Het jaar van corona: Hoe de ander ons kan verrijken

Praat met vreemden!

Door corona sloop ook de onverwachte ontmoeting stilletjes uit ons leven. Terwijl praten met vreemden – anders dan we zelf denken (en vaak van thuis meekregen) – goed voor ons is. En voor de creativiteit en innovatie.

Toen de jonge designers Reinier Postma en Erik Peters begin oktober door sociaal ontwerpbureau Tante Netty uitgenodigd werden om de Eindhovense volkswijk Woensel-West in te trekken en bij bewoners te polsen wat er in hun buurt speelde, overheerste in alle gesprekken één thema: mensen misten de toevallige ontmoetingen in de wijk. ‘Op de eerste dag dat we er rondliepen gingen we even een rijwielhandel in – eigenlijk gewoon om naar de mooie fietsen te kijken’, vertelt Peters. ‘Maar het bleek geen gewone zaak te zijn. Buurtbewoners konden er behalve fietsen kopen en ze laten repareren zelf ook in de werkplaats sleutelen. En direct als je binnenkwam stond er rechts een grote ronde houten tafel waar normaal gesproken een thermoskan koffie stond. Mede-eigenaar Kim vertelde ons dat er mensen waren die er zeker elke week een of twee keer kwamen buurten. Maar sinds corona had ze sommigen al maanden niet gezien. Ze maakte zich zorgen.’

Ook veel andere plekken waar buurtgenoten elkaar voorheen spontaan tegenkwamen en een praatje maakten, waren door de coronamaatregelen verdwenen, ontdekten ze tijdens de gesprekken.

De ontwerpers besloten voor het kunstproject te onderzoeken hoe je nieuwe ontmoetingsplekken kon creëren. Maar daarvoor moesten ze eerst weten: hoe ontstaan die plekken eigenlijk? Ze trokken een tweede keer de wijk in, deze keer met een kar en koffie om dat aan bewoners te vragen – waarbij de kar zelf ook een ontmoetingsplek werd. ‘We vielen natuurlijk nogal op’, zegt Postma. ‘Dus dat hielp!’

Wat ze ontdekten was dat ontmoetingsplekken vaak spontaan ontstaan. Zoals die in de rijwielzaak. Maar ook door een plotselinge verandering – een huizenblok dat ineens gesloopt werd. De lege kavel werd een hondenuitlaatplek waar baasjes elkaar ontmoetten, maar door de sloop hadden bewoners ook ineens uitzicht; ze zetten bankjes neer, gingen in hun voortuin zitten en hadden contact met buren die ze voorheen nauwelijks spraken. Dat waren vooral tijdelijke ontmoetingsplekken, terwijl Peters en Postma op zoek willen naar duurzamere varianten.

Niet alleen de bewoners van Woensel-West missen sinds de coronacrisis het toevallige contact. Werknemers snakken sinds ze massaal thuis werken naar de fysieke aanwezigheid van collega’s, blijkt uit verschillende onderzoeken naar thuis werken (en dan vooral naar het informele praatje bij de koffieautomaat). En nieuw onderzoek van de Tilburg University laat zien dat zo’n veertig procent van de Nederlanders zich iets eenzamer voelt dan vóór de coronacrisis. Dat bleek niet te komen doordat ze hun familie en vrienden minder zagen (dat compenseerden ze door meer te bellen en te appen), er leek eerder een verband met een afname van het aantal informele contacten met kennissen en buren. Die blijken veel belangrijker dan tot nu toe werd gedacht, aldus een van de onderzoekers, Gerine Lodder (die geen tijd heeft voor een gesprekje).

‘Het onverwachte praatje bij de kassa of de koffieautomaat is de smeerolie van de samenleving’, zegt Iris Posthouwer, trainer en schrijver van het boek Small Talk Survival. ‘Dat merken we nu al onze professionele contacten via Zoom en Teams lopen – het is allemaal zo functioneel en efficiënt. En kleurloos.’ We realiseren ons volgens haar ineens hoeveel dingetjes we informeel regelen en te weten komen: ‘Hé nu ik je toch spreek, wat vind je van…’ Dat valt nu weg. ‘Ons leven is een stuk saaier omdat de toevalligheid, het onverwachte eruit verdwenen is. Je kunt ’s avonds aan tafel niet vertellen: wat ik vanmiddag toch meemaakte op kantoor… Corona maakt dat we allemaal een beetje kluizenaar zijn geworden; we zien maar een paar mensen en zitten dus nog dieper in onze eigen bubbel dan we toch al zaten.’

