Praatjes voor plaatjes

Ik nam een taxi. De chauffeur begon een praatje. Meestal heb ik daar geen zin in, maar ik was door sores een beetje van slag. Het was bovendien een aardige man. Toen gebeurde wat ik eerder in m'n leven meemaakte als ik alleen op reis was: je bent wat labiel, je ontmoet iemand die sympathiek en belangstellend is en de juiste vragen stelt, en tot je eigen verbazing vertel je die wildvreemde meer over jezelf, je verlangens, angsten, dan je ooit deed tegenover je naasten.

Waarschijnlijk is dat juist niet verbazend, zeker niet voor iemand die zich nooit bekeerde tot therapeutenbank of weekend- relatietherapie op basis van voetreflexmassage en kleurenaura a raison van 3 2869 p.p. excl. btw. Dat de ander wildvreemd is, is juist voorwaarde: die zie je tenminste nooit terug. Het mechanisme zal verwant zijn aan dat wat naar overlevering velen op oceaanreizen tot uitspattingen van velerlei aard bracht: er is even geen verleden en toekomst, alleen een ‘nu’. Daar is trouwens geen Holland-Amerikalijn voor nodig, als we de rubriek 'Liefde’ in de Volkskrant-reisbijlage 'Traject’ mogen geloven.
Enfin, de chauffeur vroeg en ik praatte. Over vrouwen en over seks. En dat ik daar eigenlijk nooit veel aan gevonden had. Maar ja, je doet het omdat het van je verwacht wordt. M'n huwelijk had dat geen goed gedaan en dat was dan ook afgelopen. En inderdaad, ik had ontdekt dat ik eigenlijk meer om jongens gaf. Ik had ook een min of meer vaste vriend gehad maar dat was nu uit. En ik zag eigenlijk niet zo goed hoe ik op mijn leeftijd nog aan een nieuwe relatie zou komen.
Toen gebeurde wat ik helemaal niet verwacht had. Die chauffeur zei dat hij min of meer in hetzelfde schuitje zat. Het was ook net uit met zijn vriend. En of ik geen zin had nu een kopje koffie met hem te gaan drinken want je wist maar nooit. Dat overviel me nogal. Ik bedoel: ik was op weg naar een afspraak; ik kende de man helemaal niet; ik had hem alleen maar via zijn spiegeltje gezien; en ik had eigenlijk nooit zo maar, met een wildvreemde en plotseling… Dus ik zei dat ik niet wist of ik dat wel wilde. Hij reageerde een beetje gepikeerd. Dat vond ik ook weer vervelend, want het was toch eigenlijk aardig bedoeld. En bovendien, ik was in de war en ik verlangde natuurlijk ook wel naar iets nieuws, naar iemand met wie het misschien wel zou klikken. En zo een kans krijg je toch niet een, twee, drie. Dus ik zei dat ik misschien wel…
Maar nee, voor hem hoefde het niet meer. Wat pissig zei hij dat we elkaar misschien nog wel es in zijn taxi tegen zouden komen. Toen waren we op mijn bestemming, ik wilde afrekenen en hij zei dat dat niet hoefde omdat de NCRV betaalde want alles was met de camera opgenomen. En of ik zo sportief wilde zijn het te laten uitzenden.
Tot hier de ik-vorm omdat de lezer zich daardoor makkelijker identificeert, en omdat ik me tot hier in die ongelukkige man, achter in Maarten Spanjers auto, kon verplaatsen. Alleen, waarom hij toestemming en niet een doodklap gaf is me een raadsel. Maar zou nu nooit meer iemand aan boord willen komen met de bewering dat Taxi een integer programma is? Gore uitlokking, anders niet.