Pop: Pearl Jam

President praat tegen zijn spiegel

Pearl Jam © Danny Clinch

Kurt Cobain (Nirvana) overleed in 1994, Layne Staley (Alice in Chains) in 2002, Scott Weiland (Stone Temple Pilots) in 2015, Chris Cornell (Soundgarden) in 2017. Van de frontmannen van de bands die in de jaren negentig met grunge de muzikale erfenis van de jaren tachtig hardhandig van de kaart veegden, is Eddie Vedder de enige die nog leeft. Het genre baarde nog een generatie nakomelingen, de post-grunge, met bands als Nickelback en Creed, die toen al klonken als slechte kopieën, en inmiddels als parodieën.

De ontwikkeling die Pearl Jam heeft gemaakt sinds het klassieke debuut Ten is fascinerend, en onderwerp van vele biografieën en een hartverwarmende documentaire van Cameron Crowe. De ambivalente verhouding van met name Vedder met (een tijdlang tégen) roem is voorbij en Pearl Jam is uitgegroeid tot een van de beste livebands ter wereld. Ouderwets sober in visueel opzicht, en een van de weinige bands die stadions vult en toch elke avond een totaal andere set speelt. Toen Pearl Jam twee jaar geleden Pinkpop afsloot, waar ze in 1992 als twintigers doorbraken, bleek andermaal wat hun status is: de grote brug tussen generaties. In die zin is Pearl Jam de opvolger van de Stones en Springsteen.

Ook in een ander opzicht: de magie van hun oude werk, op basis van de kwaliteit ervan, maar ook van de tijd die er overheen is gegaan. Daar stond heel lang fris nieuw werk tegenover, van goede (Pearl Jam in 2006) of zelfs heel goede (Backspacer in 2009) albums, met nummers die live bovendien altijd enorm aan glans wonnen. Maar het laatste album Lightning Bolt dreef meer op ambacht dan op opwinding, en de laatste jaren tourde Pearl Jam zonder nieuw werk. Nummers genoeg, maar toch: voor je het weet sudder je alleen in je eigen verleden. Een band zonder nieuw werk wordt uiteindelijk een museum voor zichzelf.

Gigaton, het eerste album sinds 2013, is werkelijk een frisse wind door Pearl Jams eigen geluid. De funky wave met jaren tachtig-echo’s in ‘Dance of the Clairvoyants’, de grootse aanpak van ‘Quick Escape’, de drumprogrammering in ‘Seven O’Clock’: het zijn allemaal nieuwe invloeden, nieuwe bronnen, niet alleen andere accenten. En vooral: nieuwe energie, ook in rocknummers die wel binnen de gebaande paden blijven, zoals ‘Take the Long Way’. Zoveel venijn in de gitaren, en daaroverheen Eddie Vedder, met een stem die weer zeven jaar aan rode wijn verder is, die bromt, schreeuwt, croont, hijgt en fluistert. Zijn tekstvellen zijn lang, soms passen ze ternauwernood in de nummers, en achttien jaar na anti-George W.-nummer ‘Bu$hleaguer’ wijst de bron van veel woede opnieuw richting het Witte Huis: ‘Then you got Sitting Bullshit as our sitting president/ Oh, talking to his mirror, what’s he say, what’s it say back?’

Gigaton eindigt met een prachtig drietal rustigere nummers, allemaal opvallend lang voor Pearl Jam-begrippen. ‘River Cross’ is een warme gospel, in opbouw én in tekst. ‘I wish this moment was never ending/ Let it be a lie that all futures die,’ zingt Vedder voor hij een mantra inzet, haast een gebed. Maar zelfs daar vaart eerst nog een zekere president doorheen: ‘While the government thrives on discontent/ And there’s no such thing as clear’.


Pearl Jam – Gigaton. Pearl Jam speelt 22 en 23 juli in de Ziggo Dome, Amsterdam