Praten met Wilders

Volgens de peiling van Maurice de Hond, begin deze week, is de PVV weer de grootste partij: sinds de verkiezingen met zes zetels gestegen naar dertig. De VVD en de PvdA hebben elk drie zetels verloren; ze staan nu op 28 en 27. Alexander Pechtold, Job Cohen en Femke Halsema zijn van mening dat Geert Wilders niet van de onderhandelingen over de formatie mag worden uitgesloten en de partijleider zelf vindt dat zo'n gang van zaken ondemocratisch is.
Ze hebben gelijk. Iemand wiens partij een vijfde van het electoraat vertegenwoordigt en groeit, heeft sowieso recht gehoord te worden. En bovendien zijn er tekenen dat Wilders zich wat aan het reclasseren is. Kopvoddentaks heeft wortel geschoten in het Nederlandse taaleigen, maar hem hoor je er niet meer over. Hij blijft tegen de militaire missie in Uruzgan, maar niet meer om de teruggehaalde soldaten naar Gouda te sturen om het openbaar vervoer van Marokkaans tuig te zuiveren. De laatste tijd is niemand meer knettergek genoemd. En zou hij, ‘met de kennis van nu’ een vervolg op de film Fitna maken? In ieder geval is dat voorlopig niet aan de orde. Maar ondanks deze aanpassingen laat hij er geen misverstand over bestaan: hij blijft de gezworen vijand van de Haagse elite, de linkse kerk en het tuig in het algemeen, deze combinatie van machten die ons mooie landje naar de afgrond voert.
De groei van de iets bescheidener geworden PVV bewijst dat er iets wezenlijks aan het systeem mankeert. Dat op zichzelf is geen nieuws. Fortuyn had het ook al bewezen, waarna zijn beweging roemloos ten onder is gegaan. Rita Verdonk heeft het geprobeerd. Van hetzelfde laken een pak. Wilders is in de loop van zijn opkomst verstandiger geworden, zonder overigens met het bestel te pacteren. En de afgelopen weken, na de verkiezingen, heeft het bestel het hem gemakkelijker gemaakt. Hij is weer in quarantaine gezet. Buiten zijn verantwoordelijkheid zijn de formatiepogingen van Uri Rosenthal mislukt. Heeft de gemiddelde kiezer daar iets van begrepen? Op de televisie heeft hij lachende of geheimzinnig doende partijleiders gezien, die 'in dit stadium nog niets konden vertellen’. En na afwerking van een aantal vruchteloze stadia heeft Rosenthal het opgegeven.
Nederland is een coalitieland waar de formateur nu eenmaal door die ingewikkelde onderhandelingen heen moet. Maar steeds meer kiezers hebben daar geen boodschap aan. Ze willen die voorstellingen op de televisie niet meer begrijpen, ze zien er het doorslaggevend bewijs in dat ze bedrogen worden door deze politici die 'aan het pluche gelijmd zijn’, hun zakken vullen, enzovoort. Het volk heeft meer dan één stem. En deze, die van het onbegrensde wantrouwen tegen 'Den Haag’ komt tot uitdrukking in de ingezonden brieven in kranten, en vooral op de websites van publicaties als Nu.nl en GeenStijl.
De socioloog F. van Heek heeft in 1945 een onderzoek gedaan, Stijging en daling op de maatschappelijke ladder. Het zou de moeite waard zijn dat nu eens te herhalen. Het zou me niet verbazen als 'de politicus’ in de lagere regionen terechtkomt.
Gesteld dat formateur Tjeenk Willink de nieuwe Haagse trend volgt, wat kan er dan gebeuren? Wilders wordt nog salonfähiger, erkent dat de meeste moslims ook hun goede kanten hebben, praat niet meer over de koran, conformeert zich dusdanig dat hij geaccepteerd wordt als partner in een rechts kabinet. Het klinkt als een sprookje, maar het is een scenario. Want wil je met hem praten, dan moet je daaruit ook de consequenties trekken. Hij wordt minister. Van Binnenlandse Zaken? Justitie? Buitenlandse Zaken? Ontwikkelingshulp? Zo'n revolutie wordt door de grote meerderheid niet geaccepteerd. Misschien zou er iets zonder portefeuille voor hem kunnen worden verzonnen. Maar hij wil niet op een zijspoor worden gerangeerd. Dus na een begin van erkenning opnieuw in de oppositie.
We mogen niet uitsluiten dat hij zich dan nog meer op zijn wenken bediend zal voelen. De samenzwering van de zittende machten heeft hem opnieuw gelijk gegeven. Ontslagen van de restricties die de onderhandelingen met zich meebrachten, kan hij op zijn manier met des te meer overtuiging zijn oppositie voeren. Voor het bodemloos miskende en wrokkende deel van het electoraat heeft hij meer dan ooit zijn gelijk bewezen. Zo ontwikkelt zich dit scenario. Wilders is door het bestel beproefd en buitengesloten, en juist daardoor blijft de PVV voorlopig vruchteloos groeien.
Is dit een aanvaardbare schets van de vooruitzichten? Eén ding is zeker. Wilders als politiek verschijnsel gaat niet meer weg. Hij is de derde en tot nu toe de meest getalenteerde exponent van een fundamentele verandering in onze politieke cultuur waarop de gevestigde machten nog geen antwoord hebben gevonden. En zou hij verdwijnen, wat alle opperwezens mogen verhoeden, dan moeten we rekening houden met een Wilders in het kwadraat. Er zit niets anders op dan het gesprek aangaan.