Post week 50

Het publieke debat

Grappig om twee generaties Tilburgse sociale wetenschappers na elkaar te zien spreken over ‘Het publieke debat’ (De Groene, 26 november). Ik vrees alleen voor vertrekkend hoogleraar Van den Brink dat zijn sympathieke epistemische zoektocht om voorbij de academische taal te gaan door de ervaring, beleving en het begrip van de burger als uitgangspunt te nemen heilloos zal blijken. Dit wordt het best geïllustreerd door het essay van zijn jongere collega Oudenampsen, die de ijdelheid heeft om te willen bepalen hoe maatschappelijke onenigheid eruit mag zien. In hopeloos jargon verwijt hij zowel de elite als het volk dat ze zich niet aan zijn spelregels houden. Die domme kuddedieren!

Deze typische elitaire reflex is precies datgene waarom academici weinig effect sorteren in het publieke debat. In plaats van iedereen te willen wegzetten als dom, volks en heimelijk rechtspopulist is het misschien een idee om gewoon eens naar mensen te luisteren, echt te luisteren. Daarmee kom je zoals Van den Brink wil in de harde werkelijkheid. Ik zou daaraan willen toevoegen dat deze harde werkelijkheid vaak een stuk gematigder en complexer is dan de sleetse categorieën van Oudenampsen toestaan. In plaats van je normatief op te winden met een zielloos conceptuele opdracht kun je als sociaal wetenschapper ook naar buiten treden. Om als academicus betekenisvol te kunnen opereren in het publieke debat zul je andere woorden moeten gebruiken dan in de interessante politicologische standaardwerken.

Jammer genoeg ziet Oudenampsen in Fortuyn en Scheffer zijn tegenstanders, terwijl juist deze wetenschappers succesvol in beide werelden opere(e)r(d)en. Wellicht kunnen Van den Brink en Oudenampsen eens samen een intergenerationeel bakkie pleur doen?

MIDAS DUTIJ, student onderzoeksmaster bestuurskunde

De waarheid over god

Al in de eerste alinea van het stuk (De Groene van 3 december) van Robert Anker over geloven in god (ik schrijf dit woord met een kleine letter, om godsconcepten van buiten ‘de bijbel’ niet uit te sluiten) struikel ik over zijn gods-niet-bewijs: ‘Dieren kennen geen God.’ Ik ben heel benieuwd hoe hij dit te weten is gekomen. Hoewel ik zo nu en dan een poging waag, is het me nog niet gelukt om met een dier te communiceren over religie of geloof in god. Ook ken ik helemaal niemand die hierin is geslaagd. Er kan me natuurlijk iets zijn ontgaan. Ongetwijfeld zijn er mensen die dit wel kunnen – Robert Anker zelf misschien?

Ook vind ik het bijzonder dat hij het ongeloof van een dier als bewijs neemt voor het niet-bestaan van god. Kan het (on)geloof van een mens dan ook als bewijs dienen? Lijkt me toch niet.

Verder ben ik geneigd om datgene wat in een concertzaal tussen mensen gebeurt, het gevoel van ‘verbinding’ dat kan ontstaan bij het massaal luisteren en geraakt worden door muziek, juist wel te koppelen aan iets wat in een niet-menselijke kudde kan gebeuren: we kunnen er achteraf over praten, maar wat mij betreft valt niet te beredeneren hoe dit gevoel precies ontstaat. Dit komt, lijkt mij, juist tot stand op subliminaal niveau. Daar waar wij niet verschillen van dieren. (Het maken van muziek/toneel is dan misschien wel weer typisch menselijk.)

Ik vraag me trouwens af of dieren, net als mensen, geneigd zijn hun dier-zijn te ontkennen. Zoals vroeger alle vreemde culturen ‘barbaars’ heetten, noemen wij (niks mis mee, het is lastig praten zonder dit containerbegrip) alle niet-mensen dier… terwijl we zelf natuurlijk ook gewoon een diersoort zijn. Eentje met een rudimentair ontwikkeld reflectievermogen. Niet zo gek dat wij hier heel blij mee zijn, we beleven er van alles mee, maar laten we niet vergeten waar we vandaan komen (je kunt aan dit laatste zien dat ik geen creationist ben: ik doel hier op onze verwantschap met sommige apen). Alleen, de waarheid krijgen we met dit prachtige reflectievermogen niet boven tafel. Ook Robert Anker niet. Als hij denkt van wel, berust dit op geloof. Denk ik.

LEONIE VAN DER PLAS

Investeerders dagen overheden

In uw artikel ‘Grote David tegen kleine Goliath’ (De Groene van 26 november) mis ik wel een belangrijke nuance qua inhoud van de claims. Dat een gekozen potentaat in Venezuela met een nationaal-socialistische ideologie buitenlandse investeringen onteigent om deze aan z’n vriendjes door te geven en een deel van de winst door te sluizen naar de familiekas is toch wel wat anders dan bedrijven die extra niet-productieve winst willen halen uit nieuw milieubeleid. Dit zou ook deel moeten zijn van de juridische afweging, al is het politieke aspect natuurlijk niet gemakkelijk onafhankelijk te beoordelen. Juridische zekerheid blijft een belangrijke voorwaarde voor democratische en economische ontwikkeling en moet zeker ook op supra-nationaal niveau blijven bestaan.

DICK COMMANDEUR

U kunt uw ingezonden brief van maximaal 400 woorden sturen naar groene@groene.nl