Post week 5

Solidair met vluchtelingen

‘Wij kennen geen solidariteitsgevoel’, zegt de Kroatische schrijfster Slavenka Drakulic (De Groene van 21 januari). Daarbij doelt ze op de Oost-Europese bevolking en ze voegt hieraan toe dat ‘solidariteit in het Westen misschien als iets natuurlijks komt’.

Helaas is dat laatste geenszins het geval. Vorig jaar tijdens de eurocrisis werd Griekenland als de zondebok aangewezen door de overige eurolanden, waarbij geen enkele solidariteit met Griekenland te bespeuren viel. Thans, nu Europa met een enorme stroom vluchtelingen uit vooral oorlogsgebieden wordt geconfronteerd, is het wederom de Griek die het heeft gedaan (Koen Haegens in De Groene van 28 januari). Door de Grieken overal de schuld van te geven etaleren de Europese leiders overduidelijk een gebrek aan solidariteit, visie en leiderschap en ze wakkeren daardoor het overal aanwezige nationalisme nog verder aan.

Het vluchtelingenprobleem wordt natuurlijk niet opgelost door het afsluiten van binnen- of buitengrenzen van de EU. De vluchtelingenstroom zal slechts verminderen wanneer er een einde komt aan het zinloze oorlogsgeweld in Syrië en Irak. Oorlogsgeweld waaraan veel Europese landen enthousiast deelnemen, terwijl ze niet de consequenties van die deelname accepteren. Om op korte termijn het vluchtelingenprobleem op te lossen stel ik voor de vluchtelingen te verdelen over landen die betrokken zijn (geweest) bij de oorlogen in Syrië, Irak, Afghanistan en Libië. Het aantal vluchtelingen dat per land wordt toegewezen kan dan in verhouding staan met het aantal uitgevoerde bombardementsvluchten.

Dit voorstel zorgt voor een grote geografische spreiding van de vluchtelingen, daar ook landen als de VS, Rusland en Australië worden geacht vluchtelingen op te nemen. De VS moeten dan het grootste deel van de vluchtelingen huisvesten. Een verdeling die rechtvaardiger is dan het voorstel van de Europese Commissie, waarbij ook landen die op geen enkele wijze bij de oorlogshandelingen in Syrië en Irak zijn betrokken, verplicht worden vluchtelingen op te nemen.

Rob Ouwehand, Heure

Zand in de ogen

Typerend voor de vvd is om de verantwoordelijkheid voor natuur, landschap en ruimtelijke kwaliteit te leggen bij provincies en gemeenten (De Groene van 28 januari). Dan kan het rijk – de vvd-minister van Infrastructuur – met een gerust hart de handen in onschuld wassen als er toch afzichtelijke bouwsels in de duinen komen. En kunnen plaatselijke politici veel gemakkelijker achterkamertjesdeals sluiten met projectontwikkelaars die hun gouden bergen beloven. De bewering van de minister in een interview dat ze persoonlijk de duinen het liefst zo leeg mogelijk wil houden, lijkt dan ook vooral bedoeld om ons zand in de ogen te strooien.

F.M. Boon, Delft

Nooit meer slapen

Thomas Heerma van Voss meent naar aanleiding van de verfilming (De Groene, 28 januari) dat W.F. Hermans’ roman Nooit meer slapen ‘prachtig’ is maar ‘nergens werkelijk spannend’ wordt. Dat ‘prachtig’ is een waardeoordeel waarmee vrijwel iedereen het eens zal zijn, doch dat zonder nadere uitwerking vrij subjectief klinkt. Hetzelfde geldt voor ‘nergens werkelijk spannend’, al suggereert Heerma dat dit af te leiden valt uit de afwezigheid van ‘grote koerswijzigingen’ en ‘schokkende plotwendingen’.

Maar de verteller Issendorf is de hele tijd bang dat hij op het moeilijk begaanbare terrein een dodelijke val maakt, net als zijn vader twintig jaar eerder. Dat lijkt me voor spanning te zorgen. Bovendien meent Issendorf het slachtoffer van een complot te zijn waardoor hem de voor zijn onderzoek benodigde luchtfoto’s zijn onthouden. Hermans bouwt dat vermoeden gedoseerd op (en heeft het complotmotief zelfs bij een herziening in 1979 nog eens hevig versterkt!). Waarom is dat niet spannend?

Hij stuntelt aanvankelijk wat, maar Issendorf heeft, eenmaal gescheiden van zijn kompaan Jordal, een louterende en tot geluksgevoel leidende ervaring in de natuur en blijkt, nadat hij diens lijk heeft gevonden, uitstekend in staat om in het moeilijk begaanbare landschap zijn weg naar de bewoonde wereld te vinden. Geholpen door de manie om zijn voetstappen te tellen. Is dat geen ‘plotwending’? Boudewijn Koole laat dat in zijn verfilming dan ook allemaal zien. Overigens begrijp ik niet waarom Heerma de werkelijk grote ingreep van Koole’s overigens voortreffelijke film – de dromen en geweldsvisioenen – niet becommentarieert.

August Hans den Boef, auteur van o.a. ‘Over Nooit meer slapen’ (1984)