Post week 5

Geduldig Iran

In het artikel ‘Vooruitgeschoven strijd’ over Iran (De Groene van 16 januari) van Coen van de Ven staat in het rood de opmerkelijke tekst ‘Iran zal blijven duwen en trekken; een land van tapijtmakers en schakers is geduldig’. Toch zijn Iraanse schakers misschien niet zo geduldig: het zestienjarige toptalent Alireza Firouzja heeft zich recentelijk gevestigd in Frankrijk. Reden: de Iraanse overheid verbiedt hem tegen Israëlische schakers te spelen waardoor zijn carrière ernstig bedreigd zou worden. De Iraanse machthebbers kunnen geduldig zijn, de door hen onderdrukte schakers en tapijtmakers kunnen zich dat niet veroorloven.

ERIK VAN DE PLASSCHE, Helsinki

Unheimisch

In De Groene van 23 januari schrijft Stephan Peters terecht dat het jammer is dat zo weinig Nederlanders Nietzsche nog in de Duitse brontekst kunnen lezen. Zelfs universitair opgeleiden hebben nog maar zelden kennis van de Duitse taal. Maar Peters zelf schrijft over het ‘unheimische Gefühl’ dat hij daarbij heeft. Ik meen mij te herinneren dat het de toenmalige minister Rita Verdonk was die dit gevoel had als zij op straat mensen een vreemde taal hoorde spreken. Maar ‘unheimisch’ is net zo weinig Duits als bijvoorbeeld ‘zich uitbetalen’ Nederlands is. Het moet zijn: unheimlich. Maar ik heb het ‘unheimliche Gefühl’ dat het gevecht tegen het gebruik van ‘unheimisch’ vechten tegen de bierkaai is.

DICK BOER

Starbuck

Interessant stuk van Maaike Meijer over _Was will der Mann? (De Groene van 16 januari). Maar… was het een teveel aan latte macchiato of de spellingcontrole waardoor stuurman Starbuck hierin consequent een S achter zijn naam kreeg?

HENK-JAN VAN DER ZEE

Het Franse ongerief

Uit de beschrijving van Marijn Kruk over de politieke situatie in Frankrijk (De Groene van 9 januari) blijkt dat die slechts in weinig opzichten afwijkt van die in de rest van Europa. De globalisering, het besef dat Europa op het wereldtoneel een steeds minder belangrijke rol gaat spelen, de spanningen tussen de verschillende bevolkingsgroepen, de opkomst van extreem rechtse partijen: met dit alles heeft ook Frankrijk te maken.

In Frankrijk echter komt de crisis extra hard aan omdat het land zich lange tijd heeft gezien als een uitverkoren natie die sinds de Franse Revolutie de fakkel van de Europese beschaving draagt en waaraan de westerse wereld al die waarden dankt waarmee ze zich nog steeds siert – namelijk: vrijheid, democratie en mensenrechten.

De teloorgang van Frankrijk begon al na de Eerste Wereldoorlog toen het land volledig was uitgeput en alleen met financiële injecties van de VS op de been kon worden gehouden. De verbittering onder de bevolking in het Interbellum was groot en de opkomst van extreem rechtse en anti-parlementaire bewegingen als Action Française en Croix-de-Feu vormden een serieuze bedreiging voor de democratie. Zij konden alleen worden gestopt door de vorming van een links Volksfront in 1936.

In de Tweede Wereldoorlog werd het ‘onoverwinnelijke’ land binnen zes weken onder de voet gelopen en de bevrijding vier jaar later hadden ze bijna uitsluitend aan de Britten en de Amerikanen te danken. Met het verlies van het uitgestrekte koloniale imperium in Azië en Afrika in de jaren vijftig en zestig was het lot van Frankrijk als grote mogendheid definitief bezegeld.

En kennelijk gaat het land nog steeds gebukt onder de last van dit ‘ondraaglijke’ verleden.

ALBERT KORT