Dat oppervlakkige contacten belangrijker zijn voor ons welbevinden dan gedacht, is toch ook weer niet een echt nieuwe uitkomst. Beroemd is het onderzoek van de Amerikaanse gedragswetenschappers Nicholas Epley and Juliana Schroeder uit 2014 die forenzen in Chicago vroegen om de ongeschreven regel: vermijd oogcontact en staar naar je mobiel, te overtreden en in ruil voor een vijf dollar Starbucks-giftcard hun eerstvolgende rit een praatje te maken met degene naast hen in de trein of bus. Aan het eind van de reis bleken deze kletsende OV-reizigers zich in een betere stemming te bevinden dan de reizigers van de controlegroep die zich niet aan een kletspraatje hadden gewaagd.

Vergelijkbaar onderzoek is vaak gedaan. Gillian Sandstrom, gedragswetenschapper aan Univer-sity of Essex, liet proefpersonen hun interacties met anderen bijhouden via twee zaktellers, een voor vrienden en familie (‘strong ties’), de andere voor vagere bekenden (‘weak ties’). Zowel introverte als extraverte mensen voelden zich beter als ze meer interacties op een dag hadden gehad. Maar het opvallendste: het maakte nauwelijks uit of het goede bekenden waren of vage kennissen.

Ook uit de onderzoeken die volgden kwamen vergelijkbare conclusies: of het nu ging om studenten die meer klasgenoten zagen dan normaal, of mensen die een praatje maakten met de barista van het koffietentje waar ze altijd aanwipten – die extra contactmomenten leken altijd samen te gaan met een hoger gevoel van welbevinden in vergelijking tot de groep die van dat contact verstoken bleef.

Waarom die kleine ontmoetingen zo’n groot effect hebben op ons welzijn komt volgens onderzoeker Sandstrom doordat die dagelijkse contactmomenten ervoor zorgen dat je je ergens bij voelt horen. ‘Je voelt je gezien’, zegt ook trainer Posthouwer die nog nooit zoveel trainingen Small Talk heeft gegeven als in de coronatijd. ‘En dat is een basisbehoefte van mensen. Als je verhuist en de caissière van je nieuwe supermarkt herkent je voor het eerst – dan voel je je echt thuis op je nieuwe plek.’

‘Als je iemand tegenkomt die je minder goed kent, ben je even je leukste zelf en dat heeft een langer effect’

Zelf ervoer ze dat ooit heel bewust op het vliegveld van Ghana: ‘Ik had mijn vlucht gemist, voelde me alleen en ontheemd. Ik wilde mijn mobiel opladen maar het enige stopcontact was bezet waardoor ik aan de praat raakte met de eigenaar van die mobiel. Ik zou je niet eens kunnen vertellen waar we het over hadden, maar ik voelde me daarna echt opgetild. Ik had door dat gesprekje over koetjes en kalfjes die unheimische plek tot mijn thuis gemaakt.’

Ook Peters en Postma hoorden van de bewoners van Woensel-West dat die de toevallige praatjes zo misten omdat ze zich daardoor onderdeel voelden van hun buurt. Peters: ‘Ze geven een gevoel van verbondenheid. We hebben dat als mensen gewoon nodig.’ Postma merkte dat trouwens zelf ook: ‘Omdat alles plat lag tijdens de lockdown had ik er een baantje als fietskoerier bij genomen. Ik knapte er qua humeur ook enorm van op. Ik zag in die tijd heel weinig mensen. Door die pakjes rond te brengen had ik steeds even contact en korte gesprekjes met nieuwe mensen. Ik werd er echt blij van.’

