Landinzicht #5: Akkerbouwer Jacob van den Borne

Precisielandbouwer

De komende maanden onderzoeken journalisten Hidde Boersma en Janno Lanjouw hoe de Nederlandse landbouw de stap probeert te zetten naar een milieuvriendelijkere toekomst. Deze week: aardappelteler Jacob van den Borne over precisielandbouw.

Trouwe volgers van deze serie weten dat we vooral met spreken met boeren die ‘gangbaar’ genoemd worden: ze gebruiken kunstmest en bestrijdingsmiddelen en zijn niet biologisch of biodynamisch. Het overgrote deel (96,4 procent) van de Nederlandse boeren werkt zo.

Zo is ook Jacob van den Borne een gangbare akkerbouwer. De 38-jarige Brabander runt samen met zijn broer een akkerbouw- en loonwerkbedrijf in het Brabantse Reusel, op nog geen halve kilometer van de Belgische grens. De Van den Bornes specialiseren in aardappels die ze ook zelf sorteren en opslaan, en die ze onder meer verkopen aan McDonalds, die er patat van bakt.

Maar verder is er weinig gangbaars aan Van den Borne.

Het begint er al mee dat er bij mijn aankomst een C-130 Hercules transportvliegtuig van de Nederlandse luchtmacht laag over de boerderij raast. Het toestel laat een vleugeltip zakken zodat de piloot goed naar beneden kan kijken. ‘Heb je ze weer!’ roept een werknemer van Van den Borne terwijl ik nog sta handen te schudden. ‘Ze vroegen net al over de radio waar die luchthaven nou was!’

Van den Borne legt met luide stem en een vette Brabantse tongval uit dat het de eerste dag is dat ‘Reusel Airport’ officieel in gebruik is. ‘Om te mogen vliegen met grote drones heb je toestemming van de luchtverkeersleiding nodig. Maar omdat ik zo vaak wil vliegen, heb ik een aanvraag gedaan om hier officieel een luchthaven te mogen starten. Nu heb ik luchtvaarthavenmeester aangesteld, een voormalige piloot hier uit het dorp. Die geeft dagelijks door wat onze vluchtplannen zijn. Aan de civiele luchtvaart van Eindhoven Airport, hier in de buurt, maar ook… aan de luchtmacht’, terwijl hij grijnzend omhoog wijst. “Die kwamen blijkbaar even kijken.’

Van den Bornes veelvuldige drone-activiteiten hebben te maken met zijn status als Neerlands ongekroonde koning van de ‘precisielandbouw’. Die term heeft aan interpretaties geen gebrek, maar meestal wordt er de inzet van moderne (informatie)technologie voor landbouwpraktijken mee bedoeld. Het meest in het oog springende voorbeeld zijn vliegende drones die over de velden zoemen en met sensoren in de gaten houden hoe de gewassen erbij staan. Maar ook GPS-gestuurde trekkers die op de centimeter nauwkeurig door de computer uitgezette rijpaden volgen teneinde zoveel mogelijk land voor voedselgewassen over te houden. Of statische bodemsensoren. ‘Wij meten alles wat er te meten valt - bodemgesteldheid, temperatuur in het veld, opbrengsten per vierkante centimeter - you name it. En uit die oneindige hoeveelheid data lessen trekken we lessen om het volgende keer nog beter te kunnen doen” vat Jacob het samen.

We staan ondertussen in een speciaal ingericht zaaltje dat tussen zijn woonhuis en zijn formidabele schuur is ingeklemd. Boven de deur staat ‘praktijkcentrum precisielandbouw’. Als uit een reflex beent Van den Borne naar een joekel van een presentatiescherm, klikt het aan, en steekt een vermakelijke presentatie af die hij duidelijk vaker heeft gegeven. ‘Vaak wordt precisielandbouw gepresenteerd als een techniek waarvan je gegarandeerd opbrengstverhoging hebt kwaliteitsverbetering hebt. Dat is dus niet zo. Al die techniek kan je alleen helpen om je vak beter te kunnen doen. Maar je moet nog altijd vakman zijn. Ik vergelijk dat met het kopen van een nieuwe auto. Koop je nu een nieuwe Volvo dan kan dat ding alles zelf: snelheid houden met cruise control, sturen met lane assist, remmen met brake assist, zelf inparkeren. Maar je wordt er geen betere chauffeur van.’

