Vrouwen in oorlog: Tatiana Mukanire uit Congo

‘Praten in dit land betekent: levens redden’

Nergens wordt zoveel seksueel geweld gepleegd als in de Democratische Republiek Congo. En in het grondstoffenrijke land krijgen niet de daders maar de slachtoffers een stigma. Het misbruik gedijt bij geheimhouding. Maar sommigen durven het stilzwijgen te doorbreken.

Tatiana Mukanire: ‘We willen iedereen bewust maken van wat hier gebeurt’ © Raegan Hodge

Corona mag de halve wereldbevolking bezighouden, er zijn nog steeds mensen met andere zorgen aan hun hoofd – Tatiana Mukanire (36) bijvoorbeeld. Ze woont in de Democratische Republiek Congo, waar gemiddeld 48 vrouwen per uur worden verkracht of anderszins seksueel misbruikt en zij is er één van. In 2004 was ze slachtoffer van een groepsverkrachting. ‘De herinnering is nooit weg, die is er altijd’, zegt ze.

Ze werkt samen met Denis Mukwege, de beroemde Congolese gynaecoloog die sinds 1999 in zijn Panzi Ziekenhuis in Bukavu vaak gruwelijk toegetakelde vrouwen, kinderen en een enkele man helpt, het gevolg van seksuele misdaden die al ruim twee decennia op grote schaal door het land waren. Hij wordt de ‘vrouwenhersteller’ genoemd, ook wel Doctor Miracle, omdat hij veel meer doet dan alleen de lichamelijke schade repareren.

Op het terrein van het ziekenhuis kunnen slachtoffers ook hulp krijgen bij het verwerken van hun geestelijke trauma’s, het opnieuw helpen opbouwen van hun leven en eventuele aangifte tegen de daders. Bovendien strijdt Mukwege in het buitenland tegen seksueel geweld als oorlogswapen, waarvoor hij in 2016 de Mukwege Foundation oprichtte. In 2018 kreeg hij de Nobelprijs voor de Vrede, samen met de jezidische mensenrechtenactivist Nadia Murad Basee.

Tatiana Mukanire is een van de slachtoffers die dankzij dokter Mukwege weer een opgaande lijn in hun leven hebben. Ze kwam bij hem terecht in 2014, tien jaar na de ‘pijnlijke situatie’ die nooit meer uit haar gedachten gaat. Hij was ‘als een vader’ voor haar en al die andere vijftigduizend slachtoffers die intussen het Panzi Ziekenhuis bezochten, zegt ze. ‘Hij steunt ons, hij staat achter ons, hij maakt ons sterk.’

In 2017 werd ze coördinator van een netwerk van Congolese overlevenden van seksueel geweld, gelieerd aan de Mukwege Foundation, die intussen 3750 leden telt. Het is een fractie van het werkelijke aantal misbruikte Congolezen, maar het is een begin. Het doel van de Mouvement des Survivantes de Viols et Violences Sexuelles en rdc is dat ze elkaar steunen, maar vooral dat ze laten zien dat ze er zijn, zij die in hun land als de schuldigen worden gezien, als pestlijders die moeten worden verstoten en gemeden.

Mukanire zou dit voorjaar naar Groot-Brittannië en Nederland komen om aandacht te vragen voor de zaak die zij bepleit, maar door corona ging het niet door. Dus videobellen we op een ochtend, het is in onze landen even laat. Het wordt een gesprek waarin Mukanire steeds weer over haar wangen wrijft, omdat ze nat blijven worden. Af en toe lacht ze ook, want er valt beslist niet alleen ellende te melden, het gaat juist steeds beter met haar.

Ze is haar leven opnieuw begonnen in een rustig dorpje op veertig kilometer van Bukavu. Jaren geleden stopte ze met haar studie pedagogiek, intussen is ze alsnog afgestudeerd, met een extra aantekening in de management-informatietechnologie. Ze trouwde met een jeugdvriend – ‘hij begrijpt me goed’ – en adopteerde vijf kinderen die haar ‘veel vreugde en moed’ geven. Een deel van hen is het resultaat van een verkrachting en werd na de geboorte afgestaan.

