Crisiswetten

Preken voor stoelen en banken

Maandag zal de commissie-De Wit suggesties doen om de financiële wereld aan te pakken. De tijd voor echte, structurele veranderingen dringt.

Stel u voor dat Goldman Sachs, symbool van frauduleus bancair Kwaad, geld kan verdienen aan uw spoedige dood. Een thriller-scenario? Voor vele duizenden mensen die ooit een levensverzekering afsloten, is het werkelijkheid. Het begint ermee dat banken de levensverzekering overkopen van consumenten, liefst oud en ziek. Dat gebeurde op kleinere schaal al - het levert de klant meer op dan wanneer hij de polis terugverkoopt aan de verzekeringsmaatschappij zelf - maar ook hier staat de financiële innovatie niet stil. In navolging van de hypotheekmarkt worden de levensverzekeringen door banken met duizenden tegelijk herverpakt en aan investeerders gesleten, berichtte The New York Times vorig jaar in een artikel. Die investeerders hebben vervolgens financieel belang bij een onverwacht auto-ongeluk of fataal griepje. Hoe sneller de betroffenen immers doodgaan, des te eerder de investeerders de verzekeringssom kunnen opstrijken en stoppen met premie afdragen. Betrokkenen spreken van een veelbelovende markt met een potentiële omvang van al gauw vijfhonderd miljard dollar.
Het is niet het enige teken dat de financiële wereld terugkeert naar business as usual. Nog geen twee jaar na het hoogtepunt van de crisis, terwijl het dreigende Griekse staatsbankroet de Europese Unie doet schudden op haar grondvesten, maken banken nieuwe miljardenwinsten bekend. De bonussen vloeien als vanouds, en ook de complexe financiële producten maken een rentree. Zelfs de subprime hypotheken zijn terug van weggeweest; de ‘giftige’ waarde(loze)papieren worden opnieuw gesecuriseerd, herverpakt en op de markt gebracht.
Zo bezien komen de bevindingen van de commissie-De Wit geen dag te vroeg. Maandag zal zij de resultaten van het eerste deel van haar parlementaire onderzoek presenteren. Daarbij gaat het niet alleen over de oorzaken van de kredietcrisis, de veelbesproken whodunnit, maar ook over mogelijke verbeteringen in het financiële stelsel. De tijd dringt voor zulke maatregelen. De financiële giganten krabbelen overeind, hun politieke lobby herwint kracht en het momentum voor historische ingrepen in de economie vervliegt. Maar enige scepsis over nieuwe goedbedoelde aanbevelingen is ook op zijn plaats. Wat is er terechtgekomen van al die eerdere proefballonnen van de politiek? Van de bonus- en de bankenheffing tot en met de belasting op financiële transacties?