Van den Borne schetst een beeld van een landbouw waarin de boer steeds meer een bedrijfsmanager is geworden en steeds minder een expert die weet hoe zijn planten het beste groeien. ‘De eerste boeren uit de geschiedenis hadden misschien maar vijf planten en een os en een ezel, maar ze wisten wel precies wat ze aan het doen waren. Dàt was precisielandbouw. Die kennis zijn we onder invloed van specialisatie en schaalvergroting steeds meer kwijt geraakt. Boeren leren nu op de landbouwschool hoe ze de loonadministratie moeten bijhouden - en terecht, want zonder dat soort skills kan je niets in deze tijd. Dan ga je gewoon failliet. Maar tegelijkertijd verliezen ze de tijd en aandacht voor wat ze eigenlijk aan het doen zijn: planten telen.’

‘Mijn opa wist veel beter wat hij aan het doen was dan ik’, zegt Van den Borne terwijl hij een oud, rood boekje tevoorschijn haalt. Het is de agenda van zijn grootvader. “Daar schreef hij elke avond in wat ‘ie gedaan had en waarom. Hier lees maar’, zegt Van den Borne terwijl hij me het boekje van pocketformaat geeft. Met wat moeite ontcijfer ik een korte, met vulpen geschreven aantekening: Tractor, 10 uur; 400 kg rogge gezaaid op perceel ‘Moer’. Ik kijk op de kaft. ‘Belgische Boerengids - Almanak 1959’ staat voorop gedrukt. Het is een gids met informatie voor de boer met veel ruimte voor aantekeningen. ‘Die hebben ze niet eens meer!’, roept Van den Borne semi-verontwaardigd uit. ‘Die had een boer in die tijd altijd in zijn borstzak. Ze waren toen veel meer vakman als nu.’

Waarom zijn we die kennis dan kwijtgeraakt, vraag ik. Van den Borne is nu op dreef met zijn historische schets en vertelt vol vuur verder. ‘Europa, net na de Tweede Wereldoorlog. Iedereen heeft honger gehad en zegt ‘hè, dat nooit meer!’ Dus: alle munitiefabrieken gaan kunstmest produceren, alle kleine veldjes worden platgedouwd, daarvoor in de plaats komen grote velden. Machines erop en: rammelen!! Hoezo moet je nog iets weten van planten? Nee! We proppen het gewoon vol met alles wat ze nodig hebben (Van den Borne doelt hier op kunstmest en pesticiden) en het groeit!’

Ineens rustig: ‘Nou, dat werkt super. Totdat we dan zo rond het jaar 2000 geconfronteerd worden met een hoop problemen. De steeds verdergaande schaalvergroting zorgde ervoor dat nog minder mensen per hectare bezig zijn en we bereikten de grens. Dat was zo’n beetje toen mijn broer en ik de zaak overnamen van onze vader. We deden allerlei dingen, zonder precies te weten waarom. Om het bedrijfsresultaat te verbeteren zouden we moeten groeien maar we waren al vrij groot, dus dat was eigenlijk geen optie. Het viel meer te managen. Bovendien deden we een heleboel dingen zonder precies te weten waarom: vroeger spoten we elke week. omdat het moest. maar nu doen we dat aan de hand van ziektedruk.

En dat is gemeengoed geworden: de juiste agrarische know how is er niet meer en de tijd om je activiteiten goed te monitoren is er al helemaal niet. En om dat op te lossen ben ik me gaan verdiepen in precisielandbouw.”

Van den Bornes schets is grote mate geldig voor de landbouw als geheel, maar in het bijzonder voor het bedrijf van de gebroeders Van den Borne. Samen met hun vijf werknemers bewerken zij voor Nederlandse begrippen namelijk een zeer groot oppervlakte akkerland, alhoewel Van den Borne zich haast te zeggen dat nog veel grotere bedrijven bestaan. ‘Als je alle percelen waar we als bedrijf komen bij elkaar optelt, heb je wel zo’n 600 tot 700 hectare te pakken. Ik weet het niet precies uit mijn hoofd want het grootste deel is niet van ons. Dat huren we.’ Dat doet Van den Borne ook omdat het onmogelijk is om elk jaar aardappelen op hetzelfde stuk grond te telen. Dan put de bodem snel uit (zie de vorige blog over gewasrotatie). “Omdat we steeds nieuwe grond huren komen we in een totale rotatie elke vier jaar op zo’n 2.000 hectare grond.”

Hoe beheer je dat? Niet meer met een notitieboekje, zoveel is zeker. ‘Veel van die grond is dus niet van ons. Bovendien zijn het heel veel kleine percelen, vaak met rare vormen: niet vierkant, maar bijvoorbeeld met zes hoeken. Om te zorgen dat je daar zo efficiënt mogelijk mee omspringt heb je hulp nodig.’ Van den Borne zijn positie is duidelijk: hij heeft gekozen om zo ver op te schalen als mogelijk was. Wil hij blijven begrijpen waar hij mee bezig is, dan heeft hij slimme elektronische sensoren nodig die zijn eigen zintuigen kunnen vervangen. Ter illustratie wijst Van den Borne op een kleurige kaart die hij op basis van het brandstofverbruik van zijn trekkers heeft gemaakt van een perceel.