De grote vraag, en niet alleen voor een Nederlandse journalist, is waarom het in dit land in het hart van Afrika zo ruig gaat. Waarom is de Democratische Republiek Congo al meer dan twintig jaar in de greep van seksueel geweld? En waarom krijgen de slachtoffers een stigma en niet de daders? ‘Ik stel mezelf die vragen continu’, zegt Mukanire. ‘Het is niet menselijk meer wat er gebeurt.’

Natuurlijk hebben we het ook over corona, maar daarmee zijn we snel klaar. Recentelijk hielden ebola en mazelen huis in haar land, waarbij in totaal bijna tienduizend doden vielen. Dus ja, corona. Mukanire lacht een beetje. ‘Er zijn enkele gevallen bekend, drie of vier’, zegt ze. Als in de maanden erna het dodental oploopt tot enkele honderden meldt ze via WhatsApp dat de situatie nu ernstiger begint te worden, tegelijkertijd denkt ze dat de Congolezen zich wel redden. Een bevolking die gemiddeld leeft van minder dan één dollar per dag, schrijft ze, weet niet beter dan te vechten om te overleven.

Wanneer de neergang van het land begon – daarover bestaan vele meningen. Wie Congo van David Van Reybrouck heeft gelezen, het monumentale non-fictieboek over de Belgische koloniale bemoeienis, kan beweren dat het al in 1885 misging. In dat jaar, tijdens de Conferentie van Berlijn, verdeelden vijftien Europese landen het Afrikaanse continent. De zogenaamde ‘Onafhankelijke Congostaat’ kwam onder het persoonlijke bewind van de Belgische koning Leopold II, die ermee deed wat hij wilde. Miljoenen Congolezen werden uitgebuit en stierven.

Kolonialisme kwam voort uit de zucht naar grondstoffen en recentere conflicten draaien in wezen om hetzelfde. Bij de uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede zei Mukwege dat hij uit een van de rijkste landen op aarde komt en toch is het een van de armste. De Congolese grond zit vol goud, koper, diamant, kobalt, coltan en andere mineralen en edelmetalen die Chinese en westerse bedrijven hard nodig hebben. Kobalt zit in accu’s van elektrische auto’s; coltan wordt gebruikt voor mobiele telefoons, laptops en game consoles. Wie verdienen eraan? Niet de overgrote meerderheid van de 84 miljoen Congolezen.

Seksueel geweld wordt hier bewust en systematisch ingezet als massadestructiewapen

Achter de grondstoffenbusiness zit een ondoorzichtig netwerk van multinationals, corrupte Congolese leiders en gewelddadige rebellengroepen. Verkrachting is onderdeel van hun tactiek en de medewerkers van het Panzi Ziekenhuis constateren dagelijks dat de daders nergens voor terugdeinzen. Tijdens zijn Nobelprijs-toespraak beschreef Mukwege een baby van achttien maanden, ernstig bloedend uit haar zwaar beschadigde blaas, vagina en anus. Hij vertelde dat de verkrachtingen vaak publiekelijk en collectief plaatsvinden, en soms worden uitgevoerd met brandend plastic of scherpe objecten. ‘Ik bespaar u de details’, zei hij.

Seksueel geweld wordt in de Democratische Republiek Congo bewust en systematisch ingezet als massadestructiewapen, heeft Mukwege herhaaldelijk uitgelegd. Het doel is dat de Congolezen worden ontregeld en vernederd, zodat ze wegtrekken uit hun huizen en het delven van grondstoffen ongehinderd kan plaatsvinden. Het doel is ook dat het volk arm blijft, zodat het kan worden uitgebuit, en kinderen bijna voor niets het gevaarlijke en ongezonde werk in de mijnen doen. Het doel is dat de maatschappij uit elkaar valt, dat er permanente chaos is, zodat een ‘roofzuchtige oligarchie’ ongestoord de winsten kan opstrijken.

