Televisie

PRACHTWERK

TELEVISIE In Europa

Bij mooi weer gingen bewoners van Weimar op zondag naar de Ettersberg om te picknicken. Zo ook mijn latere moeder met ouders en broertjes. In 1937, toen ze al jaren in Nederland woonde, werd het daar streng verboden terrein: een stuk beukenbos was gerooid voor het gelijknamige Buchenwald. De weg erheen, die zij als kind vaak was gegaan, zag ik terug in aflevering 16 van In Europa (redactie: Roel van Broekhoven; naar het prachtwerk van Geert Mak). Het was 1945 en de Amerikanen die Thüringen veroverd hadden namen een deel van de bevolking mee de heuvel op. Ik had vroeger al beelden van wanhopige burgers gezien die levende geraamtes en bergen lijken aantroffen. En vroeg me toen af of mijn oma (als enige in Weimar wonend) daar die dag was geweest.

Met die vraag keek ik nu, maar vond haar niet. Wat weinig zegt: korte fragmenten, lang niet alle ‘bezoekers’ zijn gefilmd en hoe herken je iemand die je nauwelijks hebt gekend? In plaats van oma vond ik wel een inzicht. Dankzij beelden van de bezoekers op de heenweg: vakantiewandeling van lachende mensen, natuurlijk vooral vrouwen. Blij dat ze eindelijk weer naar die verboden prachtplek mochten? Opgelucht over de houding van de Amerikanen? Hoe dan ook: als ze een vermoeden hadden van wat hen boven te wachten stond, waren ze nooit zo ontspannen geweest. Ze hebben in elk geval dát niet geweten. Of niet willen weten.

Over schuld ging die aflevering van Britta Hosman, met als inzet de firma Topf ‘in verbrandingsovens’ te Erfurt, ook vlak bij Buchenwald: ambitieuze ingenieurs die topkwaliteit leverden, onder meer aan goede klant de SS. En dat behandeld volgens de beproefde methode van de tv-reeks In Europa: interviews met getuigen of nabestaanden als fundament voor een bredere historische vertelling vol archiefmateriaal. Hier met Wolgang Held die als kind die dag zijn communistische oom op de Ettersberg zocht. Huilend vluchtte hij weg waarbij een gevangene zei: ‘Tränen sind dann nicht genug, mein Junge.’

De kracht van de formule (die overigens niet altijd even sterk uitpakt) bleek ook uit aflevering 15 over Vichy-Frankrijk. De getuige dit keer Bernard Ullmann, wiens joodse moeder hertrouwd was met markies De Brinon, die het als Pétain-vriend tot ambassadeur van Vichy in Parijs zou schoppen. De weerbarstigheid van de geschiedenis alleen al samengebald in die idiote functie en in een politiek onmogelijk geworden huwelijk. En belichaamd in Ullmann die door stiefvader Frankrijk uit werd geholpen, niet dan nadat hij in Parijs Jud Süss had bekeken in een zaal vol Fransen die geheel niet met het rabiate antisemitisme in hun maag zaten.

Regisseur Hans Fels slaagt erin toegang te krijgen tot het appartement van Pétain in Vichy, dat sinds ’45 leeg staat. Nog groter prestatie is dat hij de eigenaar voor de camera krijgt: luchtmachtgeneraal b.d. Le Groinec, Pétain-adept. Die blijkt slachtoffer van een joodse, racistische lobby die al zijn publicaties weet te boycotten. Een van die smiechten had hem in een tv-debat van antisemitisme durven beschuldigen! Helaas had hij niet de gevatheid te vragen of hij, Le Groinec, Christus soms ter dood had veroordeeld. Het gesprekje geeft niet alleen inzicht in ‘de geest van Vichy’, maar ook in die van een zwart-adellijk-militair-rooms complex dat we zo goed kennen van de zaak-Dreyfus en dat levende geschiedenis blijkt.

Iets heel anders: Annegriet Wietsma maakte een documentaire over Nuriye Kesbir, pkk-leidster die in 2001 in Nederland werd aangehouden. Uiteindelijk werd ze niet aan Turkije uitgeleverd maar als statenloze in Nederland gedoogd. Tot ze plotseling verdween. In de documentaire duikt ze op als pkk-commandant in de bergen van (vermoedelijk) Noord-Irak. Weinig kritisch ten aanzien van de pkk, maar zeer de moeite waard.

In Europa. Zo. 9 maart ter afsluiting van de eerste reeks een extra lange uitzending.

Sozdar: Zij die haar belofte nakomt. Holland Doc. Do. 13 maart 22.50 uur, Nederland 2