Bouterse wil ‘niet voor elk wissewasje’ naar het parlement

President van de leugen

Zes maanden na installatie van de regering-Bouterse hebben veel kiezers spijt. Terwijl achterdocht en willekeur het politieke klimaat verzieken, wordt de hetze tegen journalisten opgevoerd.

WIE MET DESIRÉ Delano Bouterse feest, krijgt daar spijt van. Advocaat Bram Moszkowicz heeft op de televisie verklaard dat hij er spijt van heeft een ‘dansje’ met zijn toenmalige cliënt, de drugsveroordeelde D.D.B., te hebben gemaakt. Het was niet verenigbaar met zijn professionele gedragscode.

Het vraagt moed om in een omgeving van persoonsverheerlijking, serviliteit en als vrolijkheid verhulde beklemming het onderwerp van de adoratie te bruuskeren. Journalist Jozef Slagveer kon het niet navertellen. In zijn De nacht van de revolutie verheerlijkte hij kort na de Bouterse-staatsgreep van 25 februari 1980 de 'revolutie’. Hij moet totaal verbijsterd zijn geweest toen hij op 8 december 1982 onder doodsdreiging van Bouterse cum suis in een valse zelfbeschuldiging moest verklaren dat hij een staatsgreep wilde plegen. Kort daarna zou hij net als veertien andere critici van de dictatuur zonder vorm van proces worden geëxecuteerd. 'Op de vlucht neergeschoten’ hield de bevelhebber de televisiekijkers voor.

Loyaliteit levert bij Bouterse geen krediet op. Wie hem niet meer tot voordeel strekt of tegenspreekt loopt gevaar. In heel de Surinaamse geschiedenis is er geen politiek leider of bestuurder in wiens omgeving zoveel mensen een onnatuurlijke, vaak onbegrepen dood stierven. Toen de president als Leider van de Revolutie en Grootmeester van de Ere Orde van de Gouden Ster van de Revolutie zijn medeputschisten, ter gelegenheid van het Nationaal Feest van de Dag van Bevrijding en Vernieuwing 25 februari 1980, de Gouden Ster van de Revolutie gaf, viel op dat de overleden medeputschisten buiten de prijzen vielen. Guno Mahadew was 'verdronken’ op vakantie met Bouterse. Ewoud Leefland ging tijdens de Binnenlandse Oorlog letterlijk in de vlammen op, zonder dat de toedracht ooit werd opgehelderd. De gewonde Wilfred Hawker werd na een couppoging uit het ziekenhuis gehaald en gelegen op een brancard, na een gedwongen verklaring voor de camera’s, zonder vorm van proces geëxecuteerd. Roy Tolud is sinds 1999 'verdwenen’. Het lijk van Roy Horb, de tweede man van 25 februari 1980, werd niet lang na de decembermoorden in zijn cel te Fort Zeelandia gevonden; naar de officiële verklaring zou hij zich aan het 'touwtje’ van zijn onderbroek hebben opgehangen. Voor het publiek was hij 'op de vlucht verhangen’. Maar ook na hun dood zijn (ex-)kameraden van de Leider van de Revolutie niet veilig. Zo trachten Bouterse en zijn medeputschisten in het lopende 8 december-strafproces het vege lijf te redden en alle schuld in de schoenen te schuiven van de nu overleden Paul Bhagwandas.

Zes maanden na installatie van de nieuwe regering hebben veel kiezers van Mega Combinatie/NDP spijt van hun keuze. Vooral de kiezers op de Nationaal Democratische Partij van Bouterse in de volksbuurten treffen het slecht. Ze zijn er niets beter van geworden, maar krijgen toch te horen: 'Dit wilde je toch?’ De prijzen van consumptiegoederen zijn veertien procent gestegen. De Surinaamse dollar is twintig procent gedevalueerd. Ziekenhuizen kunnen de salarissen niet meer betalen. Met stakingen trachten werknemers de afbraak van de koopkracht te stuiten. Volgens de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven heeft de regering met haar economisch schokpakket van drastische devaluatie en extreme belastingverhogingen de snelle terugval in koopkracht veroorzaakt. De regering kondigde aan van directe belastingen volledig naar indirecte belastingen te willen overstappen. Van een regering die beloofde er voor de mofinawan (armen) te zullen zijn, kan het afzien van een progressief belastingstelsel als woordbreuk worden beschouwd.