Vrouwen zijn het vaakst slachtoffer, vertelt Tatiana Mukanire tijdens ons videogesprek. Vele honderdduizenden zijn er verkracht, soms op hoogbejaarde leeftijd. ‘Vrouwen zijn de pilaren waarop een land is gebouwd. Elke gemeenschap steunt op vrouwen, daarom worden vooral zij kapotgemaakt. Maar ook mannen en jonge kinderen zijn doelwit. Vorige week dinsdag kwam er nog een verkracht kind van vijf in het ziekenhuis’, zegt ze. Soms staat het personeel tijdens het werk te huilen.

Het ergst is de situatie in Oost-Congo, waar Denis Mukwege en Tatiana Mukanire hun werk doen. Bukavu ligt op de grens met het oostelijke buurland Rwanda. De streek werd in 1994 meegezogen in het Hutu-Tutsi-conflict in Rwanda, toen twee miljoen gevluchte Rwandezen onder andere hier neerstreken. In 1998 kwam er een oorlog uit voort, die nauwelijks tot het Westen doordrong, hoewel er negen Afrikaanse landen bij betrokken waren. Deskundigen noemen het ook wel de ‘Afrikaanse Wereldoorlog’. Het slagveld lag vooral in het grondstofrijke Oost-Congo.

Het was tijdens deze oorlog dat Denis Mukwege zijn Panzi Ziekenhuis oprichtte. In de jaren negentig werkte hij in Lemera, ook in Oost-Congo, maar daar werd het te gevaarlijk. In 1996 drongen gewapende rebellen het ziekenhuis binnen, die zomaar op patiënten en personeel begonnen te schieten, met dertig doden tot gevolg. In 1999 vertrok hij naar Bukavu, waar hij in de verpauperde buitenwijk Panzi een ziekenhuis voor gynaecologie en verloskunde opzette.

De eerste patiënt was een vrouw die met een geweer in haar vagina was geschoten en al gauw stroomden meer Congolezen met verminkte onderlijven binnen. Mukwege koos voor de holistische aanpak, hij wilde niet alleen het lichaam repareren, maar de hele mens. Daarom zette hij ook psychische, sociaal-economische en juridische hulp op. Tegelijk begon hij in de rest van de wereld aandacht te vragen voor wat er speelde in zijn land.

In 2017 verenigden de slachtoffers zich in de Mouvement des Survivantes de Viols et Violences Sexuelles en rdc, met Tatiana Mukanire aan het hoofd. Mukanire werd in 1983 geboren in Bukavu. Haar ouders stierven toen ze nog jong was aan een ziekte, ze groeide op bij een organisatie die weeskinderen opvangt. Ze studeerde pedagogiek, maar stopte ermee na haar verkrachting in 2004.

Dit is het moment waarop ze tijdens het video-gesprek met haar hand over haar gezicht begint te vegen. ‘Als ik erover praat, krijg ik altijd tranen in mijn ogen. Ik begin te trillen en voel angst in mijn maag’, zegt ze. Op 8 maart van dit jaar, Internationale Vrouwendag, ging tijdens het DC Independent Film Festival in Washington een film in première waarin een deel van haar ervaringen is verwerkt, vertelt ze. Samen met andere vrouwen van de Mouvement schreef ze het scenario, een aantal nam zelfs een acteursrol op zich. SEMA heet de film, Swahili voor ‘spreek je uit’.

In SEMA vinden twee groepsverkrachtingen plaats van Oost-Congolese vrouwen die worden overvallen tijdens hun dagelijkse bezigheden. In een van de groepjes vrouwen zit een studente in Bukavu die samen met vrouwelijke familieleden naar het Kivumeer loopt om water te halen. Ineens komen er mannen met messen en geweren uit de bosjes, die hen op de grond drukken en verkrachten. De angst in de ogen van de vrouwen, het superieure lachje van de mannen – het wordt huiveringwekkend goed gespeeld.

