Prachtige partijdige portretten

Wie wil meepraten over wat typisch Nederlands is – de dominee en koopman in ‘ons’, de gids die de wereld waarschuwt en de moralist die vermaant – maar zich weinig gelegen laat liggen aan de vaderlandse geschiedenis (maar wat is vaderland?), zal zich moeten oefenen in bescheidenheid. Menig binnendijks politicus, of hij nu uit Venlo komt of zij in Nijmegen slapend PSP-lid is geweest, spreekt zich onbekommerd uit over wat binnen onze grenzen past of niet kan. Daarbij baseren ze zich op het bekende wij-zijschema (de gewortelde versus de vreemdeling) waardoor onze maatschappij geen werkelijke samenleving wordt.
Volksverhuizingen zijn van alle tijden. Europa is al ver voor de Noormannen een mengsel van vele volkeren. De Franse historicus Jacques le Goff heeft daar een prachtig boekje over geschreven. Wie Le Goff leest weet dat het wij-zijschema een relativerende benadering nodig heeft. In Nederland zouden we goede sier kunnen maken met het negenhonderd pagina’s tellende Erflaters van onze beschaving: Nederlandse gestalten uit zes eeuwen van Jan Romein en Annie Romein-Verschoor. Maar dat boek, een prikkelend antwoord op ‘wat is Nederland?’ is niet meer in druk. Onbegrijpelijk.
Prachtige en partijdige portretten van Erasmus, Spinoza, Douwes Dekker, Domela Nieuwenhuis, Gorter en nog dertig persoonlijkheden die hun stempel op de politiek, wetenschap, kunst en cultuur hebben gedrukt sieren Erflaters. Als je elke dag een Erflaters-portret zou kunnen lezen, sta je er verbaasd bij stil hoe buitendijks en kosmopolitisch onze zogenaamde Hollandse denkers en dichters dachten.
Erasmus, Rotterdams humanist van het eerste uur en levend onder brandstapelbedreiging, had een uitgesproken idee over Holland. In zijn buitenlandse brieven verwijt hij zijn landgenoten onmatigheid in eten en drinken (‘alleen voor de buik geboren’) en minachting voor geleerdheid. Hij stoort zich aan de ‘aanmatiging van de onwetendste lieden’, aan ‘oude barbarij’ en ‘de boerse geest’.
Ook Spinoza, verbannen uit Amsterdam, had een moeizame verhouding met Holland. Wat schrijven Jan en Annie Romein? ‘Ontworteling, hetzij uit nationale, hetzij uit het klasse- of het geestelijk milieu, leidt altijd tot scepticisme of tot een nieuw geloof. Heel wat intellectuele en ook wel materiële verworvenheden der mensheid zijn een vrucht van emigratie, verbanning of “kwaadwillige verlating’’ van de oude omgeving.’
Mooie zin om in koeienletters in de Tweede Kamer te hangen. We hebben levendige en dwarse zielen nodig die zich niets aantrekken van de klei-, veen- en drasmentaliteit rond de Hollandse binnenvijver of het Haagse Binnenhof. Mensen die zich besmet weten met de onbevangenheid van Multatuli’s Woutertje Pieterse, de taalvernieuwing van de kinderlijke Herman Gorter of de idealistische drift van de evangelist Domela Nieuwenhuis.
Het staat allemaal in Erflaters.
Schenk elke fractievoorzitter in de Tweede Kamer een printing-on-demand-exemplaar van Erflaters en het debat wordt hopelijk weer fris, als die politici tenminste nog kunnen lezen.

Jan Romein en Annie Romein-Verschoor, Erflaters van onze beschaving: Nederlandse gestalten uit zes eeuwen, Querido, eerste druk (in vier delen) 1938-1940 (twaalfde druk 1977)