Potsierlijk popmuziek

Nieuwe cd van Underworld: de muziekwereld in rep en roer. Een embargo van bijna een maand, grote artikelen in de landelijke kranten, analysen van de betekenis van dit ‘belangwekkende’ wonder - een gebeurtenis. Want Underworld maakt intelligente popmuziek.

Waar slaat in godsnaam de potsierlijke term ‘intelligente popmuziek’ op? Een echte poprecensent zou op die vraag wel een antwoord weten. Simpel: op muziek die wordt gemaakt door mensen met gevoel voor traditie. Beetje retro dus. Teruggrijpen in de korte geschiedenis van een genre. O ja, en dan liefst dat even 'de essentie’ van een genre wordt blootgelegd (ook zo'n woord: de es-sen-tie). Underworld put uit de tijd voor house zich afscheidde van de popmuziek: synthesizertonen, soms het gevoel dat Divine ieder ogenblik kan invallen, een vleugje Italo-disco én op hun best even de tergende doem van The Sisters of Mercy. (Halleluja! Gelovige: zak door de knieën en dank God nu dat deze band heeft bestaan.) Het resultaat is heus om aan te horen. De tonen glijden uiterst gemakkelijk het ene oor in en het andere uit. Veel te gemakkelijk eigenlijk. Na een paar keer luisteren zakt Beaucoup Fish langzaam weg in het moeras van geluiden die dag en nacht stromen uit de speakers van de stad. Want Beaucoup Fish is precies de plaat die je anno 1999 hoort te maken als je heel hip bent en 'intelligente popmuziek’ maakt. Met die retro dus. En af en toe wat onbehaaglijke, doordreinende klanken die niet direct lekker in het oor liggen. (Ten teken van: experiment. Ten teken van: avantgarde!) In 1999 is de avantgarde in de popmuziek een recept even vast als dat van oerconservatieve genres als heavy metal, hiphop en reggae. Underworld is vooral hetzelfde van meer. A´lles is in 1999 hetzelfde, iedereen gelijk. De hoes van Beaucoup Fish is een uitvouwbare constructie zonder plaatjes en veel teksten. Simpele cirkeltjes volstaan. Dat heet: minimalisme (maar zal vast al neo-minimalisme zijn genoemd). De belettering is die van alle nieuwe hoesjes, en als die van alle nieuwe 'magazines’, en de flyers, en de reclames, en de websites, en… alles wat vorm te geven valt door een groep vormgevers die volkomen inwisselbaar zijn. Een leger klonen. Wie zal hun stamvader zijn? Nee: wie heeft hun mal geschapen? Ik weet het: Pepsi, samen met Nike en Microsoft natuurlijk. Daarom vier maal anders. Vier maal wél eigen, wél gedurfd en niet intelligent: + Nicotine - Double Penetration. Lachen man. Niemand nadoen en gewoon hard, zacht, massaal, solo van alles de lucht in slingeren - als het maar funky klinkt. Lachen man, pret maken, en dan ben je opeens zo goed dat George Clinton, de meester zelf, goedkeurend even meedoet. + Jimi Tenor - Organism. Eerste nummer een soort disco met zo'n hele irritante deejay die meezingt. En dan… ik weet het ook niet. Soms jazzliedjes misschien, dan meer house, een bijna soulballad met een veel te slijmerige Barry White-stem erdoorheen. Beetje funk. Ik vind het wel leuk. + Kula Shaker - Peasants, Pigs and Astronauts. Lang verwacht en lang genoeg gewacht kennelijk om een dubbelalbum te maken. Hij is fijn. Nummers opgebouwd als in psychedelische jaren-zestigmuziek. Weer veel asian underground. Afschuwelijk retro, klinkt daarom typisch nu. + Prodigy present the Dirtchamber Sessions Volume One. a, de Prodigy maar dat is niet erg, want ze doen niet zelf stoer. Mix van tientallen uiteenlopende platen. Eén nummer zit er bijna onversneden in: 'New York’ van de Sex Pistols.