Praatjes bij plaatjes

Charlotte Mutsaers, Het circus van de geest: Emblemata. Meulenhoff, 314,50 bij Antiquariaat Van Gennep
In Bloempjes der vreugd voor de lieve jeugd, het historische boeket dat Leonard de Vries ooit samenstelde uit proza, poëzie, rijmprenten en alfabetische letterkransjes voor ‘Jonge Heeren & Juffers en hunne brave Ouders’, staat een strip avant la lettre die ‘De nieuwe verkeerde wereld’ heet. Als kind heb ik eindeloos naar die prent getuurd. Op de 25 zwartwittekeningen is de omgekeerde wereld afgebeeld; de kerk staat op de toren, de vissen vliegen door de lucht, de kreupele draagt de gezonde, de haas schiet de jager en de dief vangt de schout.

Ik vond het natuurlijk vermakelijk, die omgekeerde wereld waarin je een grote vis met een hengel in de vissebek de visser uit het water ziet trekken, maar er was meer aan de hand. Je zou kunnen zeggen dat ik door die plaatjes van de ‘verkeerde wereld’ begreep dat de 'goede’, 'gewone’ wereld helemaal niet zo vanzelfsprekend is.
Ik moest aan de achttiende-eeuwse kinderstrip denken toen ik het debuut van Charlotte Mutsaers, Het circus van de geest: Emblemata, opnieuw 'las’. (Lezen is het woord niet, want Het circus van de geest bestaat uit emblemata: praatjes bij plaatjes, waarbij vooral de plaatjes de pagina vullen.) Op een van de tekeningen in het boek zit de ezel met een zweep in zijn poot op de wagen; het gevaarte wordt getrokken door een man. De tekst eronder is in spiegelbeeld geschreven en luidt: 'Van alles wat men u ooit leerde/ geldt evenzeer het omgekeerde.’ Als je die zin met behulp van de spiegel hebt ontcijferd, krijg je meteen in de gaten waar het in Mutsaers’ universum om draait: om onverwachtheid en ongerijmdheid.
De tekeningen in Het circus van de geest hebben dezelfde trefzekere onhandigheid als de plaatjes op de kinderprent. Verder doet de combinatie van tekening en tekst, daar duidt de ondertitel al op, denken aan de zeventiende-eeuwse sinnepoppen, die zinnebeeldige tekeningen met zwaar moralistische boodschap eronder die Jacob Cats zo populair maakten. Natuurlijk heeft Mutsaers net als vadertje Cats een moraal, maar dan een die uitblinkt in lichtheid, grilligheid en koppige blijmoedigheid. 'Zelfs een haas van chocola’, dicht ze, 'poept weleens vanillevla.’ Bij een tekening van een mannetje met reusachtig lid staat: 'Aladdin en de wondertamp:/ neen, het leven is geen ramp.’ En: 'Laat een vulcaan zijn vlammen gaan/ steek dan vlug een pijpje aan’.