Buitenland: België

Premier leidt antimaffia-circus

BRUSSEL – De liberale premier Guy Verhofstadt heeft het onderwerp ‘veiligheid’ uitgeroepen tot voornaamste thema van de Belgische parlementsverkiezingen van 2003. Dat hij de daad bij het woord wil voegen, blijkt uit het ‘reizende antimaffia-circus’ waarmee hij door het land trekt.

Een maand geleden bezocht de premier met een groot gevolg van ministers en adviseurs de Waalse stad Charleroi, vanwege haar hoge aantallen gewapende overvallen en autodiefstallen zonder twijfel de onveiligste stad van België. Verhofstadt stelde extra geld, meer politiemensen, taakverlichting voor de dienstdoende agenten, meer personeel voor spoorwegpolitie en verhoogde aandacht vanuit Brussel in het vooruitzicht.

Hetzelfde deed hij sindsdien in Gent en Antwerpen. Andere grote steden zoals Brussel en Luik zullen binnenkort volgen. In de zomer moeten alle toezeggingen zijn uitgevoerd, zo beloofde Verhofstadt.

In de Belgische politieke context heeft het begrip ‘(on)veiligheid’ een surreële bijsmaak. In de jaren tachtig werden in België bij overvallen door gemaskerde mannen in en rond supermarkten in totaal 34 mensen vermoord. De daders gingen de geschiedenis in als de Bende van Nijvel.

Hoewel het land geschokt was, ebden de gevoelens van onveiligheid snel weg. ‘Ik heb nooit begrepen dat moordaanslagen van die orde niet tot een explosie van onveiligheidsgevoelens hebben geleid. De bevolking heeft jarenlang enorm veel lijdzaam geïncasseerd, tot aan de ontploffing als gevolg van de zaak-Dutroux’, zegt criminoloog Brice de Ruyver, die vanwege zijn rol als veiligheidsadviseur van Verhofstadt als ‘schaduwminister van Justitie’ wordt aangeduid.

Uitgerekend in de welvarende, relatief rustige jaren negentig steeg de ‘onveiligheid’ naar de top van de politieke agenda, al dan niet aangejaagd door het Vlaams Blok. In zijn pas verschenen boek Eigen schuld eerst analyseert journalist Filip Rogiers haarfijn hoe de Belgische politieke klasse jarenlang verlamd werd door ‘angst voor de angst’. Zodoende kon het Vlaams Blok de kwestie van de openbare veiligheid monopoliseren.

Daar is pas onder de ‘paarse’ regering-Verhofstadt verandering in gekomen. Eerst moesten de verkokerde politie en justitie worden hervormd. Bij die instanties werd de schuld voor een slechte misdaadbestrijding gelegd, niet in eerste instantie bij de politiek, aldus De Ruyver. ‘Anders dan in België is de huidige onvrede in Nederland direct tegen de politiek gericht. Dat resulteerde in een confrontatie over de manier waarop politiek moet worden bedreven, een confrontatie waarvan Pim Fortuyn het middelpunt was.

In Nederland heeft men de gevoeligheden van burgers in de grote steden totaal verkeerd ingeschat. Daar speelden al tien tot vijftien jaar overlastfenomenen op een schaal die we bij ons hoogstens in achterstandswijken in Charleroi of Brussel kennen.

Fortuyn voelde dat aan.

In Nederland werd om ons gelachen tijdens de opmars van het Vlaams Blok, maar de lachers krijgen nu de boemerang op gruwelijke wijze in het gezicht. Wij hebben hier de laatste vijf, zes jaar te maken met een zichtbare toename van de kleine en grote criminaliteit, rechtstreeks verbonden met de instroom van migranten uit Oost- en Midden-Europa. Tel daarbij op de toegenomen individualisering en het feit dat het sociaal weefsel in veel wijken kapot is, en het resultaat is een toenemend gevoel van onveiligheid.’

Behalve de straatcriminaliteit wil België ook de georganiseerde criminaliteit harder bestrijden. Onlangs presenteerde de liberale minister van Justitie Verwilghen de cijfers van de georganiseerde criminaliteit in het jaar 2000. Zijn nota bevat ook kwantitatieve gegevens over dadergroepen zoals Russische en andere Oost-Europese criminele organisaties, Zuidoost-Aziatische misdaad genootschappen, criminele motorbendes, Albanese en Turkse organisaties en Colombiaanse groeperingen alsmede het portiersmilieu.

Het rapport pleit onder meer voor een nieuwe aanpak van de explosief stijgende Albanese misdaad onder leiding van een aparte procureur-generaal.