Opera: ‘Thijl’

Potsenmaker en viskoopman

Anthony Heidweiller als Tijl en de Dood in de opera ‘Thijl’ © Wouter Jansen

De potsenmaker Tijl Uilenspiegel, de Vlaamse verzetsheld tegen de Spanjaarden, en de verraderlijke viskoopman Judocus staan vlak naast elkaar in het zand in de opera Thijl uit 1940, die alleen in 1980 ooit eerder is gespeeld. Als je de achtergrond kent van dit werk van componist Jan van Gilse (1881-1944) en librettist Hendrik Lindt (1905-1985) kun je er nog meer in zien. Componist en tekstschrijver hebben tussen 1938 en 1940 intensief samengewerkt aan deze grootse opera. Dan wordt Nederland bezet en gaan hun wegen volkomen uiteen.

Van Gilse wordt een belangrijk verzetsman, die een centrale rol speelt in het kunstenaarsverzet. Zijn twee zoons worden door de Duitsers geëxecuteerd. Zelf sterft hij in 1944 in de onderduik. Lindt kiest voor collaboratie met de bezetter, waarschijnlijk uit opportunisme. Hij wordt lid van de nsb en de Germaanse SS en schrijft in gelijkgeschakelde bladen. Hij krijgt na de oorlog een publicatieverbod. In elk geval verraadt hij de idealen die Van Gilse en hij wilden uitdragen in de opera Thijl. Daarin wordt de Spaanse koning Philips II afgeschilderd als een voorloper van Hitler, die uit is op de wereldheerschappij en de Nederlanden onderdrukt.

Het is bijna ontroerend zoals Lindt in 1940 in de rancuneuze viskoopman een portret schildert van zichzelf twee jaar later. Levensecht zijn ook de gevechten in de herberg tussen voorstanders en tegenstanders van de Spanjaarden, waarbij niet altijd van tevoren duidelijk is wie welke partij zal kiezen. In het geheel is het beeld van de opstand tegen de Spanjaarden in deze opera uiterst genuanceerd. Gorinchem wordt verwoest door de opstandelingen en de monniken uit die stad worden tegen de belofte van Tijl in door Geuzen-leider Lumey opgehangen: de martelaren van Gorcum van 1572, een dieptepunt in de Tachtigjarige Oorlog.

Niet alleen de opera is genuanceerd, dat geldt ook voor de opvoering door Utrechtse studenten en beroepszangers ter gelegenheid van het lustrum van het Utrechtsch Studenten Concert op vliegbasis Soesterberg. Daarvoor is enorm veel werk verricht. Tegen een achtergrond van vele zeecontainers en een zandsculptuur van een stad (decor: Eric Goossens) laat regisseur Wim Trompert mensen van nu zien, in tijdloze, enigszins historiserende kleding in zwart, zilver, wit en grijs (kostuums: Martijn J. Kramp). Je kunt aan de Tachtigjarige Oorlog denken, maar ook aan de Tweede Wereldoorlog, of aan nu.

Van Gilse blijkt prachtige muziek te hebben geschreven, door het usc onder Bas Pollard afwisselend krachtig, ontroerend en wrang gespeeld. Bariton Anthony Heidweiller is een strijdvaardige, zeer levendige Tijl, Marcel Reijans een overtuigend lamlendige viskoopman. Overtuigend zijn ook alle andere zangers en het studentenkoor. De eindscène waarin de Dood weigert Tijl te accepteren, omdat hij als symbool van de vrijheid onsterfelijk is, is behoorlijk aangrijpend. Deze Thijl is een ware muzikale ontdekking.


Nog t/m 17 juli op Vliegbasis Soesterberg, bij het Nationaal Militair Museum, Verlengde Paltzerweg 1, Soest; thijl2018.nl