TELEVISIE Vijftig jaar Studio Sport

Postcoïtale triestheid

Op de dag dat Studio Sport vijftig werd miste het de gelijkmaker van Volendam tegen Feyenoord: stekker eruit. Nuttig falen dat gans een verleden terugbracht: het bordje Storing dat verscheen als de band tussen Hilversum en een arena weer eens was verbroken. Of mei 1963, toen Benfica-Feyenoord slechts live kon uitgezonden doordat in allerijl zendmasten in Salazar-Portugal en Franco-Spanje werden gebouwd. Het was het jaar van de eerste grote loonronde, start van de welvaartsstaat en van een optimisme dat mede dankzij voetbal vleugels kreeg: Feyenoord verloor die keer nog, maar vanaf 1970 wonnen zij, Ajax en PSV de bekers, haalden ‘we’ WK-finales en werden Europees kampioen.
Enfin, vanwege die verjaardag bezocht Studio Sport de maker van de twee Volendamse goals, Dominique van Dijk, live tijdens de avonduitzending in zijn huis. Ze hadden hem al gesproken in het stadionnetje na afloop van de wedstrijd en nu waren ze hem dus na de douche achterna gereden voor een diepte-interview. Dominique bleek te wonen in de Amsterdamse P.C. Hooft, waar de vierkante meter kost wat je achter de IJssel een herenhuis oplevert – die jongen speelt bij Volendám! Daar lag hij op zijn bank. Maar niet alleen. Naast hem, en vanwege de smaltegraad van de bank half op hem, lag zijn vriendin, die elke missverkiezing moeiteloos zou winnen. Veel leven zat er niet in het stel. Met een mengsel van onverschillig- en lamlendigheid gaf de schutter antwoord op obligate vragen over de wedstrijd en de diepere gevoelens die die bij hem hadden opgewekt. Uitputting door de slag tegen Rotterdam? Postcoïtale triestheid? Combinatie daarvan? Ook uit vriendin kwam weinig opzienbarends en die had toch niet gescoord: moe van het shoppen? Of ze vaker zo lagen was een der meer journalistieke vragen.
Om je vijftigste verjaardag te vieren maak je dus een van de meest gênante items ooit. Zozeer Jiskefet dat Tom Egbers bij de afkondiging de toon van het interview ter plekke parodieerde. Helaas zijn de beelden op internet onvindbaar. Daarom een tip: ga naar De reünie op Uitzending gemist. En kies de aflevering van diezelfde avond waarin de coryfeeën van Studio Sport in de schoolbankjes van Rob Kamphues plaatsnemen. Komt het tussen Egbers en Snoeks gegarandeerd nooit meer goed, die uitzending bewees dat zij daarmee aansluiten in een rijke traditie van gebrouilleerden met gigantische ego’s die elkaar het licht in de ogen niet gunnen en letterlijk jaren niet met elkaar spreken. Het begon al vervelend met Koos Postema die wel eens was ingehuurd voor Olympische Spelen en die de laatste tijd vaker in programma’s verschijnt om te melden hoeveel beter de televisie vroeger was, mede vanwege zijn eigen aandeel. Zwelbast Smeets hield zich nog in (of is er uitgeknipt) hoewel hij de Palestijnse gijzeling in München met pathos uitriep tot ‘de dag dat de sport zijn maagdelijkheid verloor’. Waarop Egbers fijntjes aan Berlijn ’36 herinnerde – ook geen vrienden als je het mij vraagt. Persoonlijk knapte ik het meest af op Theo Reitsma, die ik blind steunde in zijn eeuwige strijd met Evert ten Napel (opvallend afwezig!) om de beste wedstrijden. Reitsma had, zo bleek, een pesthekel aan Herman Kuiphof omdat die maar geen ruimte wilde maken en aan Koen Verhoeff mede-kroonprins. Toen iemand voorzichtig stelde dat Reitsma zelf ook geen plaatsmaakt was diens verbluffende en botte antwoord dat je iets moet blijven doen als je er goed in bent. Verwaand, gekwetst, gepikeerd, rancuneus. Wat een onaangenaam zootje kleine zielen!