Post week 9

Moria

In haar artikel in De Groene van 21 februari laat Linda Polman haar licht schijnen op de vanuit humanitair oogpunt zeer problematische Europese aanpak van migratiestromen. Stellen dat de situatie in een kamp als Moria op Lesbos geen ramp of drama genoemd kan worden is echter nogal arbitrair, of het nu een gevolg is van beleid of niet.

In kamp Moria overleven de duizenden vluchtelingen mede dankzij de inzet van honderden Griekse en internationale vrijwilligers die uit alle hoeken van de wereld naar Griekenland komen in een poging om het menselijk leed te verzachten. Zonder deze vrijwilligers zouden er vermoedelijk veel meer mensen (met name kinderen) overlijden ten gevolge van vermijdbare doodsoorzaken als longontsteking of onderkoeling. Zelf heb ik vorig jaar twee maanden als arts gewerkt met Stichting Bootvluchteling en heb ik de rampzalige effecten van de gebrekkige Griekse opvangstructuur en extreem trage verwerking van asielaanvragen van dichtbij meegemaakt.

Ondanks het feit dat er momenteel relatief weinig te voorkomen sterfgevallen plaatsvinden leiden dagelijks duizenden een afschrikwekkend bestaan in de Griekse opvangkampen ten gevolge van de door de auteur benoemde problemen als urenlange wachtrijen voor voedsel, een volstrekt inadequate hoeveelheid sanitaire voorzieningen en gebrekkige gezondheidszorgvoorzieningen, dit alles zonder zicht op verbetering door de langgerekte asielprocedures. Een mens hoeft niet eerst te sterven voor men over een drama, tragedie of ramp kan spreken. Zo’n opvangkamp is een plek waar leed wordt gekweekt en wrok gekoesterd kan worden en waar als gevolg radicalisering kan plaatsvinden. We schieten onszelf in de voet door de medemens een waardig bestaan te ontzeggen.

In de Griekse vluchtelingenkampen wordt mensen het zicht op een toekomstperspectief ontnomen, iets dat wat mij betreft sterk aanleunt tegen het idee van marteling. We mogen onze ogen hiervoor niet sluiten: we moeten onze verantwoordelijkheid nemen en politici als de heer Timmermans ter verantwoording roepen, door middel van stem of actie. Iedereen asiel verlenen lijkt me problematisch, maar met voldoende lokale verwerkingscapaciteit en vlotte asielprocedures kunnen we mensen uit de onzekerheid halen – of ze nu wel of geen toegang krijgen tot Europa.

JOËL WOUDA, Antwerpen

Corrupte kortzichtigheid

Na het lezen van de column van Ewald Engelen (in De Groene van 21 februari) is ook bij mij de adrenaline tot het kookpunt gestegen: hoe kán het bestaan dat onze regering zó de andere kant op blijft kijken als het gaat om het verminderen van de CO2-uitstoot. Hoe kan het dat ‘we’ ons dus schaamteloos blijven inzetten voor het nóg groter groeien van Schiphol.

Hoe groot is dan ook mijn ergernis als ik, week na week, wéér moet zien dat ook, nee, dat zélfs De Groene zich leent voor dit soort vervuilende praktijken. Waarom reclame voor de prachtigste snoepreisjes, zo ver weg als maar kan? Kan De Groene zijn geld niet op een andere manier binnen krijgen?

HANNEKE HORDIJK, Warfhuizen

Pseudosceptici

Ik las met belangstelling het artikel ‘Ik heb een allergie voor onzin’ over de ‘hardnekkige drogredeneringen van pseudosceptici’ (in De Groene van 21 februari). Het ging deze keer over de klimaatverandering. Maar dat is even niet relevant. Wat ook hier weer duidelijk wordt is dat wetenschappers en anderen die onzin aan de orde willen stellen steeds in dezelfde val trappen. Namelijk dat je op ‘inhoudsniveau’ de discussie zou kunnen doen kantelen. Dat je de ander met feiten zou kunnen overtuigen. Maar dat is de bedoeling helemaal niet. Het gaat de pseudoscepticus slechts om diens ‘disrupting attitude’ met uitsluitend disruptie als doel. Niet het onderwerp zelf.

Het heeft geen zin te proberen een pseudoscepticus inhoudelijk te overtuigen. Beter is om wat Watzlawick vele jaren geleden als het ‘betrekkingsniveau’ omschreef, door de vraag ‘wat wilt u hier nu eigenlijk?’ bij de pseudoscepticus aan de orde te stellen. En te stoppen met de ‘discussie’ als deze daar niet op wenst in te gaan. Want anders blijf je diens onzin legitimeren.

HANS VAN DER SCHAAF