Wie politici op hun woord gelooft, kan in de maanden na het faillissement van Lehman Brothers in september 2008 denken dat het socialistisch paradijs binnen handbereik is. Naar later zal blijken rouleren er zelfs ideeën om de hele Nederlandse banksector te nationaliseren. 'Deze vorm van kapitalisme is voorbij’, laat minister van Financiën Wouter Bos (pvda) weten. 'De hele crisis betekent de definitieve teloorgang van een systeem dat is gebaseerd op hebzucht, onverantwoorde risico’s en perverse beloningen.’ Bos krijgt bijval uit de meest onverwachte hoeken. 'Het rauwe kapitalisme is dood’, meent zelfs Hank Paulson, de door George W. Bush tot minister van Financiën gebombardeerde oud-topman van Goldman Sachs.
Grote woorden. Te grote, zo zal snel blijken. Na de eerste schok dringt de morele verontwaardiging over de falende bankiers de fundamentele systeemkritiek naar de achtergrond. Jan Peter Balkenende weet de omslag puntig te formuleren. 'Niet marktfalen, maar menselijk falen’, ligt volgens de minister-president ten grondslag aan de crisis. Symbool van de verfoeide graaimentaliteit worden de bonussen. Dáár concentreren alle woede en frustratie zich op.
Het is niet voor niets dat in deze tweede, moralistische fase het calvinistische Nederland internationaal voor de troepen uit loopt. Al in 2008 heeft het kabinet besloten tot een 'bonusbelasting’, die onder meer 'excessieve’ pensioen- en vertrekvergoedingen moet beteugelen. Dat critici de maatregel hekelen als symboolwetgeving doet er niet toe. Het gaat erom te laten zien dat 'we’ met z'n allen de broekriem aanhalen. Dus wordt er gesproken over een moreel-ethische 'bankiersverklaring’, sluit minister Bos een 'Herenakkoord’ met de sector, en komt ook de financiële wereld zelf met de 'Code Banken’.
Kroon op dit werk is de uitnodiging aan Nederland voor de top van de twintig invloedrijkste industrielanden, de G20, in Pittsburgh. In september 2009 komen daar de machtigste regeringsleiders tot harde afspraken over de bonussen. Die worden niet zozeer ingeperkt, als wel aangepast. Door ze uit te smeren over enkele jaren en het geld bij wanprestaties terug te eisen, hopen overheden dat managers gaan streven naar minder snel en risicovol gewin.
Minder opvallend maar minstens zo belangrijk zijn de besprekingen die het Bazels Comité voor Bankentoezichthouders ondertussen voert. Onder voorzitterschap van Nout Wellink sleutelen de centrale bankiers aan scherpere internationale regelgeving. 'Basel III’ verplicht banken grotere financiële buffers aan te houden. Dat moet, in de woorden van demissionair minister De Jager van Financiën (cda), het 'schokabsorberend vermogen’ van de sector vergroten.
Over de voorstellen zal in november tijdens de G20-top in Zuid-Korea gesproken worden. Maar het ziet er niet meer naar uit dat de politici het bij zulke 'technische’ maatregelen kunnen laten. De kiezers in landen als de Verenigde Staten lijken geen genoegen te nemen met meer en beter toezicht op banken, meer eigen kapitaal en een ander bonussysteem. Schuld daaraan zijn uitgerekend de banken zelf. Door verder te gaan alsof er niets gebeurd is, hebben zij het afgelopen jaar alle illusies de grond in geboord dat de markt moreel besef bijgebracht kan worden. Het door Nederland omarmde streven naar de Nieuwe Bankier is gestrand.
Daarmee is, na de grote woorden en de bonuswoede, een derde fase aangebroken. Van een haai is blijkbaar geen vegetariër te maken, dus buitelen regeringsleiders over elkaar heen met ideeën en proefballonnen om de banken harder aan te pakken. De Duitse bondskanselier Angela Merkel wil een belasting op financiële transacties, haar Britse en Franse collega’s op bonussen. Hun voorstellen lijken stuk voor stuk voort te komen uit de cynische constatering dat financiële instellingen zich zullen blijven misdragen. De politiek moet er ten minste voor zorgen dat ze daarbij zo veel mogelijk zelf voor de risico’s opdraaien. Als het in de toekomst weer misgaat moet de belastingbetaler niet nogmaals de pineut zijn. Damage control kortom.
Dat zou van gezond pragmatisme kunnen getuigen. Ware het niet dat de voorgestelde plannen te onsamenhangend, te talrijk en te beperkt zijn. Het meest in de buurt van een structurele aanpak komt nog het bankenplan van Barack Obama. Onderdeel daarvan is een eenmalige bankenheffing. Daarmee moeten de door de financiële reddingsoperaties gemaakte kosten - het imf schat die voor de G20-landen op gemiddeld 2,7 procent van het bbp - enigszins terugverdiend worden.
Dat heeft weinig te maken met socialisme, zoals Obama’s tegenstanders beweren. Het politieke tij staat ook niet naar nationalisaties, Bos’ vroege uitspattingen ten spijt. Obama’s maatregelenpakket getuigt eerder van klassiek liberalisme. De vrije markt wordt niet ingeperkt. Zij moet echter wel dienstbaar gemaakt worden aan de samenleving, in plaats van omgekeerd. Dat streven komt tot uiting in de 'Volcker-rule’, naar Obama’s adviseur en voormalig topman van de federale bank Paul Volcker. Die herinnerde enige tijd geleden aan Adam Smith’s waarschuwing in The Wealth of Nations dat de grote Schotse banken een gevaar vormden voor het publieke welzijn. Het recept van de klassieke liberaal: zorg voor vele, kleine banken.
Precies dat wil Obama’s bankenplan bewerkstelligen. Het beoogt een splitsing tussen consumentenbanken die spaargeld aantrekken en investeringsbanken. De eerste mogen geen risico’s nemen en dienen zich te beperken tot een marktaandeel van maximaal tien procent. In ruil voor die restricties vallen zij onder de garantieregelingen. Voor de zakenbanken geldt dat niet. Als zij in de problemen komen, trekt de staat zijn handen ervan af.
Overigens zijn er ook tegenstanders van dit idee, en niet alleen binnen de financiële instituties zelf. Nobelprijswinnaar Paul Krugman komt tot een omgekeerde conclusie als zijn twee meter lange collega Volcker, door hem elders grappend 'de personificatie van het too big to fail’ genoemd. Vele kleine banken kunnen net zo goed kwaad doen als enkele grote, meent Krugman. Hij wijst op de door de crisis zwaar getroffen staat Georgia, met 37 faillissementen sinds 2008 recordhouder omvallende - kleine - banken. Conclusie: Obama’s aanpak voldoet niet om een nieuwe crisis te voorkomen.
Die discussie is helaas van ondergeschikt belang geworden. Door politieke tegenstand dreigen hoogstens losse onderdelen van Obama’s bankenplan doorgang te vinden - en is de versnippering in de crisisaanpak weer terug. Binnenlands liggen de Republikeinen dwars. Maar ook internationaal brokkelt de steun voor economische veranderingen af. Een teken aan de wand was het overleg eind vorige maand in Washington over de bankenheffing. Vertegenwoordigers van de G20 konden het niet eens worden over deze bescheiden maatregel.