Ongeveer zo ging het in het echt met Mukanire. Ze kende de daders niet. ‘Het enige wat ik weet is dat ze in militair tenue waren’, zegt ze. In 2017 stond op Facebook een brief aan een van haar verkrachters. ‘Je hebt me vernederd, je hebt zowel mij als mijn geliefden geterroriseerd. Al deze kreten, deze tranen kwamen niet alleen van mij. Ik weet zeker dat jij het je ook herinnert. Weet je nog dat je het leven van dat kleine meisje vernietigde? Ze huilde, ze leed, maar je stopte niet. Je hebt zelfs haar voortplantingsorganen verminkt. Ik weet niet hoe ik deze ondraaglijke, hartverscheurende, verschrikkelijke, martelende en ontroostbare pijn die je me hebt aangedaan moet beschrijven. Het is voorgekomen dat elke minuut, elk uur een hel was. Ik kon niets meer doen, ik huilde, ik isoleerde mezelf van de wereld. Mijn leven hing aan een draad die elk moment kon breken. Ik heb me altijd afgevraagd: wat heb ik de wereld aangedaan om dit te verdienen?’

Mukanire praatte tien jaar niet over wat er was gebeurd. ‘Ik had niet de moed, ik had steun van niemand’, zegt ze. Zo gaat het volgens haar met bijna alle verkrachte vrouwen in haar land: praten over seksueel misbruik is taboe. Die mentaliteit komt voort uit de positie van de vrouw, zoals uit SEMA blijkt. In de film worden vrouwen afgebeuld, en sjokken ze voort met zakken groente of hout op hun rug en een baby voor hun buik. De mannen in de film hangen rond, snauwen en verkrachten.

‘Iedereen die de andere kant op kijkt is ook verantwoordelijk voor de misdaden’

Inherent aan dit vrouwbeeld is de gedachte dat een vrouw aanleiding geeft als ze wordt aangerand of verkracht. Als bekend wordt wat haar is overkomen, is zij de slechterik in het verhaal, moet zij zich schamen. De meeste Congolese families, vertelt Mukanire, willen niets meer met een misbruikte dochter of echtgenote te maken hebben. ‘Die vrouwen zijn vogelvrij en hebben geen bescherming meer. Ze kunnen opnieuw verkracht worden, zelfs door iemand van de familie, een oom of een zwager.’

Vrouwen in oorlog

Vrouwen staan anders in een oorlog dan mannen, maar zij worden meestal niet gehoord. Resolutie 1325 van de VN-Veiligheidsraad bepaalt dat vrouwen bescherming krijgen tegen geweld en betrokken zijn bij conflictpreventie, vredesoverleg en wederopbouw. In 2020 bestaat de resolutie twintig jaar, De Groene Amsterdammer maakt in een serie gesprekken met vrouwen uit conflictgebieden de balans op.

En wat als er uit de verkrachting een kind wordt geboren? Dan valt er weinig meer te verbergen. Sommige vrouwen geven hun kind na de geboorte weg, andere verbergen het toch. Mukanire vertelt over een vrouw die nu in therapie is in het Panzi Ziekenhuis, ze raakte zwanger door een verkrachting in 2002. Ze was getrouwd en durfde het niet aan haar man te vertellen, anders had ze het huis moeten verlaten. ‘De man denkt nu dat het zijn kind is, maar van binnen huilt ze. Ze is al achttien jaar aan het huilen, het geheim eet haar op.’

Als bekend is dat een kind uit een verkrachting voortkomt, is het net als de moeder getekend voor het leven. In SEMA wordt een jongetje dat uit een van de groepsverkrachtingen wordt geboren overal in zijn dorp buitengesloten. ‘Slang’ wordt hij genoemd. ‘Het kind van een slang is ook een slang’, zegt een dorpsbewoonster.

