maar ook daden zijn. Die opvatting van taal speelt een belangrijke rol in het debat in de VS over de vraag of alleen het aanzetten tot geweld strafbaar hoort te zijn of ook het aanzetten tot haat. De opvatting die blijkt uit het VN-verdrag tegen racisme is dat taal wel degelijk kan schaden, aanzetten tot raciale haat wordt erdoor bestreden. De VS hebben de desbetreffende bepaling van het verdrag om die reden niet ondertekend, daar is alleen aanzetten tot (raciaal) geweld strafbaar en wordt al het andere bestreden door zelfcensuur.

In Frankrijk heerst zeker geen absolute vrijheid van meningsuiting, zoals al blijkt uit de arrestatie van de antisemitische komiek Dieudonné wegens zijn uitlating ‘Je suis Coulibaly’, een uiting van haatzaaiend antisemitisme volgens een recente wet en de ter gelegenheid van de aanslagen door de minister van Justitie uitgevaardigde strenge richtlijn voor de vervolging van racistische uitlatingen. Op deze arrestatie is ook veel kritiek van mensen die de overheid meten met twee maten verwijten en die dus blijkbaar inderdaad de door Schinkel bekritiseerde ‘lege’ opvatting van de democratie en de vrijheid van meningsuiting aanhangen. Dat is jammer.

Maar Schinkel gaat veel verder en vraagt zich af of de cartoonisten van Charlie Hebdo geen obsessieve provocateurs waren, waarmee hij lijkt te bedoelen dat zij de bescherming van de vrijheid van meningsuiting niet verdienen. Ik ben regelmatig in Frankrijk en koop dan af en toe een Charlie Hebdo. Wat het blad aardig maakt, is de afwezigheid van de haatdragendheid en gelijkhebberigheid die bijvoorbeeld Theo van Gogh wél had. Zij bijten zich ook niet vast in één onderwerp. De cartoon in het laatste nummer voor de aanslag stak niet de draak met de profeet maar met het jihadisme. En het eerste nummer na de aanslagen liet een huilende profeet zien met daarboven de tekst: ‘Alles is vergeven’. Dat is voor veel te veel uitleg vatbaar om provocerend te zijn. De tekenaar gaf op de Franse tv een toelichting: het is vooral een man die huilt.

TIES PRAKKEN

‘Je suis Charlie’ (2)

‘Wat wij doen is legitiem, gezien wat zij doen. Je kunt niet aanvallen en geen wraak verwachten, dus je speelt het slachtoffer en doet alsof je niet begrijpt wat er gebeurt’, aldus Coulibaly in zijn video over zijn aanslag in Parijs. Dit is een frame, het biedt een achtergrond, een verhaal, het stuurt je interpretatie van de feiten. Met frames moeten we uitkijken, want we zijn er ons vaak niet van bewust dat ze de werkelijkheid in een bepaalde richting verdraaien.

Dat geldt ook voor de frames die bij ons in het Westen overheersen. ‘Je suis Charlie’ is een frame dat ik onderschrijf voorzover het onze saamhorigheid en afschuw uitdrukt, maar niet onderschrijf als het over de onnodig kwetsende Mohammed-cartoons gaat. Het frame waar Willem Schinkel (De Groene van 22 januari) op focust, ‘een aanval op onze vrijheid van meningsuiting’, daar zit uiteraard een kern van waarheid in, maar er zitten ook problematische kanten aan. Net als het frame van Coulibaly is het aantrekkelijk omdat het de schuld geheel bij de ander legt, en makkelijk, omdat je net als Slavoj Žižek niet over de moraliteit van je eigen gedrag na hoeft te denken. Nadenken over het frame van Coulibaly lijkt me juist wel nodig gezien de desastreuze bezetting van Irak, Abu Ghraib, Guantánamo Bay, Cast Lead, Protective Edge, en de honderden burgerslachtoffers van Amerikaanse drone-aanvallen. Keer op keer voelden moslims zich vernederd, en niet toevallig zijn de (onschuldige) slachtoffers van de terreuraanslagen in Parijs symbolen van die vernederingen.

In het huidige gedrag van het Westen tellen moslimlevens te vaak nauwelijks mee. Daardoor wordt het frame van Coulibaly ook voor gewone moslims aannemelijk en wordt het terrorisme gevoed. Dat doet ook de steun aan Israël. Israël gebruikt al sinds 1948 het super-frame ‘veiligheid’ om te verhullen dat het zoveel mogelijk Palestijns land joods wil maken. Overigens knap dat H.J.A. Hofland bij zijn hoogtepunten van de ‘oorlog met de wereld van de islam’ Israëls kolonisatiebeleid geheel en al over het hoofd weet te zien. Hofland verdenk ik niet van bijbedoelingen (eerder van tunnelvisie), maar een oorlogsframe, de war on terror, is eerder misbruikt. Het frame is ook verdacht omdat islamitische terroristen het ook graag zo zien. Oorlog tussen het Westen en de islam is juist wat zij willen! Wij moeten juist ons hoofd koel houden en ons zo gedragen dat gematigde moslims onze bondgenoten worden tegen de extremisten.

Dr. JAAP BOSMA, Hoogezand

Ondertussen op groene.nl

De website besteedt komend weekend aandacht aan het Human Rights Weekend in De Balie in Amsterdam. We publiceren achtereenvolgens artikelen over de openingsfilm Abounaddara Shorts, de documentaire E-Team en Evaporating Borders. Voor meer achtergrondinformatie is er online het dossier Kruitvat Midden-Oosten.