Film

PRACHTIGE, DODE OGEN

FILM Sleuth

De namen op het affiche van Sleuth zijn indrukwekkend: Michael Caine, een van de grootste nog levende filmacteurs, Hollywood-sekssymbool Jude Law, de gerenommeerde toneelschrijver Harold Pinter, en Kenneth Branagh, de Engelse regisseur en acteur die na een paar Shakespeare-films werd gebombardeerd tot ‘opvolger’ van de grote Laurence Olivier.


Even groots als de namen is echter de mislukking: Sleuth is een draak van een film. Het doet pijn aan de ogen de grote Michael Caine in deze drek aan het werk te zien. Dit is verreweg de slechtste film uit zijn carrière – en hij heeft al heel wat slechte films op zijn naam staan. Hoe briljant hij kan zijn, blijkt evenwel uit een paar close-ups in de eerste tien minuten van Sleuth: een koud, wit gezicht, van onderen belicht, zodat de prachtige, dode ogen, die doods blijven ook wanneer de mond lacht, groots in beeld komen. Heel even vangt de kijker een glimp op van de grote Caine; heel even zijn het dezelfde ogen als die van de moordende travestiet dr. Robert Elliott, misschien wel Caine’s beste rol, in Brian de Palma’s meesterwerk Dressed to Kill (1980). Maar dan is het moment weer weg en keert de harde werkelijkheid terug: die vreselijke film, Sleuth.

Sleuth is een remake van Joseph L. Mankiewicz’ gelijknamige film uit 1972, gebaseerd op Anthony Shaffers toneelstuk, met in de hoofdrollen Laurence Olivier en een jonge Michael Caine. In de nieuwe versie is Branagh de regisseur, Pinter de scenarist, speelt Caine de rol die Olivier in het origineel vertolkte, en is Law het personage van Caine in Mankiewicz’ versie. In het verhaal bezoekt de jonge Milo Tindle (Caine in Mankiewicz’ versie, Law in die van Branagh) de ultramoderne villa van thrillerauteur Andrew Wyke (Olivier/Caine). De reden voor het bezoek blijkt de relatie die de vrouw van Wyke heeft met Tindle. Tindle wil een echtscheiding afdwingen. Wyke legt vervolgens een bizar plan aan Tindle voor: in ruil voor de overspelige echtgenote – Wyke toont zich juist opgelucht dat zij eindelijk weg is – mag Tindle na een inbraak, die zij samen in scène zouden zetten, er vandoor gaan met miljoenen aan juwelen.

Zo begint een spel waarin alles schijn is. Althans, in het origineel. Want in de remake van Branagh is er geen moment sprake van spanning. De grote gimmick in het verhaal is bijvoorbeeld binnen vijf seconden uitgewerkt, letterlijk. Wat overblijft zijn onuitstaanbaar saaie dialogen waarin slechts flarden van de genialiteit van Pinter, die in 2005 had aangekondigd te stoppen met het schrijven van toneelstukken om zich meer op politiek en poëzie toe te leggen, zichtbaar zijn. Het ‘pintereske’ aan de film ligt in de wijze waarop de personages een stortvloed aan taal gebruiken om een onderhuidse waarheid te maskeren en verder uit te diepen. In Sleuth gaat het om homoseksualiteit, waarbij het lichamelijke en geestelijke kat-en-muisspel tussen Wyke en Tindle een uiting van onderdrukte homo-erotische gevoelens is. Twee mannen die graag seks met elkaar willen: meer is er niet in Branaghs film. Sleuth is een oppervlakkige, mislukte film – alleen goed voor wie bereid is plezier te ontlenen aan herinneringen aan de Caine van weleer, de grote acteur met de schitterende dode ogen.

Te zien vanaf 17 januari