Televisie - Nelsons No. 5

Pratende dirigenten

Na de mooie series Bloed, zweet en snaren over het Concertgebouworkest en Bloed, zweet en aria’s over De Nederlandse Opera, bracht AvroTros een reeks over Flying Dutchman Jaap van Zweden.

Overwegend lofzang, maar dat maakt het Mokums lefgozertje uit de Surinamepleinbuurt dan ook waar. En weer komt er een nieuwe muziekdocumentaire bij die omroep. In 2014 was de Let Andris Nelson gastdirigent bij het kco voor de Vijfde Symfonie van Sjostakovitsj. Volgens hem net zozeer sleutel- en noodlotswerk als de Vijfden van Beethoven en Mahler. Carmen Cobos filmde repetities en uitvoeringen en liet hem uitgebreid aan het woord. Dat hij dat toeliet verbaast, want ijdelheid lijkt hem totaal vreemd, zijn agenda is overvol en de vaak aanwezige camera werkt niet bepaald ontspannend voor een bescheiden man.

Die camera is er zelfs wanneer hij tijdens een hazenslaapje door de harpistes bezocht wordt – op zijn kamer genood omdat hij ze niet wil lastigvallen met detailkritiek tijdens de plenaire repetitie. Een soort anti-Jaap van Z.: behoedzaam, beleefd, attent, aardig. Na afloop wil hij zijn boeket gesplitst hebben om beide dames te bedanken voor het indrukwekkend eindresultaat, maar dat lukt het Koninklijk Orkest niet.

De film bevat de vaste ingrediënten, soms bijna clichés, van een muziekdocumentaire. En het verlangen naar een integrale uitvoering van de symfonie wordt sterker, wat natuurlijk alleen maar goed is. Het is bovenal de man zelf die de aandacht waard blijkt. Vanwege muzikaal genie en uit het respect dat hij bij het orkest in no time wint. Als christen geen bewonderaar van het communisme waarin hij tot zijn twaalfde opgroeide (al leek ook Lenin lang God), maar zonder rancune over de voor iedereen toen geldende armoe, en met heimwee naar de goede kunstopleidingen daar; en überhaupt naar het gewicht dat niet-materiële zaken hadden. Zijn scepsis over triomferend kapitalisme en de luxe waarin hij zelf leeft is opvallend. Je hoeft niet in een dictatuur te zijn opgegroeid om Sjostakovitsj te kunnen vertolken, maar zijn korte uitleg aan het orkest over diens relatie tot het stalinisme, en over de angst, ironie en het cynisme in passages van de symfonie, is indrukwekkend en hoorbaar effectief. Het liefst zou hij veel meer gedachten met het orkest delen, maar hij weet dat muzikanten een pesthekel aan pratende dirigenten hebben. Dus dan maar vooral indrukwekkend non-verbaal. Zijn Engels lijkt trouwens matig voor een chef van Angelsaksische orkesten.

Inmiddels heeft Cobos ook een film over Daniele Gatti, binnenkort nieuwe chef van het kco, gemaakt, in september uit te zenden. Ik was bij een openbare repetitie van diens recente Wagner-, Liszt- en Berlioz-programma. En ergerde me plaatsvervangend aan continu doorlullende koperblazers en geitende en elkaar fotograferende slagwerkers. Want ja, die hebben niet altijd wat te doen. Overjarige pubers. Jaap zou ze eruit geflikkerd hebben, die al te lollige ‘mensen van het kco’. Daarom willen ze hem daar misschien ook niet. Benieuwd of Gatti dat blijft pikken.


Carmen Cobos, Nelsons No. 5, Close Up AvroTros, zondag 17 april, NPO 2, 19.15 uur

TELEVISIE