Zonder het parlement en de sociale partners te hebben geïnformeerd werden de maatregelen eerst op een persconferentie aangekondigd. Bouterse weigert in debat met de volksvertegenwoordiging inhoud te geven aan zijn verantwoordingsplicht. Hij zegt 'niet voor elk wissewasje’ naar het parlement te willen gaan. Sterker, hij verklaarde dat hij 'alleen naar het parlement gaat als de grondwet mij daartoe verplicht’. Welnu, aangezien de grondwet het helemaal niet heeft over het al dan niet 'gaan naar het parlement’, maar over het afleggen van verantwoording van de president aan het parlement en controle van het parlement op de president, betekent deze willekeurige interpretatie van de grondwet dat Bouterse vindt dat hij bepaalt wanneer hij het parlement te woord staat. Ex-president Ronald Venetiaan las in het vermijdingsgedrag onbekwaamheid: 'De president gaat het debat uit de weg omdat hij de kennis en vaardigheden daartoe mist.’ Maar er zijn ook materiële redenen, zoals conflict of interest, om de toets der kritiek uit de weg te gaan. De president kende de 'First Lady’ een salaris toe. Zij mag evenveel verdienen als een parlementslid. Hij bevestigde daarmee zijn minachting voor het parlementaire werk. Of had hij zijn eigen parlementaire 'werk’ als referentie? Ook als parlementslid vermeed Bouterse het debat.

De First Lady krijgt ook een staf, kantoorruimte en een voorlichter die persberichtjes van elk geknipt lintje moet maken. Bouterse benoemde ook, naar kadhafiaans model, zijn zoon Dino Bouterse in de leiding van een presidentiële garde, de Counter Terror Unit. Zonder de noodzakelijke wetgeving formeert de president een zwaar bewapende (lees politieke) eenheid. In zijn bestuurlijke jungle is alle ruimte voor willekeur. Het feit dat zoon Dino, door Brazilië verdacht van drugshandel, was veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor het verhandelen van wapens van de Surinaamse overheid, is geen belemmering voor pa lief.

Détournement d'pouvoir als beleid: de Bouterse-dynastie is een feit. Voorbeeld doet volgen: van de onderhandse gunningen van overheidswerken aan familieleden tot het toestoppen van politieke baantjes bij semi-overheidsbedrijven, van een buitenproportioneel salaris voor de loyalistische governor van de centrale bank tot het partijpolitiek toebedelen van grond en goudconcessies. De pathetisch door president Bouterse aangekondigde 'kruistocht tegen corruptie’ is uitgelopen op een klucht, de kruisvaarders leven op eigen wijze hun politieke parool 'tek'yu gudu’ (pak jouw rijkdom).

Gelokt door de hoge goudprijs hebben Bouterse en zijn 'kabinet’, de met rijkelijke toelagen en hoge salarissen geprivilegieerde NDP-superregering, de zinnen gezet op de goudvoorraden in het binnenland. De president heeft zijn Commissie Ordening Goudsector onder leiding geplaatst van Melvin Linscheer, de voormalige Commandant van de Zuidelijke Troepen, berucht om zijn wreedheid in de binnenlandse oorlog en politiek geweld. Hij is de man die een Marron-jongen voor de ogen van zijn moeder doodschoot en 'door fouten in de procedure’ nooit werd veroordeeld. Deze hoogste veiligheidsman van de president moest met de minister van Defensie aan de inheemsen en Marrons door hun aanwezigheid op de recente goudconferentie in het binnenland impliciet duidelijk maken wat de president verstaat onder 'herstel van het centrale gezag in het binnenland’: de hermilitarisering van de Surinaamse binnenlanden, een revanchistische droom die lang na de binnenlandse oorlog nog springlevend is. Onmiddellijke erkenning van 'grondenrechten’ van de tribale volken in het binnenland, door Bouterse in de verkiezingen beloofd, staat haaks op die droom en op het toe-eigenen van de belangrijkste goudvoorraden. Daarom schuift de president de grondenrechten, tot ergernis van de inheemsen en Marrons, op de lange baan.