De informele contacten hebben ook weer een gunstig effect op onze relaties met vrienden en familie. Een collega met wie Sandstrom nauw samenwerkte, viel het ooit op dat haar vriend Benjamin zich soms onuitstaanbaar gedroeg tegenover haar als hij chagrijnig was. Maar zodra hij een bekende tegenkwam draaide zijn stemming als een blad aan de boom om. En het gekke was dat hij daarna ook tegen haar weer gezellig en leuk was. Het team van Sandstrom onderzocht of het gewoon een persoonlijke onhebbelijkheid was of iets wat vaker voorkwam. En jawel, toen ze stelletjes in het lab observeerden, bleken de meesten het ‘Benjamin-effect’ te vertonen: ze gedroegen zich leuker tegenover degene die ze net ontmoet hadden dan tegenover hun partner.

‘Vreemden zien je zoals je je gedraagt en niet zoals je “eigenlijk” bent’, verklaart Posthouwer, ‘waardoor je meer je best doet als je iemand tegenkomt die je minder goed kent. Je bent even je leukste zelf en dat heeft een langer blijvend effect. Als je jezelf dus vaker dwingt om ondanks je chagrijn toch een praatje te maken in de supermarkt ga je je echt beter voelen.’

Het zou ook weleens goed kunnen zijn voor je creativiteit. Al in de jaren zeventig ontdekte Mark Granovetter, een sociologie-professor aan Stanford University, de kracht van ‘weak ties’. Hij ondervroeg 282 werknemers over hoe ze aan hun baan waren gekomen: slechts een klein aantal had die via goede bekenden gekregen; 84 procent via verre contacten die ze slechts sporadisch zagen. Volgens Granovetter is dat zo omdat je vrienden en familie in min of meer dezelfde informatievijver zwemmen als jij. Nieuws over nieuwe mogelijkheden krijgen we dus vooral van buiten onze inner circle.

‘Juist nu we zo in onze eigen bubbel zitten en tegelijkertijd meer gepolariseerd zijn dan ooit is het belangrijk om af en toe je eigen kleine wereldje uit te stappen’, vindt Peters. ‘Als je praat met een vreemde loop je even mee in andermans leven.’ Wat de boel een beetje opschudt, vindt Postma: ‘Je krijgt nieuwe inzichten – hoe klein ook.’

Het platform Seats2Meet dat al meer dan een decennium bestaat en waar inmiddels ruim 120.000 Nederlanders bij zijn aangesloten, heeft daar zelfs zijn businessmodel op gebouwd. Ook in coronatijd zijn veel co-werkplekken gewoon toegankelijk. ‘Ons doel is de onverwachte ontmoeting faciliteren’, zegt Martine Maris van Seats2Meet International. Wie op zoek is naar een werkplek kan die gratis door het hele land reserveren (inclusief stilteplekken in molens of caravans in de natuur – de zogenaamde Seats2Meet Silence) op voorwaarde dat hij openstaat voor ontmoetingen en zijn kennis deelt. ‘Je betaalt met je expertise in plaats van met geld.’ (De harde valuta komen binnen via zalenverhuur).

‘Wij geloven in de kracht van de onverwachte ontmoeting. Het is goed voor mensen en bedrijven als ze niet steeds in hetzelfde clubje zitten, maar onderdeel zijn van een dynamisch netwerk, een soort ecosysteem. Als je mensen uit andere werelden ontmoet met andere ideeën die zich met andere dingen bezighouden, dan verrijkt dat en ontstaat er heel vaak iets nieuws: serendipiteit – de ongezochte vondst.’

Bij Seats2Meet helpen ze het toeval een handje met een digitale ‘workspace’ waarin je vragen kunt stellen, vragen krijgt van anderen, op zoek kunt naar experts, kunt sparren met iemand in een virtuele kamer en suggesties krijgt voor ontmoetingen – zo is de onverwachte ontmoeting ook in coronatijd gewaarborgd. Dat die serendipiteit niet alleen een mooi idee is, maar ook echt tot stand komt blijkt uit onderzoek van de Erasmus Universiteit bij Seats2Meet. Eén op de drie ‘co-workers’ heeft ervaren dat ze iets bruikbaars vonden waar ze niet direct naar op zoek waren en bij één op de zes leidde de onverwachte ontmoeting ook echt tot een nieuwe opdracht, baan of idee.

