Toneel: TO BE or not TO BE

‘Praat je als spiegel of als mens?’

Toen ik met een vriend in 1969 mijn eerste theaterreis maakte naar het Londense West End gingen we weliswaar voor de oerversie van de musical Hair, maar de bijvangst op toneelgebied was niet te versmaden.

Daaronder Bertolt Brechts Hitler-stuk Arturo Ui, met in de titelrol de toen legendarische tv-komiek Leonard Rossiter. Ik heb met open bek zitten kijken hoe organisch podiumbeesten uit diverse genres zich daar mengden. Dat was lang voor het oeverloze geouwehoer over hogere en lagere cultuur. In die heerlijke mix van uiteenlopende vaklui voelde ik me opnieuw ondergedompeld tijdens de openingsscènes van de Zuidelijk Toneel-voorstelling TO BE or not TO BE op basis van de gelijknamige Lubitsch-film uit 1942 en de toneelversie van Nick Whitby, mooi bewerkt door Han Römer. Je lazert tijdens de opening in minstens drie Droste-plaatjes tegelijk. Er wordt in Polen anno 1939 een stuk gerepeteerd over een bevriend staatshoofd dat op het punt staat dat land binnen te vallen. Het stuk wordt verboden. De toneelspelers in dit ­stuk-in-het-stuk moeten iets nieuws verzinnen (en raken tegen wil dank betrokken bij het Pools antifascistisch verzet). En de toneelmakers raken onderling ook nog eens in de clinch over zin en noodzaak van toneel. Getuige bijvoorbeeld een hilarische repliek van Raoul Heertje, een stief kwartier na het begin: ‘Praat jij nou als spiegel of als mens?’

De voorstelling is een idee van artistiek leider Matthijs Rümke, die haar ook zou regisseren maar die door ziekte tijdelijk werd uitgeschakeld. Gijs de Lange heeft die klus sterk overgenomen. De Rümke-geest van het mixen van uiteenlopende genres talenten, die bijvoorbeeld ruim tien jaar geleden een memorabele Driestuiversopera opleverde bij het nnt en onlangs een prachtige Mahagonny met het Breuker-collectief bij zijn eigen ZT, was toen al ruimschoots uit de fles. Je voelt aan alles dat een ensemble hooggetalenteerde potsenmakers, variété-artiesten, musici, vormgevers, toneelstudenten en door de wol geverfde acteurs hier samen aan een toneelfeest bouwen. De vertelling is een doortimmerde constructie die regelmatig onderuit wordt geschopt. De vormgeving is een toverdoos van Rieks Swarte die een geheel eigen rol speelt in het aanjagen, wat heet het ópjagen van de plot. De muziek houdt het publiek als het ware bij de ‘les’ van de hogere vorm van Ver­gnügen die (de hier als ‘ijdele kwast’ weggezette) Bertolt Brecht ooit verzon. Met in het middelpunt Ellen ten Damme uit wier optreden je de indruk kunt krijgen dat de avond ook is bedoeld als één grote medley van oorlogshits met een pittige scheut Nina Hagen als peper in de bilspleet.

De voorstelling is hoe dan ook tevens een ode aan het onversneden theaterhandwerk, aan die goddeloos uitdagende ruimte die bühne heet, aan de Hitler-grap en aan de noodzaak van de toneelmuze zelf. Heertje loopt erin rond om er genadeloos tegenaan te beuken, smekend om de formulering van die noodzaak. Die hij uiteindelijk krijgt van regisseur Dowasz, een prachtige tongue-in-cheek-rol van Han Römer: ‘Soms is het theater geen spiegel, maar moet de wereld zich maar eens aan óns aanpassen.’ In de kranten kreeg TO BE or not TO BE een kruideniersonthaal in slecht geschreven stukjes onder koppen als ‘Rommelig maar amusant’ of ‘De stijl is vet maar dat is de bedoeling’. Ga vooral zelf kijken. Dit is krachtvoer voor liefhebbers.


TO BE or not TO BE staat tot half juni in Heerlen, daarna in Rotterdam, Amsterdam, Leeuwarden, Utrecht en Zwolle, steeds van woensdag t/m zaterdag, hzt.nl