Prestatiedruk in het onderwijs belast kinderen én ouders

Medium commentaar 12 2018 prestatiedruk

‘Als je wilt dat je kind omhoog klimt, moet je er vooral niet bovenop gaan zitten.’ De inmiddels beroemde en beruchte Juf Ank probeert aan het eind van een aflevering van de tv-dramaserie De Luizenmoeder de paniek bij de ouders te temperen. Kinderen uit haar klas had ze de stempeltjes zon, maan, ster en raket gegeven, waarna de vaders en moeders in de (gespeelde) klas in de onderbouw van de basisschool ervan uitgingen dat de ene benaming beter was dan de andere. Dat een maan bij wijze van spreken het voorportaal is tot het vmbo en de raket voor het gymnasium. Haar boodschap dat ieder kind zijn eigen ontwikkeling kent, komt niet helemaal aan, want de moeder van een ‘maan’ vraagt aan een vader: ‘Wat was dat voor IQ-test die jouw kind gedaan heeft?’

Het succes van De Luizenmoeder wordt door sommigen verklaard uit de politieke incorrectheid van de serie, maar het lijkt er meer op dat juist de herkenbaarheid de miljoenen kijkers trekt. Iedereen herkent in meer of mindere mate de sullige popie-jopie-schooldirecteur, de ruzies binnen een verkrampt schoolteam, de moeder die bij álle activiteiten betrokken is en de ‘ouders zijn vreselijk lastig’-houding van Ank. Ook wordt duidelijk dat de basisschool al lang niet meer de vrije ontwikkelplek die ze ooit misschien was. De prestatiedruk heeft definitief zijn intrede gedaan in de eerste fase van ons onderwijssysteem. Kinderen worden van jongs af aan getest en er wordt al snel onderscheid gemaakt met plusklassen en extra taken. In de bovenbouw zijn de ogen gericht op het grote doel: de overgang naar de middelbare school die het beste uit je kind haalt – in de ogen van veel ouders een gym- of technasium.

Leerkrachten in groep 7/8 hebben regelmatig te maken met intimiderend gedrag van ouders

Deze prestatiedruk creëert tijgermoeders en -vaders die voortdurend met de ontwikkeling van hun kind bezig zijn. En deze tijgerouders worden ook voortdurend in hun gelijk bevestigd. Want het helpt in ieder geval op korte termijn als je veel met je kind leest, als je bijles regelt, helpt bij werkstukken en huiswerk en regelmatig praat met de juf of meester en zo extra aandacht vraagt voor je kind.

En nu lijkt het in de relatie ouder-leerkracht mis te gaan, vooral als het gaat om het schooladvies. Volgens onderzoek onder leden van de vakbond CNV Onderwijs hebben leerkrachten in groep 7/8 regelmatig te maken met intimiderend gedrag van ouders. Want als een kind een vmbo-advies krijgt zijn ‘de rapen gaar’. Een vijfde van de ondervraagden heeft onder druk wel eens een schooladvies aangepast. Dit gedrag van ouders is niet goed te praten, maar komt voor een deel wel voort uit de recente veranderingen in het onderwijs. Zo is de mening van de leerkracht sinds 2015 doorslaggevend bij het (voorlopig) schooladvies. En zo’n leerkracht heeft ook zo zijn vooroordelen. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat het advies voor migrantenkinderen steevast onder hun niveau ligt.

En ook de nadruk op excellentie heeft het imago van vmbo-scholengemeenschappen geen goed gedaan. Dat zijn in de ogen van veel ouders leerfabrieken waar hun kind niet gezien wordt en waar je hem of haar met angst en beven naartoe stuurt.

Maar meer principieel is de vraag of we wel op zo’n jonge leeftijd op niveau moeten selecteren. Alleen in Nederland doen we dat bij twaalf jaar. In het succesvolle Finse model wordt niet voortdurend getest en vindt selectie veel later plaats, net als in de rest van Scandinavië en Duitsland en Frankrijk. Vaak op een leeftijd dat kinderen er ook nog hun eigen mening over kunnen geven. Daar is ook niets mis mee.