Waarom we toch zo’n weerstand hebben tegen een praatje maken? We zijn bang dat we tegenvallen

J e zou denken dat mensen door zoveel voordelen elke gelegenheid wel zullen aangrijpen om een onbekende aan te klampen. Het tegendeel is het geval. Ondanks dat overweldigende bewijs voor de positieve kanten van praten met vreemden moeten we er niet zoveel van hebben. Een onderzoek van Motivaction wees ooit uit dat 88 procent van de Nederlanders er moeite mee had om zomaar iemand aan te spreken. In het reizigersonderzoek in Chicago voorspelden bijna alle forenzen van tevoren dat degenen die met hun medepassagier moesten kletsen een minder prettige reis zouden hebben dan degenen die lekker stil in hun eentje konden werken.

Die misvatting is zo sterk dat de van oorsprong Amerikaanse pendelaar Jonathan Dunne die in 2016 het gezwijg in de Londense metro zo beu was dat hij gratis buttons uitdeelde met ‘Tube chat?’ om gesprekken op gang te brengen, finaal werd neergesabeld in de media. Op Twitter, in kranten maar ook via tegenbuttons als ‘Don’t even think about talking to me’. Zijn de Londenaren gewoon een stelletje in zichzelf gekeerde, gereserveerde types die je de stuipen op het lijf jaagt met een spontaan babbeltje? Nee hoor. In 2019 herhaalden Epley en Schroeder hun onderzoek in de Britse hoofdstad. Met dezelfde resultaten als in Chicago: ook de Londenaren knapten tegen hun verwachting op van een gesprekje met een medepassagier in de metro.

Voor Londenaar Chris Zaïr reden om het experiment van Dunne opnieuw een kans te geven. Hij verkoopt sinds 2019 badges met ‘#HappyToTalk’. Aanleiding was een gesprekje van twintig minuten met een oudere man op een mooie zondagmorgen in de Victoria Line, ‘vol verhalen over zijn tijd in Londen’. Het maakte hem (en de rest van de coupé die zichtbaar zat mee te genieten) blij. Hij is ervan overtuigd dat we ‘door korte, vriendelijke gesprekken betere, gelukkigere leden van onze samenleving’ worden. Zaïr heeft het minder voor zijn kiezen gekregen dan Dunne, maar echt storm loopt het niet. Hij schat – zo laat hij via de chat weten – dat hij er tot nu toe zo’n duizend heeft verkocht en weggegeven.

Jammer, vindt hij omdat ‘we thuis opgesloten zaten waardoor we al minder kansen hadden om mensen tegen het lijf te lopen. En als we al naar buiten konden, wierpen de mondmaskers een flinke barrière op; die hielpen niet bepaald mee om het ijs te breken.’ Een badge had dus best kunnen helpen. Tegelijkertijd merkt hij dat we door corona ons wel meer bewust zijn geworden van onze naaste contacten: de buren, de winkeleigenaar op de hoek. ‘We kijken meer naar mensen om.’

Ook in Nederland was dat het geval, zeker tijdens de eerste lockdown: buurtgenoten deden op grote schaal boodschappen voor elkaar, dronken raamkoffie met ouderen. Jumbo opende hier en daar een ‘kletskassa’ waar klanten zich niet hoefden te haasten en terecht konden voor een praatje en verkocht ‘kletspakketten’ – waarmee mensen zelf iets konden bakken of koken voor een ander, met bijgeleverd weggeefdoosje en kaartje.

Waarom we toch zo’n weerstand hebben tegen een praatje maken met onbekenden heeft Sandstrom ook onderzocht. Zij en haar collega-onderzoekers groepeerden de genoemde bezwaren als volgt: mensen waren bang dat ze het gesprek niet leuk zouden vinden, dat de gesprekspartner zou tegenvallen, dat ze zelf conversatievaardigheden ontbeerden en omgekeerd: dat de ander het gesprek zou vinden tegenvallen, zijzelf als gesprekspartner niet in de smaak zouden vallen en de ander de kunst van het converseren niet verstond. Waarbij ze er steeds banger voor waren dat de ander niets aan het gesprekje zou vinden of aan henzelf dan omgekeerd. En hoe banger, hoe minder bereid ze waren om een kletspraatje aan te knopen. Wie het desondanks had aangedurfd, of daartoe aangespoord was, voelde zich achteraf niet alleen prettiger, maar vond de gesprekjes ook veel beter gaan dan verwacht.

