De Navo en de Taliban

Praten met de Taliban

Nu de Navo het moeilijk heeft in Afghanistan wil opeens iedereen praten met de Taliban. Er wordt echter al jaren in het geheim overlegd.

Met de verlenging van de Nederlandse militaire missie in de Afghaanse provincie Uruzgan in zicht worden de scenario’s almaar somberder. Te weinig eigen troepen, te weinig steun van de bevolking, te weinig betrouwbare Afghaanse politie-eenheden en te weinig goed getrainde Afghaanse regeringsmilitairen. Dat was de diagnose van enkele militaire experts in het tv-programma Zembla afgelopen zondag. Onder hen de Russische generaal L. Serebrov, die ten tijde van de Russische aanwezigheid in Afghanistan een infanteriebrigade aanvoerde. ‘Maak dat je er zo snel mogelijk wegkomt’, was zijn advies aan de Nederlanders.

Volgende week maandag debatteert de Tweede Kamer over het kabinetsbesluit om de missie te verlengen tot december 2010. Hoe donker de voorspellingen ook zijn, het ziet ernaar uit dat een meerderheid van de Kamer met de verlenging akkoord gaat. Mocht dat niet zo zijn, dan kan de regering de missie tóch doorzetten. Instemming van een kamermeerderheid is gewenst, om wille van het politieke draagvlak, maar de grondwet schrijft dat niet voor. Buiten de Kamer is dat draagvlak er overigens niet. Al voordat het besluit genomen werd, bleek uit opiniepeilingen van de Wereldomroep en het Algemeen Dagblad dat meer dan de helft van de ondervraagden verlenging niet zag zitten. Na het regeringsbesluit liet rtl een onderzoek doen waaruit bleek dat 43 procent van de Nederlanders verlenging ‘een (zeer) slechte zaak’ vindt en 24 procent ‘een (zeer) goede zaak’. Volgens een peiling van Defensie zelf is inmiddels 41 procent van de bevolking tegen de missie en dertig procent vóór.

Hoe de regering in haar toelichtingsbrief ook zegt de opbouwwerkzaamheden te willen versterken, de strijd in Zuid-Afghanistan wordt inmiddels door een groot deel van de Nederlanders beschouwd als een uitzichtloze guerrillaoorlog. Dat heeft geleid tot het slechten van een taboe: onderhandelen met de Taliban. Vorige week verklaarde een kamermeerderheid zich daar voorstander van. Zij reageerden op de bekendmaking van de Afghaanse president Hamid Karzai dat hij desnoods samen met Taliban-leider Mullah Omar om de tafel wil en dat regeringsposten voor de Taliban openstaan. Die reageerden zoals ze de laatste maanden steeds doen: aanvankelijk positief om vervolgens de deur dicht te gooien met de eis dat eerst alle buitenlandse troepen Afghanistan verlaten.

Toch zijn er al sinds 2003 in het diepste geheim gesprekken gaande tussen de Afghaanse regering en Taliban-functionarissen. ‘Het zijn informele gesprekken. Beschouw het maar als uitwisselingen van informatie tussen regeringsfunctionarissen en provinciale Taliban-commandanten’, zegt Antonio Giustozzi. Hij is onderzoeker aan het Crisis State Research Centre van de London School of Economics en publiceerde onlangs Koran, Kalashnikov and Laptop: The Neo-Taliban Insurgency in Afghanistan. In het boek toont hij hoe de internationale gemeenschap na 2002 met veel branie en tot vervelens toe riep dat de Taliban verslagen waren en dat de bevolking voor de regering-Karzai zou kiezen dankzij de internationale hulp. Intussen wentelde Karzai’s regering zich in corruptie en bouwden de Taliban-strijders aan hun machtsbases in de dorpen en hun bevoorrading vanuit Pakistan. Inmiddels zijn grote delen van het Afghaanse platteland opnieuw in hun handen.

