President Hollande is nog niet kansloos

Parijs – Het was een geslaagde terugkeer na het zomerreces voor Emanuel Macron. ‘Ik ben geen socialist’, liet het populairste lid van de linkse regering-Valls zich ontvallen, en meteen wist hij weer alle aandacht op zich gevestigd.

Terwijl het toch nauwelijks verbazing kon wekken, hij werd twee jaar geleden als partijloze ex-bankier minister van Economische Zaken. Sindsdien heeft hij zich voortdurend geafficheerd als vooruitstrevende neoliberaal. ‘We hebben jonge Fransen nodig die miljardair willen worden’, zei hij tijdens een bezoekje aan Las Vegas, waarop zelfs de rechtse presidentskandidaat François Fillon verzuchtte dit een nogal beperkt levensdoel te vinden.

Premier Valls haastte zich te benadrukken dat hij zichzelf nog wel degelijk als socialist beschouwt. Maar dan wel eentje die met Tony Blair wordt vergeleken. Kreeg diens ‘Derde Weg’ destijds weinig handen op elkaar in Frankrijk, inmiddels zijn de Réformateurs een belangrijke stroming binnen de Parti Socialiste. Aan de andere kant van het spectrum staat Macrons voorganger als minister: Arnaud Montebourg. Die startte onlangs zijn campagne om in mei 2017 president te worden. Al jaren is hij een fel criticaster van president Hollande, die volgens hem de linkse Franse kiezers een rechts ‘Duits’ bezuinigingsbeleid heeft voorgeschoteld. Onder het motto ‘Made in France’ wil Montebourg de bedrijvigheid stimuleren met flinke overheidsinvesteringen en onversneden protectionisme. Fransen moeten meer eigen waar gaan kopen. Pijnlijk genoeg werd bekend dat zijn nieuwe verkiezingssite draait op de Nederlandse servers van het Amerikaanse Microsoft.

De mediagenieke tegenpolen Macron en Montebourg zijn volgens de peilingen de meest kansrijke linkse presidentskandidaten. Maar Macron, die zich na zijn aftreden vorige week gaat concentreren op zijn eigen beweging En Marche!, is vooral populair bij rechtse kiezers. En Montebourg wordt door veel van zijn partijgenoten gezien als een iets te agressieve splijtzwam. Hoe impopulair president Hollande ook is, het is te vroeg om hem af te schrijven. De werkloosheid is nog hoog, maar daalde dit jaar wel onder de tien procent. En de verkiezingen zullen vooral om dat andere grote thema draaien: het terrorisme. Terwijl rechtse presidentskandidaten elkaar de loef afsteken met radicale oplossingen blijft Hollande oproepen tot nationale eenheid. Hij mengde zich niet in de boerkinidiscussie. ‘Iedereen moet zich aan de regels houden, zonder provocatie of stigmatisering’, was zijn enige commentaar. Wanneer hij straks toch nog herkozen wordt, dan is het als baken van onverstoorbaarheid, niet als socialist.