Pot voor meneer

Een man als Maarten Spanjer is zonder alcohol erbij eigenlijk niet te verdragen. Hij is namelijk - momentje terwijl ik even een flinke slok neem - een ‘gewone jongen’. Zo'n jongen die niet houdt van politiek, wel van voetbal, niet van literaire dikdoenerij maar wel van een goeie mop, bijvoorbeeld over scheten.

Het allerleukste wat Spanjer ooit gedaan heeft was het spelen van een televisiesketch met de helft van een doorgezaagde voetbal op zijn hoofd. (Ik herinner me dat omdat ik toentertijd - ik was een jaar of vijftien - regelmatig dezelfde briljante grap uithaalde, als we in het jazzbandje waar ik in speelde allemaal een doorgezaagde voetbal op ons hoofd zetten en ons aan het publiek voorstelden als Pim Jacobs en de Pim Jacobsen.) Daarna verscheen Spanjer regelmatig op televisie, meestal in het soort Nederlandse comedyserie met twee decors: het interieur van de kroeg en de zit/slaapkamer van de barjuffrouw. Een jaar of wat was hij taxichauffeur op de buis, waarbij ik me altijd afvroeg waarom de van alcohol doordrenkte, larmoyante zeikverhalen die in elke Amsterdamse kroeg ongevraagd worden opgelepeld, ineens als ‘levensechte geschiedenissen’ op de televisie kwamen. Ook bracht hij ooit een boek uit samen met Rijk de Gooijer, een soort van kroegpraat in briefvorm, waarvan ik me nog de grap herinner: 'Heb je het al gehoord? Martin Gaus heeft een opvangcentrum voor seropositieve pitbulls geopend.’
Momentje terwijl ik even een nieuw vat open.
Al die tijd, zo vertelt mij nu uitgeverij De Arbeiderspers, was Spanjer niet, zoals je zou denken, werkzaam als keutelacteur, maar maakte hij 'lange omwegen die hem vaak op de televisie deden belanden’. In werkelijkheid was hij bezig met het 'in alle stilte scherpen van zijn pen’. Om daar vervolgens de literaire verhalenbundel Moedeloos voorwaarts mee neer te krassen, een kijkje in het leven van Maarten Spanjer, 'met liefdevolle aandacht voor gewone mensen’, 'ontroering door het gewone’, door een jongen die 'gewoon goed kan schrijven’.
Ik moet zeggen: ik heb inderdaad nog nooit zo'n gewoon boek gelezen. Opgroeien in een gewone volksbuurt met gewone mensen, waar gewoon elke dag gevoetbald werd met de bal van het moederskindje dat gewoon een bril droeg, behalve als de bal gewoon werd afgepakt door de buurman als de bal in zijn tuin terechtkwam, waar moeder gewoon stond te koken, waar alle andere vrouwen dan moeders gewoon hoeren waren, waar de koster gewoon graag naar kleine gewone jongetjes in korte broek mocht kijken en waar gewone homo’s gewoon Klemnaat heten, of 'chocoladeridder’.
Misschien dat u vanwege het laatste de indruk krijgt dat Maarten Spanjer een heel enge man is, maar dat valt wel mee: op de presentatie van Moedeloos voorwaarts was literaire chocoladeridder Gerrit Komrij hoogstpersoonlijk aanwezig, waarmee duidelijk werd aangetoond dat 1. Spanjer niets tegen homo’s heeft en 2. hij een literair boek heeft geschreven.
Zijn verhalenbundel is er een in een lange traditie van erkende Nederlandse meesterwerken als Max Tailleurs Langs mijn neus weg, Harry Touws Bakken aan de bar en natuurlijk De grote vette Moppentrommel (diverse auteurs). Ik kan u dit boek dan ook zeker aanraden, maar zorgt u wel dat u genoeg drank in huis hebt voor u begint te lezen, of beter nog: gaat u eerst naast een brouwerij wonen.