Giustozzi onderzocht de Taliban voor en na hun val in 2002 uitvoerig en moet als een van de best ingevoerde onderzoekers op dit terrein worden beschouwd. Verschillende bronnen ‘in de juiste kringen’, waarover hij niet wil uitwijden, bevestigden tegenover hem de contacten tussen Kaboel en de Taliban. ‘Het zijn op dit moment nog geen officiële onderhandelingen’, zegt hij.

De eerste contacten werden in 2003 gelegd via de Unama, de missie van de Verenigde Naties in Afghanistan. ‘In 2003 hebben de Taliban Kaboel benaderd. Die hebben de Amerikanen ingeseind. Na een maand kwam het groene licht’, vertelt Giustozzi. ‘Wat de Amerikanen betreft kon er achter de schermen gesproken worden met gematigde elementen.’ Waarschijnlijk zijn er op informeel niveau besprekingen geweest, maar dat heeft niet geleid tot iets concreets. Opvallend is wel dat de Taliban de Unama steeds gevrijwaard hebben van moordaanslagen. Tijdens de presidentsverkiezingen van 2004 leek er zelfs sprake te zijn van een informeel bestand. De Taliban pleegden geen aanvallen of aanslagen op stembureaus. Tijdens de parlementsverkiezingen een jaar later bleef het eveneens rustig. In sommige delen van het land, zoals in de zuidelijke provincie Helmand, spraken de Taliban zelfs hun steun uit voor parlementskandidaten die ze zuiver genoeg achtten. Volgens Giustozzi wijst dit erop dat de Taliban een democratisch systeem niet zonder meer afkeuren.

Twee weken geleden pleitte ex-minister Pronk voor het voeren van een nieuwe politieke strategie in Afghanistan, waarbij ‘de Taliban niet moeten worden beschouwd als een terroristische organisatie, maar als een nationalistische beweging die strijdt tegen buitenlandse overheersing’. Net als menigeen pleit Pronk voor onderhandelingen. Hij meent echter dat de Verenigde Naties het voortouw moeten nemen. Daar vindt hij Christa Meindersma tegenover zich. Meindersma, directeur conflictbeheersing voor het Den Haag Centrum voor Strategische Studies, werkte jaren voor de VN, onder meer als senior politiek adviseur bij vredesmissies en als onderhandelaar in Kosovo, Oost-Timor en Afrika.

Meindersma vindt dat Pronk in zijn uiteenzetting te veel nadruk legt op de rol van de VN bij de onderhandelingen: ‘Dit is nu typisch iets dat door de regering-Karzai en de Taliban moet worden afgehandeld. Je hebt te maken met complexe verhoudingen tussen de Afghaanse Taliban, Pakistaanse Taliban, al-Qaeda en de Pathaanse stammen. Volgens mij moeten de internationale gemeenschap en het Westen slechts een faciliterende rol spelen en randvoorwaarden stellen.’

Meindersma put uit eigen ervaring waar het haar beoordeling van de VN-organisatie aangaat: ‘De VN hebben er een handje van te doen alsof alles in kannen en kruiken is na een referendum of een vredesverdrag. Maar dan begint het pas, dan moet je de bevolking zien mee te krijgen in het politieke proces. In Oost-Timor stortte de boel na de verkiezingen in omdat de mensen nog niet zo ver waren als hun leiders.’

Volgens Meindersma moet voorkomen worden dat in Afghanistan dezelfde fout wordt gemaakt als tijdens de Darfur-onderhandelingen in de Nigeriaanse hoofdstad Abuja: ‘De VN probeerden het onderhandelingsproces te leiden, maar uiteindelijk waren het met name de Amerikanen die zeiden wat er ging gebeuren. De internationale gemeenschap drong het proces in feite op, terwijl het juist lokaal gedragen moet worden.’

