Post week 5

Rechtvaardig recht

Een koning had heel waardevolle maar tere glazen. De koning dacht: als ik er heet water in doe, barsten ze; doe ik er koud water in, dan scheuren ze. Wat deed de koning? Hij mengde het hete en het koude water en deed dat in de glazen. En ze bleven heel.

Deze gedachtegang geldt toch ook ten principale voor een menswaardige en rechtvaardige rechtsgang? Immers, richt men de rechtspraak in met de maat van erbarmen, dan zullen de overtredingen toenemen; richt men haar in met de maat van het recht, hoe zou een samenleving dan kunnen blijven bestaan? Maar een goede rechtgevende macht laat de rechtspraak uitsluitend bestaan met de maat van het recht én de maat van erbarmen samen. En dan maar hopen dat zij standhoudt!

In schrille tegenstelling hiermee is de uitspraak van de oprichtster van de private ‘rechtbank’, Henriëtte Nakad: ‘Die robotrechter is de meest objectieve rechter van Nederland, zonder misplaatste empathie’ (De Groene van 18 januari). Dat juist liberalen deze e-Court-opvatting omarmen verbaast niet; dat uitvoerders van e-Court geen commentaar wensen te geven evenmin. Een ordelijke en rechtvaardige rechtsgang is het hoogste goed van een samenleving in een beschaafd land. Koester dat dan!

JAN VELDHUIJZEN, Zwolle


Postmodernisme

In het essay ‘Het postmodernisme als zondebok’ van Jan Overwijk en Adriaan van Veldhuizen (in De Groene van 25 januari) wordt geen poging gedaan om het genoemde verlangen naar heelheid te begrijpen, maar eigenlijk wordt het terloops belachelijk gemaakt, onder meer door te zeggen dat de romantiek op ficties berust, en wordt alleen het gevaar ervan beschreven. Het is vooral een defensief stuk dat het postmodernisme verdedigt, maar hebben we echt wéér een defensief stuk nodig?

De schrijvers hadden ook kunnen aangeven dat het postmodernisme juist ook ruimte geeft aan het verlangen naar heelheid en aan Haydn. In de kunst en architectuur is het in ieder geval duidelijk dat de grote modernistische verhalen hebben afgedaan. De Bijlmer wordt afgebroken en nieuwe, postmoderne architectuur heeft de weg bereid voor de variatie en speelsheid die aansluit bij de conservatieve behoeften. Ook beeldende kunst mag, mede dankzij het postmodernisme, weer figuratief en mooi zijn. Haydn wordt niet meer gezien als een tussenfase in de evolutie van de muziek op weg naar de atonale vrijheid (het Grote Verhaal van de kunst) maar weer op zichzelf gewaardeerd. De schrijvers lijken een beperkt beeld te hebben van conservatisme én van postmodernisme. De meeste conservatieve mensen geloven niet in een keuze tussen heelheid (totalitair nationalisme) en versnippering, maar in harmonie: eenheid in verscheidenheid. Harmonie is een ouderwetse, conservatieve term die academische, postmoderne filosofen wellicht niet veel zegt, maar het is eigenlijk niets anders dan de brug tussen chaos en dictatuur. Door die middenweg niet te erkennen worden gematigd conservatieve mensen juist in de armen van nationalistische extremisten gejaagd.

PIETER VOOGT