Maar dat zijn redenen die mensen zelf aandroegen en die zeggen niets over hun onbewuste angsten. In het boek Praten met vreemden onderzoekt de Amerikaanse journalist Malcolm Gladwell waarom het in bepaalde gevallen soms zo rampzalig mis kan gaan als vreemden met elkaar geconfronteerd worden. Anders dan de titel doet vermoeden gaat het in Gladwells boek niet om niets-aan-de-hand-gesprekjes. Hij kijkt naar ontsporingen als vreemden elkaar ontmoeten. Naar uit de hand gelopen aanhoudingen door de politie, amateuristische ontmaskeringen van spionnen en seksuele intimidatie. Naar momenten waarop praten met vreemden finaal misgaat.

Zijn conclusie is dat we mensen veel slechter kunnen inschatten dan we denken. We zijn goedgelovig waardoor we denken dat mensen de waarheid spreken (wat ze ook meestal doen, maar soms dus niet); we denken dat mensen transparant zijn, dat hun lichaamstaal één op één correspondeert met hun gevoel alsof ze acteurs in tv-soaps zijn (maar schuldige mensen zien er niet altijd schuldig uit) en we denken dat mensen consistent zijn en zich in de toekomst zullen gedragen zoals ze dat eerder deden zonder dat we rekening houden met de omstandigheden. Mogelijk voelen we daar intuïtief iets van en bedanken er daarom voor om met vreemden te praten.

Overigens is Gladwells boek geen oproep om vreemden dan maar te mijden – zeker niet. Het gaat namelijk veel vaker wél dan niet goed: we zouden in ons tijdsgewricht niet eens meer kunnen functioneren als we de ander niet zouden vertrouwen, schrijft hij. En hij citeert Tim Levine, professor communicatiewetenschap aan University of Alabama, volgens wie de mens in de loop van de evolutie geen vermogen heeft ontwikkeld om de ander goed in te schatten omdat dat te weinig voordeel oplevert: ‘In ruil voor het risico dat we zo nu en dan worden voorgelogen, krijgen we efficiënte communicatie en sociale coördinatie. De voordelen zijn enorm, de kosten naar verhouding verwaarloosbaar.’

Door corona hebben we die voordelen opnieuw ontdekt, concludeert trainer Posthouwer. ‘Al moeten we er harder ons best voor doen en veel lichaamstaal compenseren met taal nu onze glimlach achter een mondkapje schuilgaat.’ Ze raadt aan eens een short cut te nemen door niet ‘Hoe gaat het?’ te vragen aan de buurman maar door iets persoonlijks te delen of naar iets concreters te vragen. ‘Hoe was je dag tot nu toe’ leidt al tot een voorsprong in intimiteit: je zit met zo’n vraag eerder op een hoger niveau van converseren.

De ontwerpers kunnen daar hun voordeel mee doen. In januari is het tweede deel van hun onderzoek begonnen en spreken Peters en Postma opnieuw met de Eindhovense buurtbewoners, als onderdeel van ’This is not a simulation’, geïnitieerd door het Stimuleringsfonds. Niet bij hun koffiekar op straat, maar tijdens Het spreekuur – een radiotalkshow waar ze coronaproof buurtbewoners, lokale ondernemers en andere vertegenwoordigers van de buurt kunnen ontmoeten en met elkaar in contact brengen. Peters: ‘Zodat door die ontmoetingen van verschillende perspectieven je blik verruimd wordt’.

Fotoproject Riff of Silence

Riff of Silence van de fotograaf Wen Hang Lin, geboren in Taiwan en nu woonachtig in Arizona, is een voortdurend project dat is gebaseerd op de toevallige ontmoeting. De overlappende beelden brengen gebeurtenissen samen die niets met elkaar te maken hebben; ze beogen een glimp tussen twee tijdlagen vast te leggen. Wen Hang Lin: ‘The unforeseen result also echos the mysteries of life, thereby limiting calculating, planning, or controlling. When the seen and unseen meet – and strangeness and beauty intertwined – they reveal the urgency in the value of seeing.’