‘Groen is weinig brandstof, rood is veel brandstofverbruik. Het gaat niet om die brandstof, maar om het inzicht in de bodem dat je daarvan krijgt. Van nature zijn er plekken op het perceel waar het rijden zwaarder gaat. Bijvoorbeeld omdat het er natter is. Het punt is dat ik, omdat ik het nu kan zien, actie kan ondernemen. Je kunt bijvoorbeeld variabel kunstmest gaan strooien: hier wat meer, daar wat minder. Goed voor het milieu en de portemonnee.’

‘Eigenlijk is het niets nieuws. Mijn opa deed dat dus ook al hè, variabel kunstmest strooien. Alleen hij deed dat met de hand. Dan neuriede hij een deuntje dat hij speciaal voor het dat klusje had bedacht. Als hij dan bijvoorbeeld op een natter stuk kwam, ging het lopen trager en dat merkte hij doordat hij opeens niet meer lekker in de maat liep. Dan wist hij: daar zit iets. En dan kon hij er actie op ondernemen.’

Van den Bornes voorbeeld geeft aan hoe lastig het is om het boeren fingerspitzengefühl te vervangen door sensordata. Sensoren meten simpelweg een waarde en geven dat weer in een getal. Maar de totaalervaring van de boer is gebaseerd op alle zintuigen, de kennis en kunde van de boer en dat is lastig te repliceren. Omdat Van den Borne bekend staat als een innovator, werkt hij veelvuldig samen met machinebouwers en softwareontwikkelaars om de nieuwste generaties aan landbouwmaterieel vorm te geven. En daar zit veel werk in.

‘Zoals ik het vertel lijkt het misschien allemaal plug & play”, verzucht hij in toepasselijk jargon. “Maar dat is het niet. Ik heb vreselijk veel tijd, energie en geld geïnvesteerd in de middelen die wij nu gebruiken. Ik vind het natuurlijk leuk en ik ben er misschien ook wel gewoon goed in om verschillende mensen achter een gemeenschappelijk doel te verenigen. Maar het kost wel iets.’

Doet hij het dan niet voor het geld? ‘Al ons geld zit in onze grond. Dat kan ik nooit terugverdienen.” Voor de vuist weg rekent Van de Borne voor: “om een hectare te bebouwen moet ik 5.000 euro investeren (in zaaigoed, machines, arbeid, bestrijdingsmiddelen, enzovoort, red.). Als ik het goed doe, kan ik daarmee 1.000 - misschien 1.500 euro verdienen. Maar één hectare goed akkerland kost zo een ton, dus stel dat ik geld leen om een hectare te kopen, dan betaal ik aan rente al meer dan wat ik er ooit mee kan verdienen. En voor die deal draai je voor àl het risico op. Als er iets mis gaat - wat gewoon kan gebeuren - ben je de pineut. En dan vind je het gek dat elk jaar 8 procent van boeren stopt? Ik niet. Dus nee, als we het voor het geld zouden doen, dan zouden we de boel verkopen en op de Bahamas gaan zitten niksen. Misschien zouden de kinderen dat ook nog even kunnen volhouden, maar dan is het op. En dan?’

“Nee, ik wil het gewoon beter doen, laten zien dat het kan. Let wel: wereldwijd is de gemiddelde aardappeloogst 15 ton per hectare. In Nederland doen we dat een stuk beter met 50 ton per hectare. Maar ik haal soms de 100 ton - niet over een heel veld, maar op de beste plekken. En ik zit nog lang niet aan de top van mijn kunnen, alhoewel ik wel tegen de grenzen van de innovatie aanloop. Ik loop voor, maar ik kan vaak niet verder, simpelweg omdat machinebouwers en softwareontwikkelaars niet altijd kunnen blijven doorinnoveren. Ze moeten soms hun investering terugverdienen en dat betekent dat andere landbouwers eerst eens de sensoren moeten aanschaffen waar ik reeds op de volgende versie zit te wachten.”

En dus richt de ontegenzeggelijke productieve Van den Borne zijn pijlen ook op andere domeinen. Bij gebrek aan adequaat internet - toch een vereiste voor een zichzelf respecterende precisielandbouwer - verenigde hij zijn buren om zelf een glasvezelnetwerk aan te leggen waar dat voor de kabelmaatschappijen onrendabel bleek. Grijnzend: ‘Ik heb nu een gigabit internet!’ En naast de explotatie van zijn gloednieuwe droneluchthaven, is Van den Borne hard bezig met het realiseren van een aantal windturbines.


Volgende keer in deze rubriek voor de verandering een wetenschapper.