Media

Praatjes & plaatjes

Afgelopen week heb ik voortdurend in de Cosmographia van Sebastian Münster zitten bladeren. Wat een boek! Voor het eerst verschenen in het Duits in 1544, werd het tot aan het begin van de zeventiende eeuw keer op keer herdrukt en vertaald. Tot op de dag van vandaag is het geliefd en onbetaalbaar.

De reden hiervan is niet zozeer de tekst - die ook, een van de eerste grote moderne overzichten van alles wat er te weten viel - als wel de plaatjes. In de eerste edities waren dat er ruim vijfhonderd, in de laatste bijna drie keer zo veel. Kaarten, stadsaanzichten, portretten (Erasmus), dieren, planten en ga zo maar door. Bij mijn weten is er niet eerder een boek verschenen dat in zo kort bestek zo veel houtsneden bevatte. Je blijft kijken. Voor wie het eveneens wil zien.

Elders in dit nummer van De Groene staat een essay over de Spaanse schrijver José Ortega y Gasset. Een interessante man. Toch heb ik één fundamenteel bezwaar tegen zijn werk: de abstractie. Je ‘ziet’ te weinig. Woorden, steeds meer woorden. Maar waar die voor staan is vaak onduidelijk. Hetzelfde bezwaar kun je tegen veel (Duitse en Franse) filosofie inbrengen, tegen veel sociale wetenschap, tegen veel politiek of tegen managerstaal. Wat wordt bedoeld? Is het groen, blauw, vierkant, groot? Woorden kunnen de irritante neiging hebben dat ze meer ver- dan onthullen. Vandaar ook de weerzin van velen, onder wie ik, tegen al te abstracte begrippen, zeker als die begrippen ook nog gebruikt worden in een abstract betoog. Noem man en paard en als dat te ingewikkeld is, geef dan op z'n minst een voorbeeld. Hierin onderscheidt de journalistiek zich ook van de wetenschap. Terwijl laatstgenoemde de neiging heeft te veralgemeniseren en te abstraheren, beperkt de journalistiek zich liever tot het concrete. Don’t tell but show luidt haar klassieke motto: laat concrete gevallen zien, geef mensen het woord, kom met voorbeelden. Het gevaar hiervan is het anekdotisme: journalistiek als niet meer dan een oeverloze aaneenschakeling van feitjes en voorbeeldjes. Het nadeel van veel wetenschap daarentegen is het tegenovergestelde: niets dan ongrijpbaarheden. Het is evident waar de juiste vorm ligt: een afwisseling van inzoomen en uitzoomen, details en generalisaties door elkaar.
Toen wij in de jaren zeventig en tachtig van de twintigste eeuw studeerden, ging dat bijna uitsluitend via combinaties van 26 letters. Wij waren talige mensen, althans zo werden we opgeleid. Dat was te meer het geval omdat veel studies, waaronder de mijne (geschiedenis), sterk onder invloed stonden van de sociale wetenschap en deze op haar beurt weer in de ban was van systemen, modellen en ideologieën, abstracties dus. Gevolg hiervan was dat we zonder blikken of blozen over 'de’ arbeidersbeweging spraken, 'de’ democratie, 'het’ communisme en 'de’ Verlichting. Tegenwoordig kom je hiermee niet meer weg en als je het probeert, zie je welhaast als bij toverslag glazige blikken. Huidige studenten denken concreter. Ze willen voorbeelden, mensen van vlees en bloed, feiten, kortom plaatjes, geen praatjes en indien wel, dan op z'n minst praatjes mét plaatjes. Een college waarin alleen gepraat wordt, is nauwelijks nog te verkopen. Je moet op z'n minst een fraaie Powerpoint maken, met daarin liefst ook nog linkjes naar afbeeldingen, filmpjes en andere concretiseringen. Een college wordt inderdaad een (don’t tell but) 'show’. En kijk maar eens naar de gedrukte media. Idem dito: steeds meer plaatjes, steeds minder praatjes. De meeste lifestyle- en andere publieksbladen gaan veelal zelfs al zo ver dat de tekst bijkomstig is, bijschrift. Kranten, ook de serieuze, vertonen deze neiging: meer beeld, niet alleen foto’s en cartoons maar ook infographics en andere visuele vertalingen van informatie. We leven kortom in een beeldcultuur. De Cosmographia van Sebastian Münster is er om te bewijzen dat de wortels ervan oud zijn.
Maar elk voordeel hepse nadeel. Plaatjes zijn prachtig maar zoals gezegd nogal snel anekdotisch. Dat is ook letterlijk het geval. Terwijl woorden in elkaar rijgen, staan plaatjes los van elkaar, met als gevolg een (wereld)beeld dat is als Polynesië: duizenden eilanden waartussen alleen de moedige reiziger of stoutmoedige cartograaf nog verband kan zien. De anderen zien niets anders dan het ene eiland na het andere en dit zo vaak als er eilanden zijn. Rond 1630 hield men op de Cosmographia van Münster te herdrukken. Een boek waarin alle wetenschap bijeenstond, was niet meer van de tijd. Men wist te veel. Er was geen manier meer om dat alles bijeen te houden. Anno nu is dat vanzelfsprekend in nog veel sterkere mate het geval. Tegelijkertijd is de behoefte aan overzicht groot en groter naarmate de kennis groter wordt. Maar zo'n overzicht moet ook concreet zijn: met 'plaatjes’ dus, inzoomen! Kan dat? Is er nog iemand die concreet kan zijn en tegelijkertijd zover uitzoomt dat je, zoals bij Münster, 'heel de wereld’ ziet? Ik ben bang van niet.