Arrival

Praten in cirkels

Vormgeving is vanaf de eerste scène de drager van betekenis in Arrival, Denis Villeneuve’s nieuwe film over het eerste contact tussen mensen en buitenaardse wezens. Met trage camerabewegingen en vervreemdende geluiddesigns creëert de Canadese filmmaker een wereld die we nét niet kennen.

Medium film

Het accent ligt op de oppervlakte: plafonds en ramen en grasvlakten en de ruwe binnenzijde van een alien-_ruimteschip. Maar tegelijkertijd nodigen beeld en geluid juist uit verder te kijken dan het tastbare en meetbare, zodat de buitenzintuiglijke ervaring van de personages in het verhaal ook voor de kijker binnen handbereik komt. Inderdaad, zó goed is _Arrival.

Het verhaal is bedrieglijk eenvoudig. Dat linguïst Louise Banks (Amy Adams) ingeschakeld wordt om te helpen met de communicatie wanneer twaalf vreemde, eivormige voorwerpen op aarde landen, is het gegeven voor dozijnen andere films over dit onderwerp. Zelfs het verhaalelement dat ze kampt met gevoelens van verlies is niet echt origineel, noch dat ze samen met de militaire astroloog Ian Donnelly (Jeremy Renner) uiteindelijk het alien-ruimteschip binnengaat waar alles dus anders is.

Communicatie met twee wezens in het schip, die Louise als grap Abbott Costello noemt, verloopt uiteraard moeizaam, maar uiteindelijk heeft ze hun taal gedecodeerd. Ook hier is de clue ‘vorm’. Van de rechte lijnen van onze taal is bij de aliens geen sprake; zij praten en schrijven in cirkelvormen die nog het meest op Rorschach-vlekken lijken. Interpretatie is dus een issue. Maar van wat? Misschien kan ik een tipje van de sluier oplichten: wie de steeds terugkerende lijnen in het setdesign volgt komt een eind. Het vinden van leidraden tijdens het kijken is misschien juist wat Villeneuve wil bereiken door zijn nauwkeurige spel met vormgeving.

De crisis komt wanneer de aliens het woord ‘wapen’ gebruiken. De mensen zijn in alle staten. Wiens wapen, waarom zijn jullie naar de aarde gekomen? Antwoorden laten op zich wachten. Al gauw staan ’s werelds nucleaire capaciteiten op scherp. Maar deze genrespecifieke verhaalelementen, sinds jaar en dag geijkt in de populaire cinema, zijn een rookgordijn.

Tijdens haar werk met de aliens ervaart Louise flashbacks die iets te maken hebben met een persoonlijk verlies in haar leven. Hierin maakt de geometrie van de bekende wereld plaats voor de chaos van de natuur. Close-ups van grassprieten, een waterpartij, wolken die over het landschap rollen. In deze scènes verdwijnen denkprocessen – die van Louise én die van ons – en neemt ‘gevoel’ over terwijl de camera om de figuren in de flashbacks heen draait. We worden overvallen door emotie: blijdschap en verdriet, nabijheid en verlies. Een kind speelt op het gazon, doet haar huiswerk, een kind krijgt een kus van haar moeder. Wij voelen wat Louise voelt, en de grens tussen onze wereld en die van deze film is volledig verdwenen.

Arrival is net als een aantal recente films – Gravity, Interstellar, Under the Skin en Midnight Special – een wilde exercitie in vernieuwing. Villeneuve streeft naar het verbeelden van het transcendente: wat we kunnen zien en aanraken en meten in deze wereld is slechts de helft van het verhaal. De andere helft bevindt zich nét onder de oppervlakte.


Nu te zien


Beeld: Amy Adams in Arrival, regie Denis Villeneuve (Universal Pictures International Netherlands)