President Gingrich

Meer dan ooit heeft de hele planeet belang bij de uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Daarom zou op z'n minst Europa een zekere medezeggenschap moeten hebben. Dat dacht ik ook in 1952, toen de strijd tussen de Republikein Dwight Eisenhower en de Democraat Adlai Stevenson ging.

Ik probeerde dat idee te bespreken met een Amerikaanse medestudent, Lee Bramson, een progressieve jongen. Hij keek me even verbaasd aan en zei toen: ‘Are you crazy?’ Eisenhower heeft het er tenslotte goed van afgebracht, al werd hij op den duur zwaar gehinderd door zijn partijgenoot Joseph McCarthy. Toen George W. Bush zijn eerste campagne voerde, vond ik opnieuw dat Europa een stem zou moeten hebben. En nu, bij het begin van dit verkiezingsjaar, zie ik het gezelschap van kandidaten dat de Republikeinen in het veld brengen. En ik denk al weer dat ik daar mijn stem wil uitbrengen. Maar vergeet het. In ons werelddeel hebben we vooral in dit seizoen niets te vertellen over wat er in november bij onze grootste bondgenoot gaat gebeuren.
De voorstelling is nauwelijks begonnen en we staan al voor de eerste verrassing. Mitt Romney, een relatief gematigd man die tot nu toe één voorverkiezing heeft gewonnen en die volgens veel deskundigen de beste kansen had, is in South Carolina verslagen door Newt Gingrich. Mocht Gingrich de kandidaat voor het presidentschap worden, dan heeft dat één voordeel. We weten in ieder geval wat we aan hem hebben. In de tweede ambtstermijn van president Clinton was hij voorzitter van het Huis van Afgevaardigden. Hij heeft naam gemaakt als de auteur van het Contract with America, een populistisch manifest. Hij is er als leider van de oppositie in 1995 en 1996 in geslaagd de regering voor een paar dagen te sluiten, dat wil zeggen de geldkraan dicht te draaien. Hij is adviseur van Donald Rumsfeld geweest. Hij is een graag geziene gast bij Fox News, de televisiezender van Rupert Murdoch. Hij is verbonden aan het American Enterprise Institute, de neoconservatieve denktank die krachtig heeft meegeholpen de oorlog tegen Irak te verzinnen. En hij heeft een woordenlijst samengesteld voor partijgenoten die de tegenstander willen definiëren: corrupt, schijnheilig, verraderlijk, graaigraag, dat genre.
Is Newt Gingrich nu aan zijn onweerstaanbare opmars begonnen? Dat weten we niet. Maar wel kunnen we vermoeden dat de Amerikanen een verkiezingscampagne van een ongekende hardheid tegemoet gaan, en dat is nog iets anders dan de hardheid waaraan wij nu in Nederland langzamerhand wennen. In 1996 is het boek The Buying of the President van Charles Lewis onder auspiciën van het Center for Public Integrity verschenen. Daarin wordt ook een hoofdstukje aan Gingrich gewijd en onder meer zijn nauwe band met Rupert Murdoch onthuld. Met Fox News heeft hij in ieder geval niet gebroken. Straks, in het heetst van de campagne, komen de attack ads, de genadeloos insinuerende propagandaspotjes op de televisie. Daarvan kunnen we hier nog iets leren.
Maar laten we niet te ver op de zaken vooruit lopen. De strijd onder de Republikeinen is pas begonnen. In de loop van de zomer komt de echte oorlog tussen Democraten en Republikeinen op gang. Vier jaar geleden werden daarin al dieptepunten van leugenachtigheid bereikt. Obama was niet in Amerika geboren, hij was een geheime moslim, enzovoort. Bijna vier jaar later beginnen zijn ultrarechtse tegenstanders, de Tea Party, de birthers, weer hetzelfde nummer te blazen. Het geboortebewijs van de president wordt weer gecontroleerd. Er is alle reden om aan te nemen dat deze campagne volgens hetzelfde stramien zal verlopen als de vorige, maar heftiger, meedogenloos. En de Europeanen kijken met nog meer machteloze weerzin toe.
Aan deze kant van de oceaan zijn we nu meer in het nadeel. Obama heeft veel verdienstelijks gedaan, Osama bin Laden en Kadhafi opgeruimd, bijna alle militairen uit Irak teruggetrokken, maar over het geheel van deze vier jaar gemeten is hij geen sterke president gebleken. En hoe je het ook wendt of keert, dat is in het voordeel van zijn tegenstander, wie dat ook zal mogen zijn. En die zal revanche willen nemen, eerst in de campagne en daarna misschien als president. Winnen de Republikeinen, dan verschuift Amerika naar rechts, ook in zijn buitenlandse politiek. Daar moet Europa nu al rekening mee houden.
Welke gedaante zou zo'n principiële verandering kunnen krijgen? Na de grotendeels mislukte expedities in Irak en Afghanistan zal het ook het merendeel van de Amerikaanse kiezers duidelijk zijn geworden dat de wereldmacht op zijn retour is. Gingrich en Romney hebben laten weten dat ze daarin verandering willen brengen. Hoe? Er zijn genoeg conflicten waarbij dat nog een jaar of twintig geleden voorstelbaar zou zijn geweest. Wat zou Bush senior zowel als junior gedaan hebben in Libië, Egypte, Syrië? En hoe zouden ze het verder escalerende conflict met Iran hebben behandeld? Ingrijpen? Wie weet, maar die tijd is nu voorbij. Zouden onder leiding van president Gingrich de Amerikanen die les nog eens moeten leren? Europa, bereid je erop voor.