Mukanire leed tien jaar in stilte en zette toen de stap om het Panzi Ziekenhuis binnen te lopen. Ze kwam er in contact met Mukwege. ‘Hij heeft me geholpen te praten over wat me is overkomen. Het kostte me veel moeite, ik moest de confrontatie aangaan met mijn angsten en lijden.’ Ze lichtte zelfs haar familie in. ‘Ik kom uit een familie met mensen die gestudeerd hebben, dus gelukkig kon ik het zeggen. Maar een deel van mijn familie wil nu niets meer met me te maken hebben, dat is het ergste.’

Gaandeweg begon ze door te krijgen dat de mensonterende misdaden in haar land zich als een virus kunnen verspreiden, juist doordat iedereen zwijgt. Het systematische seksuele misbruik gedijt bij geheimhouding. Verkrachters hebben vrij spel, helemaal omdat ze bijna nooit worden bestraft. Slachtoffers doen nauwelijks aangifte, waardoor daders vrij blijven rondlopen en gemakkelijk opnieuw kunnen toeslaan.

‘Het is levensgevaarlijk om aangifte te doen’, zegt Mukanire. ‘Als je het doet, word je twee dagen later zelf vervolgd om het een of ander. De dader neemt wraak en kan jou het leven zuur maken. Hij verzint iets tegen jou en krijgt hulp van een hoog iemand bij justitie. Of de verkrachter is zelf een hoog figuur, een politicus of militiechef. Na een aangifte moet je soms verhuizen om jezelf te redden, waardoor je nog armer wordt dan je al bent.’

Mukwege, Mukanire en ál hun medestanders doorbreken het stilzwijgen en stellen de straffeloosheid aan de orde. Om die reden is hun geluid niet heel welkom bij de winnaars in dit systeem. Hun boodschap is nauwelijks te horen in de Congolese media en hun werk is gevaarlijk. In 2012 drongen vijf mannen de compound met Mukwege’s huis in Bukavu binnen en doodden zijn vriend en bewaker. Mukwege overleefde en vluchtte met zijn familie naar België.

Daarna gebeurde er iets wonderschoons. Oost-Congolese vrouwen verzamelden geld en brachten het naar het Panzi Ziekenhuis voor een retourticket, zo graag wilden ze hem weer in hun midden. Mukwege keerde terug in januari 2013. Toen hij de twintig kilometer tussen Kavumu Airport en Bukavu aflegde, stonden overal langs de kant van de weg zijn bewonderaars hem op te wachten. Het gevaar werd er helaas niet minder door: in 2017 werd elders in Oost-Congo een gynaecoloog vermoord en Mukwege werd recentelijk zelf ook nog ernstig bedreigd via televisie en sociale media.

Mukwege gaat door, erop hamerend, tegen wie het maar wil horen, dat niet alleen de Congolezen verantwoordelijk zijn voor de hel waarin hun land is veranderd. Iedereen met een elektrische auto, smartphone of gouden sieraden moet beseffen dat ze waarschijnlijk zijn gemaakt dankzij geïntimideerde en verkrachte inwoners van de Democratische Republiek Congo, zei hij bij de uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede. ‘Het zijn niet alleen de daders van geweld die verantwoordelijk zijn voor hun misdaden, het zijn ook degenen die ervoor kiezen de andere kant op te kijken.’

In 2004 kwam er officieel een einde aan de Afrikaanse Wereldoorlog, maar de georganiseerde chaos in de Democratische Republiek Congo duurde voort. In ruim twintig jaar vonden zes miljoen Congolezen de dood en vier miljoen werden vluchteling in eigen land. Tot op de dag van vandaag staat het volk op grote schaal bloot aan grof geweld en verkrachting, nog steeds vooral in Oost-Congo. ‘Maar wij als overlevers willen toch iets van het leven maken, we willen iedereen bewust maken van wat hier gebeurt’, zegt Tatiana Mukanire.

Ja, ze huilt vaak als ze praat over wat haar is overkomen. Het maakt haar niet meer uit, alles is beter dan niet-praten, zegt ze. ‘Ik heb de pijn lang binnengehouden, maar het heeft niets geholpen. Ik heb geleerd dat praten in dit land betekent: levens redden.’