Sport

Praten

Dit weekend is er een nieuwe weg ingeslagen in het vaderlandse voetbal. Het was het weekend van de taal. Eerst was er de excuusbrief van Kenneth Perez, de over het algemeen toch vrij beschaafde aanvaller van Ajax. Perez had in de wedstrijd tegen Twente de grensrechter uitgescholden, in het vuur van het spel, voor iets lelijks. Hij schrok er zelf van. Perez schaamde zich en deed een perscommuniqué uitgaan, waarin hij onder meer verzuchtte: ‘Ik schaam mij diep voor de kwetsende uitlatingen en bied, naast de heer Siebert, eenieder daarvoor mijn oprechte excuses aan. De stommiteit van mijn opmerking staat in schril contrast met hoe ik werkelijk in het leven sta en met de normen en waarden waarmee ik mijn eigen kinderen opvoed. Met schaamte, Kenneth Perez.’

Je moet ook niet ‘kankerneger’ tegen iemand zeggen.

Wesley Sneijder, ook van Ajax, werd zondag uit het veld gestuurd omdat hij ofwel een tegenstander ofwel de scheidsrechter had toegevoegd dat hij ofwel een ‘witte tyfushond’ ofwel een ‘blinde tyfushond’ was (daar zijn de geleerden nog niet uit). In de rust van diezelfde wedstrijd werd de trainer van Ajax, Henk ten Cate, door dezelfde scheidsrechter, Bossen, naar de tribune gestuurd wegens het beledigen van de leiding. Ten Cate had Bossen meermalen uitgemaakt voor ‘moraalridder’.

Na de wedstrijd verklaarden de betrokkenen hun gedrag. Sneijder vond het niet echt schokkend wat hij had gezegd, en zijn trainer viel hem bij: ‘”Tyfuslijer” is straattaal. Als je daar spelers voor van het veld stuurt, eindig je elke wedstrijd met vijf man aan beide kanten. Wat denk je dat ik zelf als speler allemaal te verduren heb gehad?’

En over zijn commentaar op de leiding: ‘Ik wachtte de scheidsrechter op en heb hem een “vreselijke moraalridder” genoemd. Als je dat opzoekt in de Dikke van Dale, kan je concluderen dat het geen beledigende term is.’

Eindelijk begint het belang van de taal door te dringen in de voetbalwereld. Sneijder had het nog niet helemaal begrepen, Perez een beetje, en Ten Cate liet zien dat hij het verst is, getuige het feit dat hij een woordenboek meeneemt in de dug-out.

In elke voetbalwedstrijd wordt gescholden, de hele wedstrijd lang, overal. Het hoort er nu eenmaal bij, niks aan te doen. Het is niet uit te bannen. We gaan dus in plaats van voor repressie kiezen voor een creatieve aanpak van het probleem. Zoals elders in de maatschappij, en in de geschiedenis, al is aangetoond is het beter om goede daden te belonen dan om overtredingen te bestraffen. Daar help je niemand mee.

Gewoon schelden, à la Sneijder, en Perez, negeren we voortaan. Dat is te plat. (Perez zou zelf ook liever ‘Daar komt Siebertje met zijn uitgestreken snoet’ hebben gezegd tegen grensrechter Siebert. En Sneijder had graag de variant ‘Griepjager’ tot zijn beschikking gehad. Maar het vocabulaire van de hedendaagse scheldvoetballer is nu eenmaal erg beperkt. Het zijn altijd gruwelijke ziektes die iemand worden toegewenst.

Maar daar gaan we dus aan werken. Langs het veld staan richtmicrofoons die feilloos registreren wat de spelers zeggen. En er worden bonussen uitgedeeld voor opmerkelijke, creatieve, humoristische en/of vernieuwende scheldpartijen, voor het vindingrijk en opvallend hanteren van de Nederlandse taal. Bonuspunten die tezamen zelfs voor een doelpunt kunnen gaan tellen. Uitingen met ziektes krijgen vanzelfsprekend geen punten, en de voor de hand liggende diersoorten ook niet. Aanduidingen die betrekking hebben op ras, etniciteit, sekse of geloof tellen evenmin.

Er moet beter gescholden worden. Een mooie taak voor de mediatrainers en communicatiedeskundigen: creatief met schuttingtaal. Want er kan zo veel meer met ons mooie Nederlands! Meer dan ‘Stuntelaar!’ zeggen tegen Huntelaar, of ‘Hekelenburg!’ tegen Stekelenburg. Of ‘Hepatitisgnoe’ tegen iedereen.

Jaap Stam uitschelden voor ‘Boomkrekel’ of ‘Leernicht’ komt wellicht in aanmerking voor punten. ‘Sokkenloper’ roepen tegen Stijn Vreven. ‘Prutspaal’ tegen Arouna Koné of ‘Ballentikker’ tegen John Heitinga. Tegen De Mul: ‘Blonde vonk’ of ‘Lol’. ‘Ruftkabouter’ tegen Nicky Hofs – dat komt in de buurt.

Of tegen Hedwiges Maduro: ‘Jij woont zeker in een heel klein huisje?’

Het gaat de goede kant op als we Kromkamp ‘Steunzool’ naar het hoofd slingeren. En het publiek geniet.

Zak hooi. Dikbil. Miezemuis. Klont. Drijfsijs. Kromme Leendert. Gertje Griezel. Jan Jurk. Hangwang. Rukbever. Hereboer. Berehoer. Duikplank. Worst. Zwelbroek. Stronthaspel. Smurfensloerie.

‘Wat je zegt ben je zelf. Met je kont door de helft!’

Gejuich klinkt op. ‘Hi ha hondenriem! Zeg nee tegen jagers! Zeg ja tegen negers!’

Nu alleen even goed nadenken hoe dat in internationale wedstrijden moet.