In december 1982, toen Bouterse de democratische beweging wilde breken, stelde hij zijn slachtoffers voor als daders. Niet hij, maar zij zouden een staatsgreep willen plegen. In al die lange jaren is hij er nooit in geslaagd ook maar één aanwijzing voor zijn beschuldiging te leveren. Deze omkering van dader- en slachtofferschap is bij hem zowel een psychologische als demagogische manoeuvre om zijn misdrijven en schendingen van mensenrechten te rechtvaardigen. Nu hij zich politiek in het nauw gedreven voelt, beweert hij plots dat onder de vorige regering 'moordaanslagen’ en 'pogingen tot vergiftiging’ tegen hem waren gepland. Hij zou een tijd 'in het bos zijn ondergedoken’.

Hij doet geen poging zijn beweringen te onderbouwen. Hij is president, waarom stelt hij geen onderzoek in? Met zijn tactiek van zelfvictimisatie en achterdocht verziekt hij het politieke klimaat, zaait hij wantrouwen en onverdraagzaamheid, en schept hij een psychologische voedingsbodem voor onderdrukking van de andersdenkenden. Niet zijn disfunctioneren, nepotisme en antidemocratisme, maar de boodschappers, lees de media, zijn schuldig aan 'het negativisme’ van de publieke opinie.

Zijn NDP publiceerde, doordrenkt van zelfvictimisatie, een eigen krant en website genaamd Krin Denki (zuiver denken), waarin karaktermoord wordt gepleegd op journalisten en andersdenkenden. Hoofdredacteur is Gilly van Holt, een notoire scribent van de repressie, die in De Anti-Communist, zijn scheldblaadje tijdens de grote vakbondsstakingen van 1973, opriep 'de stakers met een kanonskogel om de nek in de monding van de Suriname-rivier te gooien’. Hij is opportunistisch genoeg om nu braaf verslag te doen van het tegenbezoek van de delegatie van de Communistische Partij van China aan zusterpartij NDP, die aan de Chinese kameraden heeft gevraagd haar te helpen met 'organisatie en kadertraining’.

De 'regionale oriëntatie’ die Bouterse aankondigde geldt kennelijk niet voor de autoritaire vrienden. Terwijl de hetze en intimidatie tegen journalisten wordt opgevoerd, wordt onder het mom van 'verandering’ de staat evenals in de jaren tachtig tot partij in het nationale conflict gemaakt. Zo is de bevelhebber van het Nationaal Leger zonder deugdelijke redenen ontheven en vervangen door een partijpolitieke loyalist. Via de herinvoering van de dienstplicht, een voornemen dat electoraal is verzwegen, dreigt de jeugd weer ideologisch gedisciplineerd te worden. Er is immers geen militaire noodzaak, want de drugsveroordeelde opperbevelhebber heeft, hunkerend naar internationale erkenning, de president van buurland Guyana beloofd in ruil voor 'samenwerking’ te zullen zwijgen over de militaire bezetting door Guyana van Surinaams grondgebied.

Ook aan het hoofd van de geheime dienst heeft de president een partijgenoot geplaatst. En terwijl Bouterse de gewapende machten voor zijn repressieve doeleinden tracht te hervormen, heeft hij als heimelijke agenda, naar het voorbeeld van zijn financier Hugo Chávez, de 'hervorming’ van de rechterlijke macht en de grondwet, om duurzaam de macht in handen te krijgen. Zijn aankondiging de bejubeling van zijn staatsgreep van 25 februari 1980 'onuitwisbaar en eeuwig’ in de grondwet te zullen opnemen is daarvan een symbolisch voorproefje. Bouterse weet dat hij op 8 december 1982 in Fort Zeelandia de opdracht heeft gegeven de vijftien helden van de Surinaamse democratie dood te schieten. Maar hij is te laf daarvoor uit te komen. Hij heeft zijn aanhangers een vals alibi voorgehouden - zogenaamd was hij tijdens de decembermoorden niet op de plaats delict.

Deze president heeft onomkeerbaar zijn lot verbonden aan de leugen. Als bij alles wat hij zegt en doet dit besef levend wordt gehouden kan het effect van zijn extreem manipulatief gedrag worden geneutraliseerd.