In Afghanistan hebben nu vooral Kaboel en de Navo belang bij onderhandelingen, want het gaat niet goed met de strijd. Ook de Amerikanen beginnen te beseffen dat hun officiële afwijzing van ‘praten met terroristen’ hun strijd tegen de Taliban niet zal helpen. Wat is eigenlijk het belang van de Taliban? Giustozzi denkt dat ze vanaf het begin een communicatiekanaal hebben willen openhouden: ‘Voor het geval het niet goed zou aflopen met hun opstand. Ze willen macht, desnoods in een deel van het land. Bovendien vertrouwen ze de Pakistanen niet. Die steunen hen nu en zorgen ervoor dat hun aanvoerlijnen openblijven, maar wat als die steun wegvalt?’

Het is moeilijk vast te stellen wat de commandostructuur van de Taliban is. De beweging heeft van nature een losse samenstelling. Dat wordt versterkt door het karakter van de strijd. Volgens Giustozzi wordt negentig procent van de beslissingen genomen door commandanten te velde. Daarover wordt steeds minder gecommuniceerd via de radio, want die wordt standaard afgeluisterd door de Navo-troepen, ook door de Nederlanders, vertelt hij. Overleg met de topleiders in Pakistan is schaars. ‘De Taliban zijn wel georganiseerd, maar op een andere manier dan men in het Westen gewend is’, aldus de Taliban-onderzoeker. ‘Mullah Omar is als leider misschien vergelijkbaar met Angela Merkel van Duitsland: een betrouwbare bemiddelaar. Hij heeft genoeg moreel gezag en religieus charisma om de boel bij elkaar te houden en geschillen tussen commandanten op te lossen.’ Het is dan ook moeilijk te spreken van een radicale en een gematigde vleugel. ‘De Taliban zijn een verzameling persoonlijkheden met een streng religieuze ideologie, die ze niet allemaal op dezelfde manier invullen’, aldus Giustozzi.

De Taliban zijn bovendien niet al te betrouwbaar. Neem Musa Qala, een kleine stad in het noorden van de provincie Helmand waar afgelopen week hard gevochten werd. In februari verlieten Britse Isaf-troepen de stad nadat een deal gesloten was met de stamoudsten van Musa Qala, die zeiden dat ze de veiligheid zouden garanderen. Daartoe sloten zij een akkoord met de Taliban. Tien maanden nadien liepen die tóch het stadje onder de voet, namen de politiestations in en arresteerden de stamoudsten. Toen Afghaanse troepen begin deze week de stad terugveroverden, koos een deel van de (omsingelde) Taliban-commandanten opeens weer partij voor Kaboel. Met zo’n onderhandelingspartner is het kwaad kersen eten.

‘Elke militair die ik spreek, tot aan de commandant van Isaf toe, verzekert me dat er geen militaire oplossing is voor dit conflict’, zegt Meindersma. ‘Maar uiteindelijk gaat het ook bij de Nederlanders steeds weer over militair ingrijpen en wederopbouw. Benadruk nu eens het politieke proces, denk ik dan. Politiek zijn de Taliban wél te verslaan. Als guerrillabeweging hebben ze steun bij een klein deel van de bevolking. Bij de rest boezemen ze vooral angst in. Betrek Pakistan, Iran en misschien zelfs India bij het politieke proces en zorg ervoor dat de Taliban de wapens verruilen voor politieke invloed. Als ze meedoen met verkiezingen zul je zien dat hun positie een stuk minder sterk wordt.’

Volgens Giustozzi moet dan wel haast worden gemaakt: ‘Afgelopen zomer was er opvallend veel Taliban-activiteit in de noordelijke provincies. Door de hoge bergen van de Hindu Kush is het niet makkelijk voor de Taliban om daar snel grote hoeveelheden wapens naartoe te verschepen. Deze winter zullen ze dus gebruiken om wapenvoorraden aan te leggen voor komende lente. Ik weet zeker dat ze daar nu mee bezig zijn. Dit kan heel lastig worden voor Isaf. De Navo-troepen zijn overstretched en de bondgenootschappelijke verhoudingen staan onder druk. Niemand weet wat er gebeurt als de Taliban volgend jaar een nieuw front openen in het noorden.’