Hoe goedbedoeld ook, de stortvloed aan onsamenhangende crisis-ideetjes dreigt het tegengestelde effect te sorteren. Door gebrek aan serieuze analyse kunnen landen vrijblijvend 'shoppen’ in de maatregelensupermarkt: liever een bonusbelasting, of toch maar een bescheiden bankenheffing om de volkswoede te temperen? Daarbij speelt de internationale concurrentiepositie een steeds grotere rol. Hoe minder streng tegenover de banken, hoe groter de kans dat ze zich straks in jouw land willen vestigen.
Dat geldt ook voor Nederland. Sinds de bonusophef heeft het kabinet zich niet meer onderscheiden met internationale initiatieven, ook vóór het demissionair werd niet. Integendeel, Nederland lijkt de kat uit de boom te kijken. Het plan van Sarkozy en Brown om bonussen eenmalig met vijftig procent te belasten wordt als weinig effectief afgewimpeld. Hetzelfde geldt voor Merkels versie van de Tobin-tax, de heffing op financiële transacties. Ook als het gaat om het opsplitsen van banken, waar Job Cohen zich in zijn eerste lezing als pvda-lijsttrekker voorstander van toonde, houdt het ministerie van Financiën zich op de vlakte.
Zelfs ten aanzien van de bankenheffing houdt Nederland zich stil. Ook nu vrijwel alle belangrijke bondgenoten zich hiervoor hebben uitgesproken, blijft minister De Jager draaien. Dat doet twijfelen aan de intenties van het kabinet. Hoopt Nederland stiekem toch de morrende bankiers uit de Londense City te bewegen zich aan de andere kant van de Noordzee te vestigen? Is de droom van Holland Financial Center niet opgegeven?
Typerend was de recente mededeling van Balkenende op het partijcongres van het cda. De demissionair minister-president zei 'onbevangen’ te willen kijken naar een bankenheffing. Maar voor onbevangenheid is de tijd nu toch echt verstreken.